`Wie er te diep inzit, kan niet terug'

Bij de moorden in het Amsterdamse criminele milieu in de afgelopen weken, kwamen een ex-advocaat en een vastgoedman om het leven. Laten notarissen en advocaten zich gebruiken door de onderwereld?

Talloze keren reisde de Amsterdamse advocaat Abraham Z. in 1999 en 2000 met koffers vol geld heen en weer tussen Amsterdam en Liechtenstein. Een andere Amsterdamse advocaat, Henk R., had hem benaderd als geldloper. Het geld was afkomstig uit drugshandel van een cliënt. Dat ze beiden advocaat waren, zou hen bescherming bieden. Als er iets mis zou gaan, kon Z. zich als verdachte beroepen op zijn zwijgrecht onder verwijzing naar de cliënt van zijn collega. Die kon zich op zijn beurt als advocaat weer beroepen op zijn verschoningsrecht.

In 2002 werd Z. alsnog opgepakt. De beschermingsconstructie mislukte omdat Henk R. ging praten. Z. werd deze week veroordeeld voor schuldheling. Hij had volgens de rechtbank moeten vermoeden dat het geld uit een misdrijf afkomstig was, ondanks ontkenningen van zijn collega.

Afgelopen zomer werd een andere Amsterdamse advocaat aangehouden in het onderzoek naar de afpersing van vastgoedhandelaar Erik de Vlieger. Justitie verdenkt hem van witwassen en valsheid in geschrifte. Hij zou zijn derdenrekening beschikbaar hebben gesteld voor het doorsluizen van geld dat van De Vlieger zou zijn afgeperst. Wanneer zijn zaak voorkomt, is nog niet bekend.

De zaak van de vorige week vermoorde oud-advocaat Evert Hingst heeft de rechter nooit bereikt. Justitie verdacht Hingst al langer van witwassen en valsheid in geschrifte. Hij had zware criminelen als John Mieremet, Mink K., Sam Klepper in zijn klantenkring, en volgens justitie waren hun belangen inmiddels ook de zijne geworden. Een consigliere, heette hij in opsporingskringen. In afwachting van zijn rechtzaak had Hingst zich in de zomer teruggetrokken uit de advocatuur.

Het zijn voorbeelden van advocaten die opereren in een schemergebied. Staan ze hun cliënt slechts bij of leveren ze adviezen en nemen ze zelfs deel aan criminele activiteiten? De moord op Hingst maakt in ieder geval duidelijk dat de scheiding tussen boven- en onderwereld soms dun is.

De Amsterdamse advocaat Nico Meijering hoorde de afgelopen weken ook van collega's de suggestie dat Hingst (36) niet voor niets doodgeschoten zou zijn. Woest wordt hij daar van. ,,Al is het honderdvoudige waar van datgene waar justitie hem van verdenkt, dan nog verdient hij dit niet.'' Hingst was jong, zegt Meijering, en het is juist voor jonge advocaten niet altijd makkelijk de grenzen in acht te nemen. ,,Onze cliënten zijn vaak buitengewoon aardige mensen. Wat doe je als die vragen te bemiddelen in een ruzie met een andere crimineel? En hoe reageer je als ze vragen ergens een som geld te parkeren?'' Hij erkent wel dat het imago van advocaten door de incidenten van vorige week beschadigd raakt.

De Orde van Advocaten maakt zich daar ook zorgen over. Daarom gaat ze vanaf 1 januari volgend jaar een ander controlesysteem hanteren. Onder andere om te laten zien dat de beroepsgroep haar eigen problemen serieus aanpakt, zegt algemeen deken Els Unger van de Orde van Advocaten. Ze moeten er bovenop zitten, vindt ze.

