Dwangdiplomatie werkt

De oplopende druk op Iran en Syrië zou de indruk kunnen wekken dat `slagveld Midden-Oosten' naderbij komt. Dat hoeft niet, betoogt Ko Colijn.

De crisis rond het Iraanse atoomprogramma groeit naar een climax, nu 24 november nadert. Dan komt het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) weer bijeen en kan het de in september al vastgestelde schending van non-proliferatieverplichtingen vertalen in doorverwijzing van het dossier naar de Veiligheidsraad. Die kan op zijn beurt tot sancties tegen Teheran besluiten, als geen van de vijf permanente leden althans hun veto daarover zou uitspreken.

De messen worden geslepen, iedere dag brengt voor de crisiswatchers spectaculair nieuws. Afgelopen week was het weer raak: Iran kreeg een uitweg aangeboden via een voorstel om het gevoeligste deel van het uraniumverrijkingsprogramma in Rusland te laten verrichten. Iran mocht er twee weken over nadenken. Het verwaardigde zich niet die tijd te nemen. Zaterdag verwierp Iran het compromis, zondag alweer gevolgd door de boodschap uit Wenen dat IAEA-chef ElBaradei desnoods zelf naar Teheran zal afreizen om de Iraanse regering alsnog te overreden tot een face saving compromis. En dat weer nadat zaterdag (toevallig?) in de New York Times het uitgebreide verhaal verscheen dat de VS sinds medio 2004 over een Iraanse schootcomputer beschikken die duizenden pagina's geheime informatie zou bevatten over de ontwikkeling en beproeving van de Iraanse atoomkop voor de Shahab-3 raket. Hierover zouden de naaste bondgenoten, ElBaradei en zijn staf, en landen wier steun cruciaal was voor Irans veroordeling in de septemberzitting van het IAEA, in juli zijn geïnformeerd. Een gevoelige actie, want ook de regering-Bush begrijpt dat dergelijke `bewijzen' sinds de briefing van Colin Powell in de VN-Veiligheidsraad over de massavernietigingswapens van Irak (februari 2003) niet meer voor zoete koek geslikt worden.

Aan suspense dus geen gebrek. Laten we vooral niet vergeten dat Iran zelf aan de crisisstemming bijdraagt. Recent dieptepunt was de oproep van president Ahmadinejad om Israël van de kaart te vegen, een uitspraak die hij later doodleuk herhaalde ondanks alle buitenlandse kritiek en zelfs binnenlandse dementi's.

Iran, en de rest van de wereld, hebben hun lesje van Irak 2002/2003 geleerd. Iran haalt de VS nu, ondanks de grove provocaties van zijn leider, op intelligentere wijze het bloed onder de nagels vandaan dan Saddam Hussein destijds. Het weet dat ElBaradei, Nobelprijswinnaar, de morele winnaar is van de casus-Irak en ook nu eigenlijk nog geen sancties tegen Iran wil. De regering-Bush opereert op haar beurt voorzichtiger dan in 2003, stemt haar contraproliferatiebeleid af met de EU en het IAEA, en vermijdt tot nu toe eenrichtingswegen naar militair geweld. Dat Bush blijft zeggen dat `alle opties op tafel liggen', is nodig om druk op de ketel te houden, anders kan het diplomatieke spel niet gespeeld worden. Dat spel vertoont nu dus bijna dagelijkse hectiek, maar de constanten zijn ook tamelijk duidelijk: de EU wenst geen oorlog om Iran, de VS kunnen zich geen oorlog veroorloven, en Israël heeft onlangs toegegeven dat een preventieve militaire actie tegen verdachte installaties onuitvoerbaar is. Het International Institute of Strategic Studies (London) schatte begin september dat de Iraanse kernbom ten minste 5 jaar weg is, maar zegt dat tien jaar waarschijnlijker is. Dat was ook de taxatie van de meest recente (Amerikaanse) National Intelligence Estimate, afgelopen zomer. Conclusie: er is alle noodzaak, en tijd, om het spel bedachtzaam te spelen.

Ook die andere outpost of tyranny, Syrië, wordt de duimschroeven aangedraaid. Het zogeheten Mehlis-rapport velde een vernietigend oordeel over het Syrische regime inzake de moord op de Libanese politicus Hariri. In zekere zin vecht president Assad op twee fronten, want de VS beschuldigen hem aanhoudend van steun aan terreuraanslagen in Irak. De kans op Amerikaanse militaire vergelding neemt toe, vlak over de grens met West-Irak ziet Syrië nu de derde grote militaire operatie binnen een maand uitgevoerd worden. De boodschap van de huidige, Steel Curtain, moet tot in Damascus te horen zijn. Zelfs de woorden regime change vielen alweer in Washington. Syrië valt sinds 2004 al onder Amerikaanse sancties, voor aanscherping is vooral steun van de EU nodig. En dat kan, want Syrië kan op handelsgebied gemakkelijk geïsoleerd worden.

Moeten we bij de oplopende druk op Iran en Syrië nu spreken in termen over `slagveld Midden-Oosten'? Liever niet te letterlijk. Het zou naïef zijn om te ontkennen dat zelfs de glansloze militaire aanwezigheid van het Amerikaanse leger in Irak geen indruk maakt in Teheran en Damascus, maar de werkelijke ruimte voor resultaat ligt in geduldige isolering en intelligente, gecoördineerde dwangdiplomatie.

Ko Colijn is redacteur van het weekblad Vrij Nederland en verbonden aan de Erasmus Universiteit.