Niemand heeft me gewaarschuwd

`Ineens lag mijn voet eraf. Het gebeurde op 20 juli van dit jaar. Ik liep met mijn vriendin op een stukje grasland op de vlakke top van de berg Hum, op het eiland Vis in Kroatië. We waren de berg op gereden en hadden de auto geparkeerd om te genieten van het mooie uitzicht over het stadje onderaan de berg. Bovendien was ik op zoek naar een startplek waarvandaan ik zou kunnen gaan paragliden. Op ongeveer vijftig meter van de parkeerplaats was er een flinke knal en een krater in de grond. Ik wist al na enkele tellen dat ik op een mijn was gelopen. Mijn eerste gedachte was `jezus, dat zoiets nu moet gebeuren'.

Ik had een zwaar jaar achter de rug. Deze vakantie was juist heerlijk ontspannend. We zijn met de auto naar Kroatië gereden. Op aanraden van een reisgids zijn we naar Vis gegaan. Een prachtig eiland, dat nog niet helemaal is ontdekt door het massatoerisme. We zouden er drie dagen blijven. Het was er heerlijk, we hebben gezwommen en gewandeld. Het cynische is dat het uitzicht vanaf de berg ons door een gids was aangeraden. Ik heb daar een beetje rondgelopen in mijn zwembroek en op slippers.

Vanaf de parkeerplaats kon je twee kanten op. Ik liep de kant op waar ik het uitzicht het mooist vond. Dat uitzichtpunt staat zelfs vermeld in reisgidsen als de Lonely Planet en de Rough Guide. Ik lette nog vrij goed op waar ik mijn voeten neerzette. Ik had een slang gezien, dus liep ik alleen op open stukken, niet te dicht langs de bosjes. Totdat ik op die mijn stapte.

Ik was vrij helder en dacht meteen aan de consequenties: ik kan nooit meer dit doen, ik kan nooit meer dat doen. Ik heb snel mijn slagader dichtgedrukt. Ik zat helemaal onder het roet en voelde een doffe pijn. Bovendien was ik direct bezorgd om mijn vriendin. Ik riep dat ze weg moest blijven. Misschien stond ze wel in een mijnenveld. Dat bleek gelukkig niet zo te zijn.

Mijn vriendin is hulp gaan zoeken in een radarstation dat we hadden gezien toen we de berg op reden. De militairen daar hadden de knal al gehoord. Ze reageerden vrij laconiek: ja, hier liggen inderdaad mijnen, kan gebeuren. In 1992 bleek ook al iemand op deze plaats op een mijn te zijn gestapt.

Twee soldaten hebben de wond afgebonden. Daarna hebben ze me uit de gevarenzone geholpen. Ik werd naar het radarstation gebracht, waar toevallig een helikopterlandingsplaats is. Dat was mijn geluk. Ik dacht nog: dat overleef ik niet, mijn been eraf in Kroatië. Maar ik hoefde maar een half uur tot een uur op de helikopter te wachten, dat viel me mee.

In de helikopter heb ik mijn ouders gebeld. De pijn werd erger. Ik was idioot helder, ik maakte nog grapjes over de Paralympics. Wel een beetje zwartgallig. De helikopter vloog naar Split. Daar moest ik alsnog lang wachten, totdat ik met de ambulance naar het ziekenhuis werd vervoerd.

Mijn voet lag er ongeveer vanaf mijn enkel af. Ik had nog even de hoop dat ik alleen mijn voet zou hoeven missen, maar de rest van mijn onderbeen bleek enorm beschadigd te zijn. Eerst moest ik een levensreddende operatie ondergaan. Ik heb me laten vertellen dat de wond behoorlijk vervuild en vergiftigd was. Er zat zelfs plastic in. Mijn andere been zat onder de zwarte korsten. Dat was niet alleen bloed, maar ook gesmolten plastic. Nu zitten er nog een paar rode vlekken.

Ik kon zeker niet snel naar Nederland. Ze hebben mijn been vanaf een stukje onder mijn knie geamputeerd. Ik leed vreselijke pijn, kreeg morfine. Daardoor kreeg ik last van hallucinaties.

