Rugzak, mist, tompouce

TERUG NAAR ouder werk. Op 10 september ging het over een experimentele rugzak waarmee elektriciteit viel op te wekken. De eigenlijke zak was beweegbaar gemonteerd op een klasssiek ladderframe en tijdens het lopen ging die zak, dankzij stalen veren met de juiste veerconstante, heen en weer schommelen in de kadans van het lopen. Van deze schommeling is met behulp van een heugel, tandwiel en dynamo energie af te tappen, net genoeg voor het bijladen van de accu van bijvoorbeeld een computer. Tegelijk levert het de gewenste demping.

Het raadsel van de rugzak is dat de energiewinst niet gepaard gaat met een navenante verzwaring van het lopen. Het lopen kost wel iets meer energie, maar bij lange niet zoveel extra als op grond van het spierrendement te verwachten viel. Waarom dat zo is, is nog niet duidelijk.

Het is wèl duidelijk, schrijft lezer Henk Moraal, want de zak is met zijn schommelen tijdens het lopen net uit fase met de loper zelf. Als het zwaartepunt van de loper net opwipt, beweegt de zak net naar beneden en omgekeerd. Omdat de zak praktisch dezelfde uitslag (amplitude) naar boven en beneden heeft als de loper betekent dat dat de zak tijdens het lopen voortdurend op gelijke hoogte boven de grond blijft. In theorie hoeft een dergelijk vrachtvervoer geen energie te kosten. Dit is ook de verklaring voor het geheimzinnig hoge rendement dat is vastgesteld bij Nepalese dragers en sommige Afrikaanse vrouwen: zij lopen niet met gestrekte knieën.

Op 24 september kwam het mistlaagje ter sprake dat vanzelf op hete thee of koffie ontstaat als die in voldoende schone glazen of kopjes wordt geschonken. Het is een fijn poederachtig laagje op nog geen millimeter hoogte boven het vloeistofoppervlak. Wie goed kijkt ziet er voortdurend donkere lijnen door lopen.

De mist bestaat uit mooi ronde druppeltjes water die net met een goede loep zijn te zien. Volgens de geraadpleegde literatuur (Vincent J. Schaefer in American Scientist, sept-okt 1971) worden de druppeltjes, die natuurlijk naar beneden willen, in evenwicht gehouden door de hoge flux watermoleculen die vanuit de hete vloeistof omhoog trekt. Ook zouden de druppels veel te danken hebben aan hun statische lading.

Lezer Henk Tiecke, verbonden aan het NIKHEF in Amsterdam, meende er een tegenhanger van de vermaarde Wilson-nevelkamer in te zien. Hij had net zelf een eenvoudige nevelkamer ontworpen die op elke middelbare school is na te bouwen als men daar de beschikking heeft over isopropylalkohol en koolzuurijs. Nu merkte hij: het kan nog eenvoudiger, gewoon met koffie.

Bij nader inzien bleek het toch een ander verschijnsel. Van belang is dat Tiecke om duidelijkheid te krijgen even een radioactieve bron hield bij verse koffie waarop dat mistlaagje lag. Hij gebruikte strontium-90, een bekende bètastraler die wel wordt toegepast voor het `afleiden' van statische lading. Maar hij zag geen grote veranderingen, misschien wel helemaal niets.

Vincent Schaefer had destijds ook al een (niet nader gespecificeerde) radioactieve bron bij de mist gehouden en wèl een klein effect gevonden, maar `veel minder' dan dat van een statisch geladen haarkam.

Daarmee ligt opnieuw de vraag ter tafel of de druppeltjes wel statisch geladen zijn. Een AW-proefje met een opgewreven rubberen feestballon had alle mist in één keer van de koffie gejaagd. Maar is dat een bewijs? De druppels leidingwater die uit de kraan lekten en die vast niet geladen waren doken van grote afstand richting ballon. Aannemelijk is dat de hoge ballonlading er een sterke ladingsverdeling induceerde. Anderzijds reageerde de damp die uit een fluitketel opsteeg helemaal niet op de ballon. Als de koffiemistdruppeltjes van de ballon af bewegen lijkt het bewijs wel geleverd. Maar dat zal je alijd zien: vergeten te kijken welke kant het op ging.

De privé-speurtocht naar de herkomst van de tompouce heeft tot dusver niets meer opgeleverd dan anderen al hadden gevonden. De suggestie dat de Franse kok Marie-Antoine Carême (ook Antonin Carême genoemd) de ontwerper is van het gerecht is tamelijk sterk. Hij was een uiterst creatieve en gewaardeerde kok en diende jarenlang als lijfkok van Talleyrand. Hij kookte op het Congres van Wenen en heeft een reeks van boeken op zijn naam staan.

Carême, geboren in 1784, kan al rond 1805 aan het ontwerpen van nieuwe gerechten zijn begonnen. Hij legde zich aanvankelijk toe op de banketbakkerij en publiceerde daarover in 1815 het boek `Le pâtissier pittoresque' dat nog steeds wordt herdrukt. Aan hem wordt de uitvinding van het ragoutbakje van bladerdeeg, de vol-au-vent, toegeschreven. Carême had grote beangstelling voor architectuur en werd vermaard met zijn pièces montées: enorme bouwsels van suikergoed en marsepein. Ook bedacht hij, zegt een Franse bron, de mille-feuille à étages, wat de wetenschappelijke aanduiding voor de tegenwoordige tompouce schijnt te zijn.

Wanneer en waar dit taartje voor het eerst in Nederland opdook is onbekend, de oudste vermelding is van 1875. In bijna heel Europa heet het nog steeds Napoleon-gebak, behalve in Frankrijk waar men de term `mille feuille' aanhield. De eenvoudigste hypothese is dat Nederland het aanvankelijk ook een Napoleon-taartje noemde en later uit spotternij overging op de naam tompouce. Tom Pouce is de aanduiding voor een soort Kleinduimpje. Tussen 1845 en 1860 traden hier twee lilliputters onder de naam Tom Pouce op met Napoleon-imitaties. Een Fransman had waarschijnlijk voor de naam Petit Poucet gekozen.

Bijgaande foto van de laatste zonsverduistering werd in Madrid gemaakt door Günther Können van het KNMI. De verduistering, die ringvormig werd, is hier behandeld aan de hand van een andere foto die een andere lezer opstuurde. Hij had een opname gemaakt van een grote hoeveelheid zonnebeeldjes op een auto. Het vreemde was dat de openingen van de zonnesikkeltjes niet allemaal dezelfde kant op wezen. Niet vreemd, schrijft Können nu. Het hangt helemaal af van de oriëntatie van het vlak waarop het zonnebeeld wordt geprojecteerd. Hier op de foto ziet men drie verschillende vlak-oriëntaties en drie verschillende sikkel-richtingen.