Debat over rellen in Frankrijk

Het Franse verschil

[...]De intifada in de Franse voorsteden is geen kwestie van een klassenstrijd en – voorlopig – ook niet van een religieuze confrontatie: het is een oorlog tussen rassen, generaties en kasten die onlosmakelijk verbonden is met de grote nationale crisis in Frankrijk. Natuurlijk kampen alle Europese landen met problemen bij de integratie van hun immigrantenbevolking, die versterkt worden door de dreiging van fanatisme en islamistisch terrorisme. Maar ook al verkeren tal van nationale modellen in een crisis, de ernst van de Franse moeilijkheden wordt verklaard door vier bijzondere oorzaken.

De eerste is de concentratie van de bevolking van buitenlandse herkomst in zo'n 750 stedelijke getto's en de van hogerhand gedoogde grootschalige clandestiene immigratie. Daardoor kunnen mensen profiteren van een pseudo-officiële status die de toegang waarborgt tot bepaalde sociale voorzieningen en tot de meeste publieke diensten.

De tweede is de werkloosheid van 10 procent van de beroepsbevolking – die echter 38 procent bedraagt onder jongeren met een immigrantenachtergrond en soms wel 70 procent onder de bevolking van bepaalde getto's.

De derde is het verval van het Franse model: de mislukking van het stedelijk beleid verergert de maatschappelijke segregatie, ondanks een investering van ruim 34 miljard euro sinds 2000. Deze mislukking strekt zich ook uit tot het onderwijs, met een jaarlijkse uitval van 161.000 jonge mensen zonder opleiding, en tot de overgereguleerde arbeidsmarkt, die een beperkte kern van de beroepsbevolking steeds meer beschermt en de risico's en onzekerheden afwentelt op de meest kwetsbaren, waarbij onneembaar hoge hindernissen voor jonge immigranten worden opgeworpen.

De laatste en belangrijkste is de stagnatie van een Malthusiaanse economie en maatschappij die onder het mom van het abstracte begrip `gelijkheid' een genadeloze vorm van apartheid uitoefenen waarin de staat bewust, en lukraak, met geld en hulp strooit terwijl de weg naar maatschappij en burgerschap gesloten blijft. [...]

Het stedelijk geweld van dit moment is geen toevallige afwijking aan een gezond lichaam; het is een kankergezwel dat zich in het land heeft genesteld en de zieke man van Europa is. De uitkomst van deze crisis kan niet zomaar een nieuw arsenaal van repressieve maatregelen en bijstandsuitkeringen zijn. De oplossing van deze crisis vergt een echte `culturele revolutie' met een drastische verjonging van de heersende klasse, bevordering van mobiliteit en sociale vermenging (met name ruimere toegang tot universitair onderwijs en het bedrijfsleven), afscheid van de Malthusiaanse economie en herontdekking van productiviteit en werk – die samen met het onderwijs de sleutel zijn tot integratie. Dit impliceert ook een nieuwe cultuur van doelmatige publieke dienstverlening en een heroriëntering waarbij de staat-als-verzorger zich gaat richten op de economische integratie van de uitgeslotenen.

Zo houden de voorsteden Frankrijk een spiegel voor waarin het land zijn ware gezicht van 2005 ziet: het heeft zich door een populistische en onverantwoordelijke politieke klasse laten afbrengen van de noodzakelijke hervormingen en is daardoor nu in een staat van oproer, een combinatie van een burgeroorlog en een diplomatieke crisis, waarmee het buiten de wereld en het Europa van de 21ste eeuw komt te staan.

(De Franse historicus Nicolas Baverez in de Financial Times).