Uitstorting van de onkenbare God

De Duitse humanist Johann Reuchlin (1455-1522) is befaamd om veel redenen. Hij was als groot kenner van het Hebreeuws een van de voormannen van de Noord-Europese Renaissance. Maar hij was ook een eenzame strijder voor christelijke verdraagzaamheid tegenover joden. Deze week opent de Bibliotheca Philosophica Hermetica (www.ritmanlibrary.nl) in Amsterdam een tentoonstelling over Reuchlin, vooral om de derde reden van zijn roem. Hij was namelijk de eerste Duitse beoefenaar van de christelijke kabbala. De christelijke kabbala is de christelijke verwerking van de joodse esoterische stroming van het kabbalisme die in de twaalfde eeuw in Spanje en Zuid-Frankrijk ontstond. Peiler van die stroming was het ontlokken van geheime kennis aan de Torah, vooral door letter- en getallensymboliek. De algemene toon van de Kaballa was neo-platoons: de schepping bestaat uit een uitstorting van `zijn' door de onkenbare God in een steeds sterkere verdunning. De mens is het keerpunt van die uitstorting: in de mens kan de schepping terugkeren tot God. Hier afgebeeld is de symbolische weergave van die uitstorting, in de vorm van de tien sefirot, uit een van de boeken waaruit Reuchlin zijn kennis putte: de Portae Lucis door Joseph Gikatille, gedrukt in Augsburg, 1516.