Moderne dans marathon afgesloten

Zondag rondde het Holland Dance Festival zijn tiende editie af. Achttien dagen lang viel er in Den Haag non-stop dans te beleven. 45.000 mensen kwamen af op het gevarieerde aanbod. Wederom bewees het festival onder leiding van Samuel Wuertsen zich als een krachtig pleidooi voor de hedendaagse dans. En dat voor een breed publiek: doordat er ook voorstellingen `in de wijk' of op locatie werden gegeven, kwamen behalve internationale cultuurfijnproevers ook de doorsnee Hagenezen aan hun trekken.

Dat dit laatste best zonder concessies aan de kwaliteit kan, bewees de Braziliaan Ivaldo Bertazzo in Samwaad - Street of encounters. Met jongeren uit de sloppen van Sao Paulo realiseerde hij een sterk staaltje community art. Het is vanzelfsprekend aandoenlijk om voormalige straatbinken precieze, folkloristische pasjes te zien dansen. Toch charmeerde de voorstelling niet alleen om sentimentele redenen. Sterk was dat Bertazzo afzag van clichématig vertoon van swingende afro of latin ritmes. Hij entte de dans juist op gestileerde klassieke Indiase dans en voegde daar jazz, acrobatie en capoeira aan toe. De dans werd daardoor ingetogen, en toch dwingend. Pet af ook voor de leraar Bertazzo, die deze amateurs opleidde tot professionele dansers die een vol uur kunnen boeien.

Back to Basics was ook zo'n uniek project dat dit festival een meerwaarde gaf. Wuersten vroeg Ton Simons, Conny Janssen en Ed Wubbe een duet te maken. Hij vroeg tevens het improvisatie duo Michael Schumacher en Dana Caspersen. Een vijfde duet was Kyliáns Black Bird uit 2001, dat in Nederland niet eerder te zien was.

Back to Basics werd geen amalgaam van stijlen, maar plaatste visies tegenover elkaar. Bij Ton Simons is dat een heldere, modern academische stijl, die van intrinsieke schoonheid is. In Little Ease plaatsen Irena Misirlic en Kim Saveus minutieuze armbewegingen secuur in de ruimte, alsof ze door een glazen labyrint lopen. Subtiel emotioneel tegenwicht komt bijvoorbeeld in een langgerekte, weemoedige pose. Conny Janssens stijl is direct in zijn emotionaliteit: aards, impulsief, warmbloedig. In Lost vertolken Yanaika Holle en Kevin Polak gevoelens van verlangen en onmacht in weidse bewegingen. Weerbaar zijn ze wel, maar ook kwetsbaar, wat blijkt uit bedachtzame zwevende gestes en een ingekeerde blik.

Als Simons een architect is en Janssen een robuuste schilder, dan is Ed Wubbe fijnschilder en etser tegelijk. Zijn taal is de meest klassieke: vlijmscherp van articulatie, krullerig versierd en vol fijne details. Op die gepolijste laag brengt hij krassen aan, met grillige en scherpe bewegingen. Het zoet van de balletesthetiek laat hij aanvreten door bijtend zuur, wat Nathalia Horecna en Tadayoshi Kokeguchi in het duet Nicht zutreffendes Streichen knap illustreerden.

Improvisatie dans onderscheidt zich doorgaans door zijn spontane, emotioneel neutrale karakter. Schumacher bezit de motoriek van een soepele slingeraap, Caspersen die van klimaapje. Ze slingeren en krioelen om elkaar heen, vlechten en plooien lijf en leden. Dat bewegingspel fascineert voor zolang als dit korte duet duurde, zo'n tien minuten.

Black Bird tenslotte is een juweel van een duet, dat helaas maar zelden te zien is. Kylián maakte het voor oud-NDT dansers Megumi Nakamura en Ken Ossola, die het met bloot bovenlijf dansen. Zij is fel en krachtig, hij sterk en zachtaardig. Hun lijven glijden langs en over elkaar heen, begeleid door hypnotiserende gregoriaanse zang. Hun passie kent als keerzijde woede en onmacht - waarna scheiding onafwendbaar is.

Met de hervatting van Kyliáns magnum opus One Of A Kind (1998) sloot het Nederlands Dans Theater het festival af. Alsof festivalleider Wuersten wilde onderstrepen dat de beste dans van nu ook gewoon in Den Haag te vinden is.

Holland Dance Festival: Samwaad - Street of encounters/Back to Basics/NDT I : One of a kind. Gezien 9-13/11 Den Haag.