Zoogdier met wielen

Een van de vroegste verhalen van Belcampo heet Koning Wurm II. Het gaat over een vorst die wordt onthoofd. Zijn vrienden en bondgenoten hebben het zien aankomen, zich om het schavot verzameld. Als de bijl gevallen is, maken ze zich bliksemsnel meester van het hoofd, nemen het mee naar een geheim laboratorium dicht in de buurt. Het hoofd leeft nog. Ze sluiten het aan op een machine, een buitengewoon geniale voorloper van de computer. Bloedsomloop en zuurstoftoevoer worden hersteld, en daarmee is het fysieke voortbestaan van het staatshoofd verzekerd. Nu de geest nog.

Tot deze overlevingscomputer hoort ook een toetsenbord voor het onderdeel waarmee alle zintuiglijke gewaarwordingen en gevoelens kunnen worden opgewekt. Deze geest kan ook worden bespeeld. Op de politieke verwikkelingen gaat de schrijver niet in, maar we mogen aannemen dat de royalisten er toch nog in slagen de strijd te winnen. Voor de koning breekt dan een nieuw leven aan. Van heinde en verre komen de beroemdste pianisten hem bespelen. Het was weer feest in alle zalen van zijn lichaam, schrijft Belcampo ongeveer. Ik citeer uit mijn hoofd.

Misschien wel tientallen jaren had ik niet aan dit verhaal gedacht. Maar nu, na gedane arbeid, liep ik een beetje door de stad, kwam een grote boekwinkel tegen en ging naar binnen. Barnes & Noble, op de hoek van de Zesde Avenue, tussen de 21ste en de 22ste Straat. Het is niet direct een winkel; meer een supermarkt, of een soort Bijenkorf. Je kunt er alles kopen wat de laatste jaren in het Engels is verschenen. Zachte muziek begeleidt je terwijl je rondneust. Op een tussenverdieping kun je een kop koffie drinken. Er is ook een afdeling tijdschriften en een ruime dependance met cd's en dvd's. Een beetje rondlopen daar kan geen kwaad. Je weet nooit wat je tegenkomt.

Deze keer was dat een groot, dik boek over de geschiedenis van de esthetische chirurgie. Het is onvermijdelijk dat je in de loop der jaren daarover iets te weten komt. Kinderen worden bevrijd van een hazenlip, wie vindt dat ze er oud uitziet laat zich liften, neuzen worden ingekort, gangsters laten zich een ander gezicht aanmeten, borsten worden vergroot of verkleind, nog veel meer. Ik zal me er voor hoeden, over al dat werk een oordeel te hebben. Vaak is het een zegen, een andere keer denk ik dat de patiënt een slachtoffer van de mode of van eigen denkbeelden is en zijn/haar geld beter had kunnen besteden. Dit boek leert dat de esthetische chirurg al ongelofelijk veel kan en dat het einde nog niet in zicht is.

Weer op straat dacht ik opeens aan Belcampo. Hij was arts. Zijn echte naam was Herman Schönfeld Wiggers. Zijn eerste verhalen, waaronder het hierboven geciteerde, heeft hij in zijn studietijd geschreven en zijn eerste bundel in eigen beheer uitgegeven. Menigmaal zie je de sporen van de medische wetenschap, bizar, want hij had een bizarre verbeeldingskracht. In dit verhaal over koning Wurm II heeft hij zijn eigen kunstmens verzonnen. Alleen het hoofd is echt; het oude commandocentrum dat bij hem afhankelijk is geworden van de musicale talenten in het volk. Op zichzelf een gelukkige, poëtische en oorspronkelijke oplossing.

Al betrekkelijk vlug nadat de mens zichzelf het denken had geleerd, heeft hij ernaar gestreefd een kunstmens te maken. Hocuspocus door de eeuwen heen. Het Monster van Frankenstein is in deze tijd het beroemdste experiment, per slot van rekening een gebrekkig en ongelukkig in elkaar geknutseld wezen. Vooral sinds H.G. Wells' War of the Worlds worden we bezocht door wezens van andere planeten. Ik ben er geen liefhebber van, dus ondeskundig, maar voorzover ik weet zijn al die wezens afleidingen van de homo sapiens, met een andere kleur, groene horentjes, rimpelige apenbekken, aan iedere hand zes vingers, en zo verder, maar altijd duidelijk familie. Tenzij we met ongelofelijk begaafde insecten te maken hebben, maar in dat geval zijn ze verwant aan alle torren.

Daaruit mag blijken, hoe moeilijk het is een wezen te verzinnen waaraan je niet onmiddellijk kunt zien dat het familie is van een of andere bestaande orde. Hiëronymus Bosch, de surrealisten, de makers van de zombiefilms hebben hun krachten erop geprobeerd. Ze hebben in de loop van de tijd een grote familie van wanstaltigen en griezelpieten geschapen, maar altijd nauw verwant. Met een hoofd of kop, duidelijk dat van een zoogdier, en vier ledematen, of meer als ze van de insecten of spinnen waren afgeleid. En al die wezens worden verenigd door één eigenschap: ze lopen. Ook kunnen ze met hun ogen rollen en dankzij hun kogelgewrichten met hun ledematen zwaaien, maar geen van deze schepsels heeft in zijn lichaam een as waardoor het in staat is, de cirkel van de draaiende beweging te voltooien, telkens weer zodat het, met andere woorden, kan rijden. Het wiel is door de mens uitgevonden.

Bij mijn weten komt nergens in de literatuur of de schilderkunst een wezen voor dat met een soort wielen ter wereld is gekomen, en dat bovendien met deze faciliteit een overtuigende indruk maakt. Niet bij Baron von Münchhausen, terwijl toch zijn schepper Rudolph Raspe voor een verzinsel niet terugschrok, en evenmin bij Belcampo, die ik er wel toe in staat had gezien. Je hoeft niet meteen aan horror te denken. Stel je om te beginnen voor: een van nature goedhartig huisdier dat met skatende bewegingen op vier poten naar je toe komt. Het zal heel wat van de evolutie vergen om een mutatie tot stand te brengen waardoor bijvoorbeeld een katachtige niet alleen zijn nagels kan uitslaan, maar ook zijn wieltjes op de grond kan zetten. En dan hebben we het nog niet eens over de aandrijving. Maar waarom zou de evolutie onthouden blijven wat de mens gelukt is? Ik hoop erop, het is mijn droom: een rijdend levend wezen.