Leuk is niet moeilijk maak het niet makkelijker

De belangstelling voor de bèta-vakken neemt af. Ze zijn niet leuk genoeg. Hoe worden ze leuker? Liefst zonder dat woord te gebruiken.

Soms wil ik een woord wel een jaar verstoppen. Iedereen zoekt het, niemand vindt het, na dat jaar haal ik het weer tevoorschijn. Niet dat ik iets tegen zo'n woord heb, maar ik wil weten wat er in tussentijd ontstaat aan andere woorden waarmee mensen het dan gaan zeggen. Kandidaten om te verstoppen? Marktwerking, studiehuis, duurzame ontwikkeling, God, democratie. Niet dat ik iets tegen studievaardigheden of mensenrechten heb, ik merk alleen dat vlaggen als studiehuis en democratie ook nogal eens dubieuze ladingen zijn gaan dekken – of zelfs legitimeren. Even pauzeren dus, en dan na een jaar weer opgeruimd genieten van het uitgeruste en opgefriste woord. Of misschien is het woord zelf wel opgeruimd.

Een woord dat ik graag zou willen opschorten is `leuk'. Niet over de volle breedte, maar binnen de context van het onderwijs. Het woord context zelf kom ik trouwens ook wel erg vaak tegen in de context van het onderwijs.

Wat is er aan de hand? Steeds minder Nederlandse jongeren hebben belangstelling voor een exacte of technische opleiding. Dat is lastig voor onderzoek en industrie. De prognose is nu al een tekort aan afstuderende bèta's en technici van vierduizend per jaar. En de kenniseconomie-ambitie van de regering om investeringen in onderzoek en ontwikkeling naar drie procent van het BBP te brengen (een EU-afspraak uit Lissabon) vraagt om nóg meer bèta's, reden voor de overheid om in een Deltaplan tientallen miljoenen per jaar te reserveren, waarvan een deel wordt gebruikt om de bètavakken in het voortgezet onderwijs aantrekkelijker te maken. Het tekort is ook iets waar we ons om culturele redenen zorgen over moeten maken. Kennis van de modellen en wetmatigheden die in de natuur herkend en in de techniek gebruikt worden, het heen en weer kunnen denken tussen verschijnselen in de natuur en abstracties in beelden en wiskunde: dat moeten we koesteren, ook dat is erfgoed.

Naar de oorzaken van deze afnemende belangstelling wordt onderzoek gedaan. Er zijn aanwijzingen: naarmate een land rijker en een conjunctuur beter wordt, schuift de interesse van exacte vakken en techniek naar opleidingen die managers voortbrengen – rechten, bedrijfskunde, economie. Die beroepen krijgen in rijkere landen meer kansen dan in arme, die studies zijn makkelijker, en managers van ingenieurs verdienen meer dan ingenieurs. Hoe lucratiever, hoe leuker.

Hoe kunnen exacte vakken zelf weer leuk worden?

Leuk maken kan zijn: laten zien dat het ergens over gaat, een verschijnsel, een toepassing. Leuk is niet opgeleukt, niet aan het eind van een hoofdstuk nog even een toepassinkje, dat valt door de mand. Ook het inkleden van sommen in kunstmatige situaties uit de echte wereld heeft iets verdachts, een groep bezorgde wiskundigen heeft zich al verenigd onder het motto ,,een rechthoek is geen voortuin''. Toepassingen uit huis, tuin en keuken, inderdaad soms aangeduid als contexten, komen dan te makkelijk als een zware jas om de schouders van een begrip of theorie te hangen. De jas krijgt meer aandacht dan de inhoud, leerlingen herkennen het begrip niet als het een andere jas draagt. Ook niet als de jas leuk is.

Nu kan wiskunde zelfs leuk zijn als het nergens over gaat, zonder context, fascinerend als een puzzel. In de natuurwetenschap is een context onvermijdelijk, niet als jas, maar als vraagstelling. Het gaat over elektronen of over patiënten, over organismen of over huisdieren, over bewegingsenergie, het afbreken van suikers of over sport. Als je dan toch een context moet kiezen om een theorie in aan te bieden, kies er dan een die de kinderen duidelijk maakt hoe je die in een beroep kunt gebruiken, of die hun spannende verschijnselen leert kennen. Leuk, dat is in elk geval motiverend. Relevant doet het ook nog steeds goed: gezondheid, leven en dood blijven leerlingen fascineren. Exotisch, mysterieus, dat komt er tegenwoordig ook bij, zoals zwarte gaten, of statistiek om paranormale verschijnselen te toetsen. Van dat soort onderwerpen weten we dat die leerlingen boeien, daar zetten ze hun tanden nog wel in.

Echt leuk is de ervaring dat je iets kunt, een puzzel oplossen, een puzzel formuleren, een verschijnsel verklaren, een voorspelling doen die misschien zelfs uitkomt. Het bèta-onderwijs moet de leerlingen meer kans op succes bieden, het moet bevredigend zijn. Die puzzels en die verklaringen moeten wel iets van je eisen. Makkelijker moeten we het niet maken, daar wordt het niet leuker van. Veeleisend en toch bevredigend? Meer tijd zou een oplossing bieden, maar de politieke context helpt niet echt. In havo en vwo hebben we sinds enkele jaren min of meer de indeling in A en B terug: twee A-profielen en twee B-profielen. Maar wel, zeker met de aanpassingen voorzien voor 2007, met 10 à 20% minder tijd voor bètavakken in de B-pakketten dan tijdens de Mammoetwet. Ook dat is een politieke keuze, die is met geen deltageld of context op te leuken.

We vatten samen: motiverend, fascinerend, relevant, exotisch, mysterieus, veeleisend, bevredigend. Het woord leuk kan met ingang van heden vervangen worden.

Natuurkundige, werkt als onderwijsontwikkelaar bij het AMSTEL Instituut, expertisecentrum voor bèta-onderwijs, Universiteit van Amsterdam