Het ziekenhuis in Split zat vol met kakkerlakken. Patiënten rookten gewoon op hun kamer. Wel waren er veel goede zusters. Voor de mogelijkheden die ze hebben, is het een prima ziekenhuis. De dokters hebben de amputatie goed uitgevoerd. Ze zeiden in dit opzicht veel ervaring te hebben.

Toen ik precies een week later eindelijk naar Nederland mocht, ben ik in het AMC in Amsterdam terechtgekomen. Daar leek het goed te gaan, ik herstelde redelijk. Maar na een week trad daar een infectie op. Ze moesten mijn been nog een keer amputeren, een stukje hoger, maar nog steeds onder de knie. Die infectie vond ik eigenlijk erger dan het ongeluk. Ik voelde me doodziek. Bovendien had ik nu veel tijd om erover na te denken, waardoor de consequenties goed tot me doordrongen.

Gelukkig werd ik na de tweede amputatie goed behandeld in het AMC. Ik ben nog drie keer geopereerd. Daarbij moest ik worden verdoofd met een slangetje in mijn ruggenmerg, omdat de pijn anders te erg zou zijn. Ik lag als een dwarslaesiepatiënt in bed, dat was verschrikkelijk. Ik heb er nog vier weken gelegen.

Begin september verhuisde ik naar revalidatiecentrum Heliomare in Wijk aan Zee. Gelukkig mocht ik in de laatste week van oktober naar huis. Ik moest daar zo snel mogelijk weg. De behandeling was uitstekend, maar je voelt je gewoon ziek in zo'n omgeving. Hoewel rolstoelbadminton erg leuk is. Dertig keer serveren tegen een dwarslaesiepatiënt en dan maar hopen dat de shuttle een keer terug over het net komt. Al zitten er ook goede badmintonners tussen: meneer Vink kan heel aardig uit de hoek komen.

In het begin had ik nog een soort euforie: ik heb het overleefd! Iedereen zei dat ik van geluk mag spreken. Dat is iets merkwaardigs: ik heb natuurlijk juist pech gehad. In Kroatië heeft iemand tegen mijn vriendin gezegd: `Why do you cry? He's still alive!' Kroaten hebben een andere mentaliteit. Ze zijn getraumatiseerd door de oorlog. Daar zijn ze nog dagelijks mee bezig. En ze weten er veel van. Toen ik een paar mensen in het ziekenhuis vertelde wat me was overkomen, vroegen ze naar het type mijn: iedereen kent allerlei verschillende soorten mijnen. Ik heb het idee dat Kroaten nog zo met de oorlog bezig zijn dat een toerist die op een mijn stapt toch minder belangrijk wordt gevonden.

Het is me opgevallen dat er nogal wat misverstanden zijn ontstaan. Ik ben niet over een hek geklommen, zoals de Kroatische autoriteiten willen doen geloven. Ze hebben op de dag na het ongeluk een persbericht uitgegeven met die informatie. Ook een ander bericht, dat ik naar een bosbrand was gaan kijken, klopt niet. Er was wel een bosbrand, maar die had ik al gezien op weg naar de top van de berg. Bovendien was de brand op het moment van het ongeluk al bijna geblust. Het was niet de reden dat ik op het bewuste veldje was. In bijna alle berichtgeving stond trouwens dat mijn linkerbeen eraf ligt. Het is mijn rechterbeen.

Ik heb in de week na het ongeluk niemand van de Kroatische autoriteiten gezien of gesproken. Ik moest zelf om een politieverklaring smeken. Bij de politie ontmoette ik Jurica ˇZitko, een Kroaat die toevallig ook aan paragliden doet. Hij bleek veel van mijnen te weten en wilde mijn zaak aangrijpen om het probleem aan te kaarten bij de Kroatische autoriteiten. Hij heeft ook geprobeerd het verhaal aan te bieden bij een paar Kroatische kranten. Maar het verhaal werd bij elke krant overruled door de hoofdredacteur. Blijkbaar hebben de Kroatische media toeristische belangen te dienen. Mijn indruk is dat de Kroaten alles doen om mijn ongeluk stil te houden. Dat is een heel raar beleid. Ook de burgemeester van Vis heeft geen contact met me opgenomen. Op het eiland zijn ze doodsbang om toeristen te verliezen.

Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft om opheldering gevraagd bij de Kroatische autoriteiten. Het ministerie kreeg een voorlopig politierapport opgestuurd. Het is fijn dat Buitenlandse Zaken zich voor mij inspant. Ik sta als enkeling tegenover een staat, dus hulp is welkom.

De politieagent die ik sprak, was erg aardig. Hij wilde mijn verhaal wel bij hogere instanties aankaarten, maar het is nog maar de vraag of die er wat mee doen. Het ongeluk was wel groot nieuws in Kroatië. Maar dat de overheid het bestaan van mijnen op toeristische plaatsen verzwijgt, is blijkbaar te pijnlijk. Daar wordt niet over geschreven.

Die agent vertelde dat veel mensen thuis nog mijnen hebben liggen. Die mag je als het goed is zonder represailles inleveren, maar de praktijk leert dat je soms een dag wordt vastgehouden als je dat doet. Daarom dumpen mensen hun mijnen bijvoorbeeld in vuilnisbakken. Daar gebeuren veel ongelukken mee.

Het lijkt alsof Kroaten zich hebben verzoend met de aanwezigheid van mijnen in hun land. En ze wijzen allemaal naar de Serviërs. Dat is trouwens niet onterecht: ik heb verhalen gehoord over Servische soldaten die mijnen achterlieten in huizen die waren verwoest door de oorlog. Daarmee tref je mensen die na de oorlog terugkeren naar huis. Ze wilden zoveel mogelijk burgerslachtoffers maken. Echt verschrikkelijk.

Achteraf vind ik het vooral raar dat ik nergens voor werd gewaarschuwd. Er stonden geen borden met `mijnengevaar', of dat je niet van de weg af mag. Dat is in andere Kroatische gebieden al lang gebruikelijk. Inmiddels hebben ze ook op Vis waarschuwingsborden geplaatst. Dat is maar goed ook. Ik heb van tevoren informatie ingewonnen bij het plaatselijke toeristenbureau, op de veerboot, bij een gids en in de Lonely Planet en de Rough Guide. Niemand heeft me gewaarschuwd.

Kroatië heeft nu een eerste stap gezet, maar ze moeten de volle omvang van het probleem beseffen. Prijs gebieden met mijnen niet als toeristisch aan. Plaats overal een hek omheen. Zet er borden neer. Natuurlijk heb ik het liefst dat de mijnen worden opgeruimd, maar dat is duur en moeilijk. En de Kroatische mijnenopruimers schijnen geregeld te staken. Op Vis gebruikten ze de smoes dat de kaarten met de ligging van de mijnen zijn meegenomen door de Serviërs. Daarom zouden ze de mijnen niet kunnen opruimen.

Bovendien wil ik dat de Kroatische autoriteiten hun verantwoordelijkheid erkennen. Ze moeten gewoon toegeven dat het niet mijn fout was. Ik ga voor schadevergoeding, al heeft dat niet mijn eerste prioriteit. Het heeft lang geduurd voordat ik in contact kon komen met de juiste, verantwoordelijke autoriteiten. Ze hebben pas deze maand gereageerd. Ik was bereid om tot het eind van de wereld te gaan als er geen toenadering was gekomen.

Ik ben nu ook actief tegen mijnen. Vorige week hebben vrienden van mij een benefietevenement georganiseerd, met muziek en kickboksen. Dat moet geld opleveren om tegen mijnen te strijden.

Ik deed aan paragliden en bergbeklimmen. Dat zal lastig worden met een prothese. Ik ben de rest van mijn leven verminkt. Dat is toch vrij ernstig. Ook in mijn werk als archeoloog is het lastig: ik moet natuurlijk veel op mijn knieën zitten. Toch ga ik verder als assistent in opleiding. Ik doe onderzoek naar heiligdommen in Midden-Italië. Gelukkig ben ik inmiddels weer in Italië aan de slag geweest.

De vraag is ook of ik nog auto kan rijden, wat toch vrij noodzakelijk is voor mijn werk. Misschien kan ik met links in een automaat leren rijden, dat is even afwachten. En ik moet verhuizen. Ik woon op drie hoog in Amsterdam. Ik heb wel een medische urgentieverklaring gekregen om voor een andere woning in aanmerking te komen, maar dat is niet zomaar geregeld. Ik moet mijn hele leven reorganiseren.''

Wilt u reageren? Mail uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam