Kate Bush in gesprek met Schubert, Brahms en Pink Floyd

Na twaalf jaar is er eindelijk nieuw werk van Kate Bush, hoort Joost Zwagerman. Hoe past de sensuele koningin van het fluisterzingen in 2005?

MTV zond een item uit over de do's and don't's van drie skaters. Alle drie waren ze zestien jaar, en alledrie bewogen ze zich overeenkomstig die leeftijd met aanstekelijk élan voort in het illusoire domein van het eeuwig heden. Dat eeuwige heden stoffeerde tot in de details hun bestaan: hun taal, humor, bluf, guts en frisse zin.

Bij één van de drie hing zo'n merkteken aan de verder kale wand van de uitgewoonde kamer. Het was de elpeehoes van The Kick Inside, het debuutalbum van Kate Bush uit 1978. De hoes hing er overduidelijk bij als iets waarvan voor de jongen een bekoring uitging die zich ver buiten de bedoelingen van de artiest zelf en buiten de miljoenenpubliek van weleer bevond. Voor de skater was het vermoedelijk een frappant beeld dat een onverwacht eigentijdse aantrekkingskracht bezat. Een geinig design uit een verstoft decennium, onbedoeld hippe kleurcombinaties, en niet te vergeten de toen negentienjarige Bush zelf – de jongen had een chickie van vroeger met dubbel-D in de tent. Bush poseerde tegen een achtergrond van een Chinese draak en een oosterse belettering die nu, bijna dertig jaar later, dankzij de door Quentin Tarantino aangejaagde voorliefde voor B-films uit Azië, nogal gewild is op t-shirts van Replay, Diesel en G Star.

Ik luisterde deze week naar Aerial, het nieuwe album van Kate Bush, haar eerste sinds twaalf jaar. Terwijl de etherische klanken zich ontrolden, wilde de gedachte aan die jongenskamer van de skater maar niet wijken. Bij iedere nieuwe track resoneerde in mijn beleving nadrukkelijk het hele oeuvre van La Bush mee; de prille ode aan Emily Brontë's `Wuthering Heights' waarmee ze eind jaren zeventig als negentienjarige nimf wist te verbluffen; de dikgeplamuurde mystiek en esoterie in haar vroegste songteksten, en niet te vergeten de mistige sfeer van Ierse moors, magie, druïden, en wapperende jurken als op de doeken van Gabriël Rossetti. Geweldig, die siddering van meisjespoëzie uit die vroege jaren van Kate Bush: `The Man With The Child In His Eyes', `Don't Push Your Foot On The Heartbrake'. Zodra die zinnen eenmaal opfladderen temidden van de muziek van de piepjonge Bush, verhieven zich die teksten uit hun Bouquetreeks-sferen en promoveerden tot onvergetelijke one-liners.

En dan, een fase later, het experiment van het vierde album The Dreaming uit 1982, de artistieke volgroeiing op haar meesterwerk Hounds Of Love en natuurlijk ook de onweerstaanbare hits als `Cloudbursting' en `Army Dreamer'. En altijd was er die unieke stem, die een looping kan maken van loepzuiver en intens warm naar nagelbordkrassend schril. Hoe dan ook volgde ik haar al die jaren trouw, en ik gaf me telkens weer gewonnen voor haar ernst en experimenteerzucht; voor de dappere afwezigheid van ironie, camp en populisme. Hier was iemand met toewijding bezig kunst te maken, high art in het genre waar de regels en gewoonten van de low culture toch doorgaans de overhand hebben.

Als zo iemand na twaalf jaar stilte met een dubbelalbum komt, kan het niet anders of al dat eerdere werk doet in volle glorie mee. Maar tegelijkertijd drong zich dus die energieke skater op. Aerial opende de vlindervleugels van het concept-album, en ik probeerde me voor te stellen wat die jongen eigenlijk zou horen als ie de moeite nam dit zeer, zeer serieuze werkstuk tot zich te nemen. Ik vrees: hartverkrampend erge dingen. Muziek die nergens een ontsnappingsluikje naar de humor en zelfspot biedt. Muziek die met loden ernst de essentie van muziek wil zijn, echter met flagrant gebrek aan één eigenschap: vitaliteit. Klassieke popmuziek zonder licht of lucht, en een zangstem die op veel tracks heel frèle en heel fraai wordt geserveerd op een bedje van pianogekeutel. Wat je ook hoort: vogelgeluiden. Citaten van kinder-uitspraken. Iets harperigs en tokkelends. Uit de poriën van de songteksten druppelt gestaag de damespoëzie.

Neem `Mrs. Bartolozzi'. Wij horen: een sensuele meditatie over dames- en herenkleding die zachtzwiepend over elkaar heen buitelt in de wasmachine. Wij horen óók: een dame die wel tien keer achter elkaar één woord fluisterzingt alsof dat woord de heilge graal openbaart. Wat is dat woord? `Washing machine'. Je zou er de slappe lach van krijgen.

Kortom: hoeveel Kate Bush kan een skater van vijftien verdragen? Moet je zo iemand gaan vervelen met de uitleg dat Kate Bush popmuziek tot hoge kunst verheft; dat ze het stilzuivere van een gedroomd nirvana in muzikaal opzicht wil ontsluiten? Met zulke dikke woorden gaat bij die jongen de slappe lach alleen maar in crescendo. Je kunt die woorden evengoed inruilen voor wat steekwoorden waarbinnen Aerial óók thuishoort: het koffieconcert, de omroep Max, een D'66-partijcongres en de leesclub van plattelandsvrouwen die zich laven aan het oeuvre van Paulo Coelho.

Nog steeds in denkbeeldig gesprek met de skater belandde ik intussen bij de track `A Coral Room' – en ging volledig overstag. Met een kaal piano-arrangement als strohalm draagt Bush hier een bijna ondraaglijk prachtig levensbericht over. Op het laatste album van dEUS zingt Tom Barman een regel over `the ridicolous and the sublime'. Dát zijn de uitersten waartussen Aerial, net als zoveel andere grote kunst, meer dan gemiddeld en met alle risico's van dien laveert: het belachelijke en sublieme. Aerial is pretentieus, tenenkrullend, zeikerig, bij vlagen idioot en onbedoeld lachwekkend – maar ook dapper, volstrekt authentiek, compromisloos en oninwisselbaar. En als het mooi is, is het ook meteen overweldigend en weerloos-makend mooi.

Kate Bush is twee weken jonger dan Madonna. En terwijl de naar de vijftig galopperende queen of pop zich in 2005 in de clip van de recente hit `Hung Up' hult in een balletpakje uit de kledingkist van de jaren-tachtigfilm Flashdance en bovendien een Abba-riffje als referentiekader presenteert, overreikt Kate Bush op diezelfde leeftijd een muzikaal privé-domein dat zich wil laten definiëren door onder meer `Die Winterreise' van Schubert, de `Vier ernstige Gesänge' van Brahms en, bien étonnée, de concept-albums van Pink Floyd. Verschil moet er wezen, ja. Madonna concentreert zich wederom op de kransslagader van de tijdgeest; Kate Bush doet een beroep op de hypofyse van eeuwige schoonheid – met excuus voor de kennelijke geïnfecteerdheid door Bushiaanse metaforiek.