`Japanners hebben geen zelfspot'

In de Japanse designweek presenteert de Nederlandse ontwerpster Samira Boon haar verrassende kijk op Japanse artikelen als monddoekjes en schuifdeuren.

,,Japanners zijn veel te serieus om een grap over zichzelf te maken'', zegt Samira Boon, een Nederlandse ontwerpster in Tokio. ,,Ze moeten twee keer nadenken als ik de spot met mezelf drijf.'' Dit gebrek gaf Boon drie jaar geleden de kans een gat in de markt aan te boren, en zich uiteindelijk als onafhankelijk ontwerpster in Japan te vestigen. Nu is ze één van de dertig jonge ontwerpers die tijdens de designweek in Tokio begin november werden gepresenteerd onder de vlag van de Milanese internetpublicatie Designboom.

Boon was destijds in Japan voor onderzoek nadat ze in Delft de studie bouwkunde had afgerond. Het onderzoek kwam nooit echt van de grond na een grap op een afscheidsfeestje. Boon drukte destijds afbeeldingen van dierensnuiten op de saaie, witte mondmaskers die Japanners vaak dragen als ze verkouden zijn of last hebben van hooikoorts. In plaats van een ziekenhuisblik heeft de drager opeens een varkenssnuit. De maskers waren afscheidscadeaus voor vrienden die het land verlieten om de Australische rimboe in te trekken. ,,De reacties hielden niet op'', en zo groeide het masker uit van een persoonlijke grap tot een populair hebbeding in de schappen van een hippe Tokiose winkel. Ook al hebben Japanners misschien ,,van nature geen zelfspot'', zegt Boon nu, ,,ze zien er uiteindelijk wel de grap van in.'' Meer ideeën volgden en nu, drie jaar later, erkenning door Designboom.

De designweek in Tokio is een van de grootste designevenementen ter wereld. Nederlandse topontwerpers als Piet Hein Eek, Marcel Wanders en Job Smeets krijgen er ereplaatsen. ,,Indrukwekkend'' hoe Nederlandse ontwerpers hier al zijn doorgedrongen, concludeert Lucie Huiskens, adjunct directeur van de Premsela Stichting voor bevordering van Nederlands design, tijdens dit eerste bezoek aan de Tokiose week. Desalniettemin wil ze volgend jaar met een grotere delegatie komen.

Voor Samira Boon is Japan noch een exportland, noch het land dat haar heeft opgevoed. Wel is het haar dagelijkse werkomgeving. Zoals ze ooit oneerbiedig varkenssnuiten op deze maskers afdrukte, zo zoekt ze permanent nieuwe mogelijkheden voor oude gebruiken. ,,Door de afstand heb ik een andere kijk op de Japanse cultuur dan Japanners zelf,'' zegt Boon. ,,Dat maakt me vrijer in de interpretatie van Japanse gebruiksvoorwerpen.'' En vanuit haar bouwkundige achtergrond heeft ze ,,een andere benadering tot materialen''. Zo vond ze in een doe-het-zelfzaak doorzichtig, zacht plastic dat werd verkocht als ,,tafelzeil''. Via traditionele vouwmethoden maakte ze hieruit een schoudertas – te koop in de winkel van het Stedelijk Museum Amsterdam – en via hetzelfde principe in andere formaten een portefeuille of houder voor visitekaartjes.

Inspiratie is er genoeg in Tokio, dat ze omschrijft als een schreeuwende chaos: ,,De stad is lelijk omdat er niets is gereguleerd, maar daardoor is in de chaos wel zo nu en dan een parel te vinden. Dat kan een gebouw zijn, maar ook iets heel kleins als een vouwtechniek of een punaise'', zegt Boon.

In haar laatste project daagt ze het idee uit dat schuifdeuren – alom aanwezig in Japanse huizen – in Japan altijd van papier moeten zijn. In samenwerking met het Amsterdamse bureau Next Architects, dat op zoek was naar een interessante schuifdeur, is het idee ontstaan om een schuifdeur te bespannen met driedimensionale stof – via speciale weeftechnieken en het gebruik van elastiek experimenteert Boon momenteel met stof waarin reliëf ontstaat. ,,Japanners denken bij schuifdeuren alleen aan papier'', zegt Boon, ,,en zijn dus helemaal verrast.''