CDA: controle op doping in recreatiesport

Het Tweede-Kamerlid Joop Atsma (CDA) wil dat dopingcontrole niet beperkt blijft tot topsport. De controle zou uitgebreid moeten worden tot recreanten die actief zijn in sportscholen en fitnesscentra of deelnemen aan bijvoorbeeld marathons of de Elfstedentocht.

Hij deed dit voorstel vanochtend in de commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport, waar de sportnota `Tijd voor Sport' van staatssecretaris Clémence Ross-Van Dorp (CDA) werd besproken.

Atsma wees erop dat de dopingproblematiek zich niet beperkt tot topsport. Uit onderzoek is gebleken dat in sportscholen jaarlijks zeker 40.000 keer verboden middelen zoals vermeld op de antidopinglijst van het wereldantidopingbureau WADA worden gebruikt. Dat is substantieel meer dan in de topsport, volgens het Kamerlid.

Atsma stelt zich voor dat sportscholen een keurmerk krijgen dat bij overtreding van de dopingreglementen wordt afgenomen. In het meest extreme geval wordt ,,de tent wordt gesloten'', aldus het Kamerlid Atsma.

Bovendien zou iemand die op doping wordt betrapt, op wettelijke gronden de toegang tot een sportschool of fitnesscentra ontzegd moeten kunnen worden. De CDA'er wijst erop dat een dergelijk systeem in Noorwegen al met succes wordt toegepast.

De uitvoering van controles mag volgens Atsma het probleem niet zijn, omdat Doping Controle Nederland (DoCoNed), dat jaarlijks een paar duizend controles uitvoert, zijn werkterrein moeiteloos kan uitbreiden naar de recreatiesport.

Atsma: ,,En dat zou bij voorkeur onaangekondigd moeten zijn. De controle van een recreatieve marathonloper is zelfs sterk aan te bevelen, omdat de risico's voor die groep groter zijn dan voor de topsporters.''

Atsma kreeg steun van de PvdA en VVD, hoewel de nieuwe VVD-woordvoerder sport, Ed van der Sande – hij volgde Jan Rijpstra op – zijn bedenkingen heeft bij de handhaving.

PvdA'er Gerdi Verbeet zou daarentegen de eigen verantwoordelijkheid van de sportscholen als uitgangspunt willen nemen. Zij wil voorkomen dat de sportscholen en fitnesscentra veelvuldig met politie-invallen geconfronteerd worden. Zij legt de nadruk op preventie.

Atsma bestreed het verwijt dat hij sportscholen met zijn voorstel stigmatiseert. Volgen hem is het al jaren bekend dat er in die sportscholen en fitnesscentra op grote schaal doping wordt gebruikt, terwijl er op heden niet tegen wordt opgetreden.