De prijs van Merkel

Sinds een jonge Gerhard Schröder aan de hekken van de bondskanselarij rammelde onder de woorden `Ik wil er in!' is bekend dat de nu scheidende Duitse kanselier er alles voor overhad om het ambt te veroveren. Gezien het compromis dat zijn christen-democratische opvolgster Angela Merkel afgelopen vrijdag sloot, mag worden geconcludeerd dat ook zij bereid is heel ver te gaan. Duitsland krijgt als de achterban van christen-democraten en sociaal-democraten akkoord gaat een grote coalitie. De prijs is voor beide partijen hoog. Maar met name de christen-democraten zien in het 191 pagina's tellende regeerakkoord niet veel terug van hun oorspronkelijke verkiezingsprogramma.

Voor het land zelf en voor zijn buurlanden is vooral het economische beleid in de eerstvolgende vier jaar van belang. Ook voor Nederland, dat in Duitsland nog steeds zijn grootste exportmarkt heeft, zij het dat flink wat goederen ongezien worden doorgevoerd. De afhankelijkheid is weliswaar verminderd, maar als Duitsland niest, vat Nederland kou. Hoe beter Duitsland draait, hoe gunstiger dat voor de rest van zijn EU-partners is.

Wat is er nog heel van Merkels belofte om van Duitsland een dynamischer economie te maken? CAO's blijven, tegen het voornemen in, algemeen verbindend. De proeftijd van nieuwe werknemers wordt weliswaar verlengd, maar daar staat een betere ontslagbescherming voor bestaande werknemers tegenover. Het toptarief van de belastingen gaat niet omlaag, maar omhoog. De opbrengst van een BTW-verhoging van 16 procent naar 19 procent in 2007 gaat slechts voor een derde naar het verlagen van de arbeidskosten, in plaats van geheel. De nieuwe Duitse regering acht zich gebonden aan een akkoord met Frankrijk dat de EU tot 2013 bindt aan het bestaande landbouwbeleid. Dit is slechts een greep uit de compromissen, waarbij ook nog moet worden aangetekend dat Merkel de zware ministeries van Financiën en Werkgelegenheid heeft moeten weggeven aan haar coalitiepartner.

Daar tegenover staat dat de begroting in 2007, twee jaar eerder dan voorgenomen, op orde moet zijn. Maar om daar de belastingen voor te verhogen in plaats van harder te bezuinigen, lijkt de verkeerde keuze. De geplande verkoop van 25 ton goud uit de voorraden van de Bundesbank helpt slechts tijdelijk. Al met al is het regeerakkoord een voortzetting van het eenzijdige moderniseringsbeleid dat onder Schröder is begonnen: wél een bescheiden afslanking van de verzorgingsstaat, maar weinig hervorming van de arbeidsmarkt. Het risico van deze aanpak is dat er weliswaar meer inactieve mensen naar de arbeidsmarkt zijn gedreven, maar dat eenmaal daar aangeland er nog steeds geen werk voor hen is. Dat is, zeker in samenhang met een BTW-verhoging, fnuikend voor de binnenlandse vraag. En het verhindert dat de dynamiek van meer werkgelegenheid, hogere belastinginkomsten en lagere arbeidskosten op gang komt.

Coalities vergen compromissen. Grote coalities, zoals die tussen CDU/CSU en de sociaal-democratische SPD, vergen grote compromissen. Merkel, wier oorspronkelijke verkiezingsprogramma al erg voorzichtig was, heeft veel moeten weggeven. Duitsland en zijn handelspartners kunnen beter hopen op een conjunctureel herstel dan op de vruchten van het beleid van de nieuwe regering.