De `Bruid' van Claus langzaam ontsluierd

Hugo Claus is ongeveer de enige naoorlogse Nederlandstalige toneelschrijver van wie regelmatig stukken worden gespeeld. Maar zelfs zijn werk wordt bedreigd, door de sterk toegenomen `kijkslimheid'. Doordat we zoveel televisie en film kijken, kunnen we veel sneller dan voorheen het plot van een drama doorgronden. Oudere stukken lijken daardoor hopeloos omslachtig en uitleggerig. Wat we in het eerste bedrijf al snapten, wordt in het laatste bedrijf als een onthulling gebracht.

Hugo Claus' Een bruid in de morgen, zijn toneeldebuut uit 1955 dat nu wordt opgevoerd door het Nationale Toneel, heeft dit probleem in hogere mate omdat het een lichaamsliefde tussen een broer en een zus wil verkopen. Om zijn publiek voorbij de primaire reactie te krijgen (`getsie'), moest Claus veel gefaseerd ontsluieren en verklaren, wat vijftig jaar later nogal stroperig aandoet.

In de buik van een schip – door decorontwerper Andreas Freichels met hout gelambrizeerd volgens de Duitse toneelmode – woont een componistengezin in nette armoede. Om uit de vernederende impasse te geraken wil de moeder haar zwakzinnige zoon uithuwelijken aan een nicht. Dit stuit op fel verzet van de dochter. De zoon bezit een begerenswaardige schat: de kwetsbare onschuld. Daarom wordt door de vrouwen verbitterd om hem gestreden. De nicht ziet in hem de liefde, een mooie jongen om voor te zorgen. De moeder ziet in hem een uitweg uit het isolement van de armoede. De dochter ziet in hem het kinderlijke paradijs, dat ze moet verdedigen tegen de volwassenenwereld. Uiteraard bekommert niemand zich om wat nu eigenlijk goed voor de jongen zelf zou zijn. De bescheiden droom die hij koestert, chauffeur worden, wordt door de anderen gedwardsboomd.

Paulien Greidanus, als de zuster, is de mooie, tragische heldin, de bruid uit de titel, die met wanhopig verzet op het einde afstormt. Samen met Vincent Linthorst, de zwakzinnige broer, maakt ze een mooi liefdespaar dat misschien te ver gaat in de liefde, maar wel oprecht en puur is. Carola Arons geeft de ondankbare rol van de nicht, de onwelkome indringer in het gezin, een waardige tragiek.

Zwakker bezet is het ouderpaar. Gees Linnebank, als de machteloos verlamde vader, speelt te expressionistisch. Hij heeft niet zoveel te doen, en de regisseuse heeft hem niet in de hand kunnen houden, dus gaat hij met luidruchtig stil spel alles breed invullen.

Marjon Brandsma verdient bewondering omdat zij op het allerlaatste moment de rol van de moeder heeft overgenomen van de zieke Marie-Louise Stheins. Maar helaas, ze redt het niet. Ze speelt met een `oortje' in – waardoor de souffleur haar tekst kan voorzeggen – en dat geeft zeker het eerste half uur een onnatuurlijk aanvoelend ritme.

Regisseuse Maaike van Langen, die eerder indruk maakte met twee gruwelijke stukken over geweld, Bash en The Pillow Man, maakt met Een bruid in de morgen haar debuut in de grote zaal. Van Langen heeft zich te sterk vastgeklampt aan de tekst. Ze toont expliciet wat al uitvoerig in de tekst wordt uitgelegd, voegt er zelfs openlijke seks, naakte meisjes en zelfmoord aan toe, en verpest zo het broeierige, versluierende van het drama. Het hoge, lichte decor is prachtig, maar is niet bepaald de bedompte gevangenis zoals de familieleden het gezinsleven ervaren. De regie toont te weinig de schoonheid van dit toneelstuk en legt de nadruk op de veroudering.

Voorstelling: Een bruid in de morgen van Hugo Claus, door het Nationale Toneel. Gezien 12/11 Nieuwe de la Mar, Amsterdam. Tournee t/m 14/1. Inl. 070-3181444 of www.nationaletoneel.nl.