`Mijn muziek is niet geschikt voor politiek'

Met Picaresque maakte de Amerikaanse groep The Decemberists een opmerkelijke, verhalende plaat die voorzichtig neigt naar de oude Britse folk.

Zanger-gitarist Colin Meloy heeft akoestische instrumenten altijd verkozen boven elektrische. ,,Ik voel me beter thuis bij akoestische instrumenten'', licht hij toe. ,,Ik ben ook niet technisch genoeg aangelegd om een elektrische gitaar goed te laten klinken.''

Meloy is in Amsterdam ter promotie van de derde plaat van The Decemberists, Picaresque. Vanaf het begin waren zij een exclusief akoestische groep, inclusief accordeon en contrabas. ,,Allemaal om elektrische instrumenten te mijden'', zegt Meloy. ,,Ik heb me altijd geïntimideerd gevoeld door elektrische instrumenten. Bovendien is onze gitarist Chris Funk een gedreven verzamelaar van akoestische instrumenten. Als hij weer een dulcimer, een draailier of een banjo heeft gevonden, wordt ons groepsgeluid ook verrijkt.''

Mede dankzij de rijke variëteit in dat instrumentarium, mijden The Decemberists de voor de hand liggende valkuil van het Unplugged-fenomeen: een saaie, krachteloze uitvoering van wat ooit elektronisch en opwindend bedoeld was. ,,We zijn van nature unplugged, dat is toch iets anders. Onze aanpak past bij de songs, die zouden niet anders uitgevoerd kunnen worden.''

Als akoestische instrumenten ergens overheersen, is het woord `folk' nooit ver weg. Meloy ziet met genoegen hoe de folk in handen van jonge helden als Devendra Banhart en Joanna Newsom nieuw elan krijgt, en de associaties met kampvuren, geitenwollen sokken en koffiebars overwint. De politieke kant die de Amerikaanse folk zeker in de jaren zestig had, interesseert Meloy minder dan de Britse folkrevival van die tijd. ,,Die muzikanten zochten het echt in het oude repertoire. Dat leverde soms duistere, bijna angstaanjagende liedjes op. Dat fascineert mij mateloos.''

Meloys verhouding tot de politiek blijkt uit de naam van zijn groep, vernoemd naar de Decembristen: een groep Russische aristrocraten die in 1825 een nogal klungelige, vergeefse greep naar de macht deed en vervolgens naar Siberië werd verbannen. ,,Nee, ze waren niet al te succesvol'', beaamt Meloy. ,,Ik vind muziek niet zo geschikt als platvorm voor politieke visies, dat kun je uit onze bandnaam wel opmaken. Als er al politiek in mijn liedjes zit, betreft het de intriges en machinaties van vorsten en vorstinnen uit vroeger tijden, zoals in het nummer The Infanta. Daar zit meer dan genoeg drama in. Het zou interessant zijn als Amerika ook een monarchie zou worden. Het is onder Bush tenslotte toch al praktisch een dictatuur.''

Een belangrijke rol in Meloys teksten is behalve voor het verleden ook weggelegd voor de zee. Dat is opmerkelijk voor iemand die opgroeide in de door land omgeven Amerikaanse staat Montana. ,,Tot ik naar Oregon verhuisde, had ik een heel romantisch, exotisch beeld van de oceaan – juist omdat ik er zo ver van verwijderd was. Zeemansverhalen hebben altijd een bijzondere aantrekkingskracht op me uitgeoefend. Dat probeer ik in mijn liedjes te vangen.''

Meloy vertelt grillige verhalen in zijn liedjes, die in het geval van The Mariner's Revenge Song vrolijk de acht minuten-grens overschrijden. Van de autobiografische introspectie, die de liedjesschrijverij van vandaag de dag overheerst, moet hij niets hebben. Daarin volgt hij de vertellende traditie in de folk. ,,'Write what you know' is de ongeschreven regel, maar ik schrijf liever over wat ik nog niet weet. Dat is een stuk interessanter, en doet veel meer een beroep op de verbeeldingskracht. Als ik eenmaal een personage heb verzonnen, komt het eigenlijke liedje daar haast als vanzelf uit voort. Alsof het personage me het liedje verder influistert.''

The Decemberists: Picaresque (Rough Trade, distr. Konkurrent)

Optreden: 19/11, Crossing Border, Den Haag