Kleren maken de vrouw

De Amsterdamse Najat Rabbae probeert in te burgeren in Marokko. Over de kracht van mooie haren.

Als een tikkeltje ijdel meisje was ik nooit bepaald aangetrokken tot het dragen van een hoofddoek. Waarom zou je je mooie haar verstoppen onder een doek? Ook leek het me onhandig en het ontbrak me bovendien aan de religieuze overtuiging. Ik heb er dan ook nooit een gedragen en mijn vrienden in Nederland vroegen me angstvallig of mijn familie in Marokko dit van me zou verlangen.

Mijn familie heeft er met geen woord over gerept. Ook in Marokko lijkt het dragen van een hoofddoek niet meer aan een éénduidige richtlijn gebonden. In de Koran staat dat vrouwen zich ter bescherming tegen mannen respectvol moeten kleden door alles behalve hun gezicht, handen en voeten te bedekken. Maar door invloeden van de vele in het buitenland studerende kinderen en de televisie, waar Arabische zangeressen in clips even schaars gekleed gaan als Britney Spears, versoepelt de kledingcode voor vrouwen hier langzaam maar zeker. Steeds meer buitenlandse maar ook Marokkaanse werkgevers vragen vrouwen de hoofddoek thuis te laten, wat ook hier vaak geweigerd wordt. Het merendeel van de vrouwen draagt op straat nog steeds een hoofddoek en kleren die de vrouwelijke vormen bedekken. Dit betekent overigens niet dat de vrouwen bedeesd zijn. De Marokkaanse vrouw schreeuwt ongeduldig om de prijs van de sinaasappels, loopt zelfverzekerd over straat, staat kortom haar mannetje.

In mijn ijver om decolleté-loze T-shirts met lange mouwen mee te nemen, was me ontschoten dat ook de vorm van de billen aan het mannenoog moet worden ontrokken. Op straat trek ik in mijn spijkerbroek dus alsnog ongewilde aandacht. Recalcitrant denk ik: `Als mannen niet eens tegen een vrouw in een broek kunnen dan leren ze dat maar!' Het suikerfeest, waarbij iedereen traditioneel gekleed gaat, is echter een goed excuus om een djellaba te laten maken. De djellaba, een lang gewaad met wijde mouwen en een capuchon, is een typisch Marokkaans kledingstuk dat men over de gemakkelijke pyjama-outfit gooit bij het verlaten van het huis.

Op straat observeer ik als een undercover agente vanonder mijn djellaba de mensen om me heen. Wordt er anders op me gereageerd? Ben ik opgenomen in de massa? Het lijkt er verdomd veel op. Ogen glijden soepeltjes over me heen, geen nieuwsgierige of brutale blikken meer, geen gesis of zachte toespelingen; ik ben anoniem. En dit dankzij een lapje stof. Hoewel het fijn is om met rust gelaten te worden, heb ik het gevoel de boel te neppen. Uiterlijk lijk ik nu een oer-Marokkaanse meid maar het Arabisch dat over mijn lippen komt is gebrekkig en met een vreemd accent. Zodra ik mijn mond opendoe, val ik door de mand, want altijd wordt er gevraagd waar ik vandaan kom. Ik stel me een blond meisje op klompen (Zeeuws meisje) voor dat Nederlands praat met een zwaar Marokkaans accent en grinnik om de vreemde indruk die ik zal maken.

Wanneer ik weer blootshoofds en in joggingpak een wandelingetje maak met mijn nicht in djelleba en hoofddoek, vraag ik haar of de mensen mij nu afkeuren. Nee, zegt ze, je bent nog jong en bovendien nog niet getrouwd dus om een man te strikken mag je best je haar in de strijd gooien.

Ook in Marokko geldt blijkbaar dat in tijden van liefde (en oorlog) alles geoorloofd is.