Jachthuis 18

Vorig jaar werd een recordaantal van 19.313 woningen `aan de woningvoorraad onttrokken', de overgrote meerderheid door sloop. En dat aantal stijgt. In een zesdelige serie vertellen mensen over de sloop van hun woning.

,,Ik zal de vrouw van productie wel even bellen, vragen of het er allemaal goed op staat'', zal Cor-Jan Verkerk na afloop van de sloop nonchalant zeggen. Eén van de zakenrelaties die mee naar de partytent van de crew is gekomen, kan een grijns niet onderdrukken: Cor-Jan begint al filmtaal uit te slaan. ,,Ze zijn tevreden'', meldt hij terwijl hij zijn mobieltje dichtklapt, ,,alleen staat er een brom op de geluidsband van een vliegtuig dat net overkwam, maar dat kunnen ze er tegenwoordig gewoon afpoetsen.''

Ter ere van de sloop van de boerderij heeft Verkerk veertig familieleden, vrienden en relaties uitgenodigd. De hoeve uit 1915 heeft hij van binnen nooit gezien, bij de koop ging het hem alleen om de locatie. Het huis zelf moest zo snel mogelijk worden opgeruimd om plaats te maken voor ,,een semi-boerderij met ruimte voor wat hobbymatige paarden''.

De originele boerderij stond leeg sinds vorig voorjaar, toen was de oude man overleden die er woonde. Zijn vrouw, die tien jaar eerder al bij hun zoon was gaan wonen, wilde van het pand af. Verkerk kocht het ,,voor veel minder dan de vraagprijs van 375'' en de sloopvergunning kwam vlot af. De gemeente vroeg alleen of het bakhuis, een karakteristiek gebouwtje op het erf, gehandhaafd kon blijven. Geen probleem. Verkerk vroeg drie slopers om offerte en een van hen, Driekus Ardesch, kwam met een bijzonder aanbod: hij was benaderd door Paul Verhoeven die een boerderij zocht die hij kon opblazen voor de film Zwartboek.

,,Het is gewoon een uniek verhaal waar je aan mee kunt werken'', zegt Verkerk terwijl we staan te wachten op de klap. Hij heeft `als eigenaar' een apart hoekje gereserveerd in de tuin van zijn toekomstige buurman, maar op het laatste moment drijft een man met een megafoon iedereen achter de dranghekken waar ook het gewone volk staat. ,,Hier zie je het eigenlijk nog beter ook'', zegt Verkerk vastbesloten en legt de omstanders uit dat het in de film om een verdwaalde vliegtuigbom gaat die toevallig de boerderij raakt met een ondergedoken joodse vrouw.

De explosie is daverend, een vuurbal stulpt omhoog en uit de oranjerode gloed maakt een nog veel grotere pikzwarte wolk zich los die langzaam naar de omstanders drijft. Roetdeeltjes dwarrelen omlaag, de geur van verbrand plastic is onontkoombaar. Toch is het applaus magertjes, het publiek gaat al snel naar huis, net als de meeste relaties van Verkerk: nee, een biertje hoeven ze niet.

Na lang soebatten mogen Verkerk en zijn vrouw voor de foto wat dichter bij de uiteengereten boerderij komen. In het weiland liggen overal plastic dakpannen die door de explosie zijn weggeslingerd. Want de echte pannen op het dak waren sneldekkers en aangezien je die in de oorlog nog niet had, zijn ze vervangen door imitatiepannen. De springmeester had vooraf gewaarschuwd dat het bakhuisje wel eens een lelijke klap kon oplopen, maar het heeft de explosie ongeschonden doorstaan. Verkerk keurt het bakhuisje echter geen blik waardig, dit is zíjn finest hour: ,,Een mooier verhaal kun je niet hebben als je straks in je nieuwe woonkamer zit.''

Als het echtpaar Verkerk weg is, inspecteert sloper Ardesch de restanten van de boerderij. Nee, zijn werk is er niet minder van geworden, integendeel, het uitsorteren van puin en hout kost nu alleen maar meer tijd. En hij moet de verspreide dakpannen overal vandaan halen. Maar de prijs is goed, beter dan voor een gewone sloop. ,,Het wordt tenslotte niet voor niks een film van zestien miljoen'', grijnst hij.