`Ik had Donners nummer'

Pieter van Vollenhoven belde minister Donner met het verzoek de uitzetting van de overlevenden van de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost met een week op te schorten.

Het telefoontje kwam tijdens de ministerraad. Pieter van Vollenhoven, voorzitter van de Onderzoeksraad voor veiligheid, belde minister Donner met het verzoek het uitzetten van overlevenden van de Schiphol-brand op te schorten. De onderzoeksraad, zei hij, heeft ten minste een week langer nodig voor het ondervragen van de ongeveer vijftig gedetineerden die tijdens de brand in de vleugels K en J zaten. Vanuit Berlijn licht Van Vollenhoven zijn ingreep toe.

Heeft u minister Verdonk teruggefloten?

,,Ik houd het op een denkfout. Het openbaar ministerie moet de vraag beantwoorden wie er schuld heeft aan de brand, de verantwoordelijken opsporen. Daarvoor zijn inmiddels alle verhoren afgerond en zijn er proces verbalen opgemaakt.

Minister Verdonk verkeerde in de veronderstelling dat de uitzetting van de overlevenden daarom kon worden hervat. Ze zijn immers niet meer nodig voor het strafrechterlijk onderzoek. Maar de Onderzoeksraad voor veiligheid moet de oorzaak van de brand achterhalen en hoe die zo snel om zich heen kon grijpen. Wij zijn dus op zoek naar andere informatie dan justitie.

Ook al krijgen we alle verslagen van het OM, het is van belang dat we de betrokkenen ook nog eens zelf kunnen horen. Bovendien kunnen de gedetineerden zich wat het strafrechterlijk onderzoek betreft op hun zwijgrecht beroepen.''

Wat gebeurt er als u de gedetineerden nog langer dan een week nodig heeft voor uw onderzoek?

,,Ik heb van minister Verdonk de toezegging gekregen dat ik de tijd krijg die ik nodig heb voor het onderzoek. Als ik kan beargumenteren dat dat langer dan een week is, schort ze de uitzetting van deze groep gedetineerden langer op. Maar ik wil ook niet weer té veel tijd nemen.''

Waarom belde u Donner en niet meteen minister Verdonk?

,,Ik had het telefoonnummer van minister Donner, niet dat van minister Verdonk. Maar ik heb haar gistermiddag ook zelf gesproken.''

U gaat ook de nazorg van de brand onderzoeken. Moet u daarvoor niet alle 268 overlevenden spreken?,,Wat de nazorg betreft spitst de Onderzoeksraad voor veiligheid zich toe op een deel van de gedetineerden, namelijk degenen die in vleugel K zaten, waar de brand ontstond, en in J, de aanpalende vleugel. De groep dus die er het dichtst bij was. Dat is dezelfde groep die ik wil ondervragen over de oorzaak en afwikkeling van de brand. De vierde poot van ons onderzoek, de vraag of alle wettelijke voorschriften wel in acht zijn genomen, richt zich op het héle cellencomplex.''