Hoogleraar Prof. M.J.A. van Mourik, hoogleraar notarieel en privaatrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen én notaris, spreekt over ,,verloedering'' in zijn beroepsgroep. ,,Het is triest dat er zo wordt gerotzooid'', zegt hij. Hij denkt dat er ,,een stuk of tien notarissen'' in Nederland zijn, vaak kleine kantoren, die aan de ,,leiband'' lopen van sommige vastgoedondernemers. ,,Hun welvaart hangt er vaak van af. Ze worden behoorlijk vetgemest door die lui.''

Zulk gedrag tast het vertrouwen in de hele beroepsgroep aan, vindt Van Mourik. ,,De notaris heeft een publieke taak, daarbij past niet dat hij een instrument is in handen van de vastgoedmaffia. Laten we eerlijk zijn: er zitten in de vastgoedwereld buitengewoon veel mensen die het zo nauw niet nemen. Ik weet dat sommige vastgoedondernemers hun zaken vooral via bepaalde notarissen laten lopen.'' Als voorbeeld geeft Van Mourik het gesjoemel met de koopprijs van een pand in een koopakte, waarmee zwart geld wit kan worden gewassen. ,,De notaris zet op verzoek van de makelaar een prijs van tien miljoen in de akte, terwijl die in werkelijkheid veel lager of veel hoger is. Ze zetten erin wat hen van pas komt, de rest gaat onder tafel of via Zwitserland of via Luxemburg.''

Maar bewijzen is twee, erkent Van Mourik, omdat het moeilijk is door de geheimhoudingsplicht van de notaris heen te komen. Het toezicht op het notariaat moet daarom veel strenger worden, vindt hij.

Dat was ook het recente advies van een commissie onder leiding van de president van het gerechtshof in Arnhem, A. Hammerstein. Ook Van Mourik zat in de commissie. Van Mourik:,,Wij vinden dat het Bureau Financieel Toezicht, de financiële toezichthouder in het notariaat, veel ruimere bevoegdheden moet krijgen, zoals een invalbevoegdheid. Nu kun je als notaris zeggen: u kunt ophoepelen, want ik heb een geheimhoudingsplicht. Die geheimhoudingsplicht moet worden opgeheven voor dat bureau. Ze moeten 's ochtends kunnen binnenvallen en zeggen: `goedemorgen heren, laat u ons eens even de dossiers zien.'.''

Francien Lankhorst en Hans Nelen, criminologen aan de VU, deden onderzoek naar de verwijtbare betrokkenheid van advocaten en notarissen bij criminele activiteiten. Volgens Lankhorst blijken beide beroepsgroepen ,,heel aantrekkelijk'' voor criminelen door hun juridische kennis. ,,Ze kunnen onder andere witwasconstructies verzinnen, geld wegsluizen naar landen waar de opsporing niet goed werkt. Ze kunnen rookgordijnen optrekken met eigendomsconstructies, zodat niet duidelijk is wie de echte eigenaar van een pand is.'' Dergelijke activiteiten zijn moeilijk aan te pakken omdat notarissen en advocaten zich op het verschoningsrecht kunnen beroepen, zodat het voor de opsporingsautoriteiten zeer lastig is om informatie, laat staan bewijsmateriaal boven water te krijgen.

Lankhorst en Nelen schreven vorig jaar dat over een periode van drie jaar elf advocaten en acht notarissen waren getraceerd over wie het vermoeden bestond dat ze verwijtbaar betrokken waren bij georganiseerde criminaliteit. Vijf advocaten en vier notarissen werden strafrechtelijk vervolgd. ,,Als deze beroepsgroepen misbruik maken van hun bijzondere positie in de maatschappij neemt het vertrouwen in een integer rechtsverkeer af. Advocaten en notarissen moeten onkreukbare personen zijn.''

Volgens de onderzoekers is een financieel slechte positie een motief om de grenzen van het betamelijke te overtreden. ,,Als je eenmaal je onafhankelijkheid hebt verloren, bereid bent geweest regels te overtreden, is het heel moeilijk om er uit te komen. Je bent al te ver gegaan, dus chantabel. Sommigen zitten er waarschijnlijk niet meer vrijwillig in.''