IJdeltuiterij ten koste van dieren

Marianne Thieme is directeur van Wakker Dier, een organisatie met als doel ,,het verbeteren van het welzijn van dieren in de bio-industrie en het onder de aandacht brengen van misstanden''. Ook is zij voorzitter van de Partij voor de Dieren, een politieke partij die opkomt voor de rechten van dieren.

``Een onderzoek van de Dierenbescherming heeft vorig jaar uitgewezen dat 70 procent van alle mensen tegen dierproeven is. Daaronder zijn ook mensen die zelf ernstig ziek zijn. Tegen mensen die tegen dierproeven zijn, wordt vaak gezegd dat ze daarmee de ontwikkeling van medicijnen tegenhouden en dat ze met hun standpunt het dier boven de mens stellen. Dat is een voorstelling van zaken die niet is onderbouwd. Zolang je niet veel meer geld uittrekt voor het onderzoek naar alternatieven, kun je niet zeggen dat dierproeven noodzakelijk zijn. Pas als je alle alternatieven intensief hebt onderzocht, kun je zeggen: we hebben geen alternatieven gevonden. Zover is het nog lang niet. Wat minister Hoogervorst uitgeeft aan onderzoek naar alternatieven, is een schijntje vergeleken bij de 500 miljoen euro die per jaar in het dierproevenonderzoek gaat zitten.

De Wet op de dierproeven wordt binnenkort geëvalueerd. Een van de belangrijkste conclusies moet zijn dat er veel te weinig openheid wordt gegeven. Er zijn wel ethische commissies die de experimenten beoordelen op nut en noodzaak, waarbij ze het `ja mits'-criterium hanteren in plaats van het `nee tenzij'-principe, maar openheid over de precieze experimenten ontbreekt. Je weet dus niet wat er gebeurt en of het doel gerechtvaardigd is. De reden voor dat gebrek aan openheid is dat de wetenschappers hun onderzoeksresultaten niet willen prijsgeven. Er is grote concurrentie. De onderzoeksinstituten willen opdrachten binnenhalen. De wetenschappers werken met grote betrokkenheid aan medicijnen tegen kanker en aids en ze willen als eerste met nieuwe resultaten naar buiten komen. Ze willen scoren. Het is vaak ijdeltuiterij, die echter wel ten koste van dieren gaat.

Ik kom zelf uit de wereld van de wetenschap en ik weet hoezeer er steeds maar weer vanuit wordt gegaan dat dierproeven noodzakelijk zijn. Zodra er iets is ontdekt, moet het eerst gevalideerd worden met dierproeven. Redacties van wetenschappelijke tijdschriften vinden dat heel belangrijk en hoogleraren ook, en dus ook al die oio's en aio's die hun best willen doen voor die hoogleraar. Terwijl je vaak heel goed de effecten van een medicijn op mensen kunt onderzoeken. Er zijn talloze mogelijkheden om cellen te kweken, en computersimulatie te gebruiken. Dat dierproeven tot zinvol onderzoek zouden leiden, wordt steeds meer bestreden. De echte doorbraken in de medische wetenschap komen door preventie en door onderzoek op mensen. Dierproeven kunnen zelfs contraproductief zijn. Zo is het vaccin tegen polio lange tijd tegengehouden doordat het bij apen niet werkzaam was. Later bleek dat het op mensen wel aansloeg.

Nederland is afgezien van een paar oosterse landen het enige land waar chimpansees worden gebruikt voor dierproeven. Ze hebben bij het BPRC veel uit te leggen over het gebruik van mensapen. Mijn persoonlijke mening is dat je wel erg gevoelloos moet zijn om dieren die zo verschrikkelijk veel op mensen lijken, te infecteren met hepatitis of hiv. Dat je dieren als object kunt beschouwen, als een instrument van de mens, is een achterhaalde gedachte. Dieren hebben een intrinsieke waarde, zo staat het ook in de wet. En dan moet je dus niet dieren in een kooi stoppen en kijken wat er gebeurt in het gedrag van apen als het jong van de moeder wordt gescheiden, of hoofden van apen verwisselen. Afschuwelijke onderzoeken die in de jaren zeventig en tachtig werden gedaan.

Het aantal dierproeven moet drastisch worden beperkt. Ik pleit voor een tweesporenbeleid. Er moet veel meer onderzoek worden gedaan naar alternatieven voor dierproeven, en er moet over de bestaande dierproeven meer openheid gegeven worden. Die openheid zal al meteen leiden tot veel minder dierproeven. Want dan kunnen onderzoeksinstituten van elkaars resultaten kennisnemen, en hoeven ze niet steeds het wiel opnieuw uit te vinden. Er wordt inderdaad ook veel actie gevoerd tegen proefdiercentra, maar de methode is niet het bedreigen van mensen. Elke vorm van geweld tegen wetenschappers die dierproeven doen is contraproductief, want daardoor krijgt de maatschappij sympathie voor hen en in de politiek wordt het onderwerp dierproeven vervolgens taboe. Waar ik in geloof, is dat steeds meer mensen zich realiseren dat wij mensen niet langer op deze manier met dieren kunnen omgaan. Niet met dierproeven, en niet in de bio-industrie. De huidige vogelgriep bewijst dat onze omgang met dieren een van de grote problemen op de wereld gaat worden. Het bedreigt de gezondheid van de mensen zelf. Dat krijgen steeds meer mensen in de gaten en daardoor staat de Partij voor de Dieren in de peilingen nu op één zetel. En doordat wij groeien, zie je dat andere partijen in de Tweede Kamer harder voor dieren gaan lopen. Let maar eens op!''