`Leider verzet overleden'

Een van de belangrijkste medewerkers van de vroegere Iraakse leider Saddam Hussein, Izzat Ibrahim al-Douri, is gisteren overleden. Dat heeft de nu ondergrondse Ba'ath-partij bekendgemaakt. Volgens een verklaring die werd voorgelezen op het televisiestation Al Arabiya overleed ,,de leider van het verzet'' (tegen de Amerikaanse troepen in Irak) in de nacht van donderdag op vrijdag. Zijn dood is niet bevestigd uit onafhankelijke bron.

De 63-jarige Izzat Ibrahim was de hoogste overgebleven functionaris op de Amerikaanse lijst van voorvluchtige leden van het verdreven regime van Saddam, die nog worden gezocht. De Amerikanen hadden een beloning van tien miljoen dollar uitgeloofd voor informatie die tot zijn aanhouding zou leiden.

Volgens enkele Amerikaanse bronnen speelde hij na de Amerikaanse invasie in Irak een belangrijke coördinerende rol bij aanslagen op de Amerikaanse troepen. Maar ook werd verondersteld dat hij door zijn ziekte, leukemie, de laatste tijd nauwelijks meer een leidinggevende rol kon spelen in het sunnitische verzet. Een jaar geleden werd gemeld dat Izzat Ibrahim was opgepakt in een ziekenhuis bij Tikrit, waar hij zich liet behandelen voor zijn leukemie. Dat bericht bleek vals.

Izzat Ibrahim al-Douri gold als de rechterhand van Saddam. Al sinds de staatsgreep van 1968 waarmee de Ba'ath-partij de macht greep, behoorde hij tot de kleine groep van vertrouwelingen van Saddam.

Hij was belast met het `noorden' van Irak, toen het regime daar in 1988 aanvallen met gifgas uitvoerde op Koerden, met name in Halabja. In de aanloop tot de Golfoorlog in 1991 waarschuwde hij de Koerden met de woorden: ,,Als jullie Halabja zijn vergeten, zijn we graag bereid die operatie nog eens over te doen''.