`Larentinië' laat zich niet gek maken

Laren, de club met de meeste (acht) buitenlanders in de gelederen, bezet na negen speelronden de laatste plaats in de hockeyhoofdklasse. ,,Wij konden niet anders.''

Na opnieuw een ragfijne aanval, goed voor de 6-0 via de stick van Karel Klaver, weerklinkt langs de lijn een plagerig ,,tien, tien, tien!'' Zou het, ruim twee jaar na dato (EMHC-Amsterdam 3-10), weer eens tot dubbele cijfers komen in de competitie, die zich graag mag profileren als `de sterkste ter wereld'?

Het heeft er alle schijn van, gelet op het armzalige verweer van de hekkensluiter uit de Nederlandse hockeyhoofdklasse, het veelgeplaagde Laren, dat vandaag op bezoek is bij koploper Bloemendaal. Die heeft wat goed te maken na de eerste competitienederlaag (2-3), vorige week tegen landskampioen Oranje Zwart. Het in het lichtblauw gestoken ploegje komt dan ook als geroepen, ook al ontbreken twee buitenlandse steunpilaren (Jamie Dwyer en Tibor Weissenborn) wegens interlandverplichtingen.

Desondanks heeft Bloemendaal geen kind aan het mentaal gewonde Laren, dat als los zand aan elkaar hangt, en al na drie minuten tegen een 1-0 achterstand aankijkt. De teller blijft uiteindelijk steken op acht, en in de slotfase moet de dit seizoen met afstand productiefste ploeg (doelsaldo plus 31) zowaar twee knullige tegentreffers incasseren: 8-2. Tevreden is coach Michel van den Heuvel na afloop dan ook niet. ,,Geen ritme, weinig automatismen, we zijn duidelijk nog zoekende'', zo vat hij Bloemendaals grootste zege van het seizoen samen.

Zijn collega Adel Fuentes maakt een al even berustende indruk, nadat hij zich tijdens de wedstrijd ook al opvallend rustig heeft gehouden langs de zijlijn. ,,Als ik uit m'n dak was gegaan, was het helemaal misgegaan'', zegt Fuentes na de oorwassing. Al weken is Laren de weg kwijt, ondanks de inzet van maar liefst acht een record buitenlandse huurlingen: vijf Argentijnen, twee Spanjaarden en één Pool.

Betaalt Laren de tol voor de eigen overmoed, en keert de wal het schip? Het leedvermaak is in elk geval groot bij de concurrentie. De club die afgelopen zomer omstandig met de geldbuidel rammelde, na ternauwernood aan degradatie te zijn ontsnapt, bezet na negen speelronden de laatste plaats op de ranglijst, met slechts vier punten uit negen duels. ,,Maar wij konden niet anders'', betoogt voorzitter Kik Thole, nadat hij het thuisfront telefonisch op de hoogte heeft gebracht van ,,een weinig vrolijke middag''. ,,Nederlandse jongens bleken niet bereid om naar de niet-studentenstad Laren te komen.''

Fuentes (31) pleit vooral voor geduld en begrip, want ga maar na: ,,Met het afscheid van [oud-international, red.] Diederik van Weel zijn we een leider kwijt, zowel binnen als buiten de lijnen. Van de groep van vorig jaar zijn sowieso nog maar vier spelers over. De rest is én nieuw én piepjong. Die jongens, van wie de meesten pas achttien jaar, hebben tijd nodig om te rijpen.''

Dat rijpen zou moeten gebeuren aan de hand van een handvol hele en halve internationals (Thole, cynisch: ,,Op papier in elk geval hoofdklassewaardige jongens'') uit den vreemde. Althans, dat was de bedoeling. Tot zijn ergernis heeft Fuentes moeten constateren dat ,,jongens die in eigen land gewend zijn om in de top mee te draaien hier de grootst mogelijke moeite hebben, nu we in de beruchte hoek zitten waar de klappen vallen.''

Maar Laren vecht dit seizoen niet alleen tegen zichzelf, de club uit het villadorp vecht ook tegen de beeldvorming. Een poenerig imago heeft Laren al sinds de clubleiding eind jaren tachtig bereid bleek een rits oud-topspelers tegen betaling terug te halen. Tel daarbij het feit dat Fuentes zelf Spaanse wortels heeft en een bijnaam voor het vreemdelingenlegioen uit 't Gooi was snel verzonnen: Larentinië.

Fuentes is ,,de stelselmatige stigmatisering'' inmiddels beu. ,,Maar ik sta er boven.'' Geïrriteerd raakte de coach pas, toen hij onlangs in de regionale krant moest lezen dat zijn ploeg ,,een voorbeeld moest nemen aan onze dames, omdat die nu toevallig eerste staan in de hoofdklasse''. Met een knipoog: ,,Wie zoiets op papier krijgt, heeft dus echt geen verstand van hockey.''

Maar de vlotgebekte opvolger van de dit voorjaar afgeserveerde Koen Pijpers laat zich niet gek maken. Fuentes, lachend: ,,Ik in paniek? Welnee! Als ik coach van Bloemendaal of Amsterdam was geweest, en ik had na negen wedstrijden tien punten, dan was ik in paniek geweest.'' De eerste storm heeft hij bovendien al overleefd. Vóór, tijdens en na de nederlaag tegen nieuwkomer Rotterdam (2-6) liepen de onderlinge irritaties vorige maand zo hoog op dat de coach een groepsgesprek regelde. ,,De communicatie is en blijft een probleem; de meeste Spaanstalige jongens spreken geen Engels. Dat zorgt voor frictie, zeker nu het tegenzit en op het veld de emotie regeert. Dan vallen die jongens logischerwijs terug op hun moedertaal.''

Van Babylonische spraakverwarringen heeft Bloemendaal-coach Van den Heuvel geen last, met twee Australiërs (Dwyer en Doerner) en één Duitser (Weissenborn). De Brabander is tevens bondscoach van Jong Oranje, en in die hoedanigheid beziet hij de toestroom van buitenlandse (top)hockeyers met gemengde gevoelens. ,,Ik vind acht wel erg veel, maar goed: kennelijk kan het niet anders. Al heb je als club in mijn ogen de plicht Nederlands talent aandacht te geven en te prikkelen.''