WAS VOLTAIRE EEN ANTISEMIET?

Tijdens mijn studie Frans in de jaren '70 kwam het niet aan de orde en daarom is het niet vreemd dat ook nu in het artikel over Voltaire in Leven &cetera van 5 november (Voltaire als vrolijk voorbeeld voor 60-plussers) geen woord gewijd wordt aan het antisemitisme van Voltaire. Hij was wat je noemt een virulente antisemiet, zie o.a. l'Essai sur les Moeurs uit 1756. Het gaat hier weliswaar om een aanklacht tegen het christendom en met name het katholicisme, maar het jodendom wordt in naam van de Verlichting gezien als `de religie van een gruwelijk volk, een vijand van de mensheid', om maar een citaat te kiezen uit vele. Het boek is nauwelijks ongecensureerd te krijgen, lees ik op de website van www.africamaat.com, waar ook het racisme van Voltaire (o.a. in Candide) wordt aangeklaagd. Voltaire nam de eeuwenoude stereotypen van joden en de joodse religie naadloos over. In die tijd misschien begrijpelijk, maar om Voltaire nu als rolmodel aan te prijzen, zoals Paul Steenhuis doet, vind ik iets te ongenuanceerd.

Naschrift Paul Steenhuis: Als antwoord mag misschien een citaat dienen uit de inleiding van J.M. Vermeer-Pardoen in Voltaires `Filosofisch Woordenboek' (Van Gennep, 2004):

`Voltaire wordt, vooral na de Tweede Wereldoorlog, nogal eens beschuldigd van antisemitisme. Deze beschuldiging wordt mijns inziens wat al te lichtvaardig geuit en berust op een gebrek aan inzicht in de werkelijke betekenis van zijn werk. Voltaire valt het Oude Testament aan als basis van het christendom. Hij drijft de spot met de joden als het uitverkoren volk. [...] Racisme is fundamenteel in tegenspraak met het denken van Voltaire over de gelijkheid van alle mensen en over verdraagzaamheid. De uitspraken die uit zijn werk worden gelicht om het tegendeel te bewijzen, zijn altijd uit hun verband gerukt, zoals de daartoe veel gebruikte uitspraak: ,,onze leermeesters en vijanden de joden, die wij geloven en verafschuwen'' enzovoort, waar met de eerste persoon meervoud de christenen bedoeld, van wie Voltaire cultureel gezien deel uitmaakt, maar die hij juist bestrijdt.'