Column

Rakketakketak

De Amsterdamse buurvrouw van een van de neergemaaide criminelen omschreef het geluid prachtig op de radio. ,,Ik was gewoon in mijn huis, opeens hoorde ik rakketakketakketakketakketakketak.'' Vooral de Amsterdamse tongval kriebelt mijn ziel. En ik moet lachen om de terloopsheid waarmee ze het vertelt. Alsof ze daarna gewoon weer doorging met het opvouwen van de was. Niet meer verbaasd over een liquidatie. Kan ook niet meer. Weet nog dat Mieremet voor het kantoor van Hingst werd neergehaald en dat een bekakte Amsterdammer mij op golftoon mededeelde dat het knap lastig was omdat zijn auto daar voor de deur stond en hij nu een uurtje door de politie werd opgehouden. Crimi-overlast! Niet meer dan een geïrriteerd zuchtje.

Begin jaren tachtig woonde ik aan het Amsterdamse Singel boven een juwelier en tegenover het creditcardbordeel Yab Yum. Op een middag werd de juwelier overvallen door een stelletje hele zware jongens, die het voltallige personeel in een heel nauw toiletje opsloten. Ze propten hun zakken vol met diamanten en wilden vluchten, maar buiten stond de gewaarschuwde politie hen op te wachten. Omdat de agenten niet wisten hoe de situatie binnen was bleven ze op de gracht wachten. Het pand werd door tientallen agenten onder schot gehouden. Een van de daders vluchtte binnendoor naar boven, sloeg alle ruiten uit het trappenhuis om te kijken hoe hij het beste weg kon vluchten, betrad mijn zolderkamertje en verdween via de goot van de achterhuizen naar een paar zolders verderop. Daar sloeg hij een ruit in, ging naar beneden en probeerde daar via de voordeur weg te komen. Omdat er meerdere bedrijven in het pand zaten, wist niemand dat hij een van de gezochte criminelen was. Men zag hem aan voor een relatie van een klein reclamebureau dat op de bovenste etage gevestigd was. Men zei nog dat hij even moest wachten omdat er een overval gaande was. Dat deed hij keurig, tot het hem echt te lang duurde, waarop hij een fiets uit het halletje pakte en verdween. Toen pas zagen de verbaasde achterblijvers dat zijn zakken uitpuilden van het betere glimwerk. Op de brug bij de Herengracht werd hij overmeesterd. Later was hij een van de weinige criminelen die uit de Bijlmerbajes is ontsnapt. Wie hij was? De inmiddels omgelegde Arkan, jarenlang een van de meest gevreesde Joegoslaven. Hij was ook nog eens een beruchte oorlogsmisdadiger.

Ik mag dit sterke verhaal graag vertellen, zij het dat ik weinig gevaar liep tijdens deze overval daar ik met een mooie dame langs een strand liep te stamelen. Toen ik thuiskwam werd ik gewaarschuwd dat de overvaller een enorme teringzooi van mijn huis had gemaakt. Ik zag echter dat hij niks gedaan had. Het was altijd zo'n rommel.

De volgende dag kwam er een rechercheteam voor een sporenonderzoek. De ruitsplinters werden geteld en mijn hele huis werd ingesmeerd met cocaïne zodat ze de vingerafdrukken konden opnemen. Ik sloeg het gade en vond het eerlijk gezegd zeer spannend. Zeker toen de agenten vertelden dat het om een hele grote jongen ging. Ze keken naar de rotzooi waarin ik leefde en vroegen wat ik zoal deed voor de kost. Ik vertelde dat ik schrijver en/of cabaretier wilde worden en dat dat heel voorzichtig begon te lukken. Ze keken enigszins verbaasd. Wederom werd herhaald dat een van de zwaarste jongens uit het circuit gebruik had gemaakt van mijn zolderraam en het daaronder gelegen gammele gootje.

De wildste taferelen gingen door mijn kop en ik vroeg de aardige rechercheurs wat er gebeurd zou zijn als ik thuis was geweest. Was ik dan gegijzeld? Meteen neergeknald in zijn vluchtpaniek? Als menselijk schild meegevoerd? De besnorde chef van het team keek me rustig aan en zei: ,,Jij wil schrijver worden.''

De ruiten werden hersteld, de rotzooi opgeruimd, de krant heb ik bewaard en voorzichtig kwam het gewone leven in het geschrokken juweliershuis weer op gang. Wel weet ik dat ik nachten slecht sliep, de raarste dromen had en telkens oog in oog stond met zwaar bewenkbrauwde Joego's. En elke keer eindigde de droom met hetzelfde geluid: Rakketakketakketakketakketakketak!