Hollands Dagboek: Tineke Lintjens

Wie Tineke Lintjens (44), coördinator van de Werkgroep Kerk en Asielzoekers bij oecumenisch diaconaal centrum Stem in de Stad in Haarlem. Woont in Haarlem, ongehuwd, twee kinderen: Farai (5) en Tatenda (3).

Waarom Woonde deze week in Turkije de begrafenis bij van een van de slachtoffers van de Schipholbrand.

Schrijft `Nederland weet niet half in wat voor situaties mensen terecht komen met dit inhumane asielbeleid.'

Leest momenteel: `Alle verhalen' van Arthur Japin

Heeft in de cd-speler liggen: Momenteel even niets

Laatste vakantie: Soestduinen

Laatste keer gesport: Fitness, iedere donderdag

Laatste keer uit: Film

Gelooft in: Het goede in de mens

Dinsdag 1 november

Als ik opsta liggen de kleintjes nog in diepe rust. Wat heerlijk toch zo onschuldig slapen. Ik heb zelf een slechte nacht achter de rug. Voortdurend liggen malen. Dat is eigenlijk iedere nacht al sinds de brand op Schiphol. Ik voel dat het slaapgebrek me begint op te breken. Nadat ik Farai en Tati heb weggebracht, fiets ik door naar het werk. Wanneer ik het aanloopcentrum binnenkom, valt mijn oog op de foto van Kemal. Hij staat bij de grote kaars, in het herdenkingshoekje. Ik voel de brok in mijn keel.

Het duurt niet lang of de vrijwilligers en andere collega's komen ook binnen. Er hangt een bedrukte sfeer. We kunnen het ons nog steeds niet voorstellen. Iedereen is blij dat we zaterdag even samen zijn geweest om elkaar tot steun te zijn. Henk is vandaag jarig en we willen het leven vieren. Dus we zingen toch maar en eten taart. Dan druppelen de bewoners van het noodhuis binnen, de mensen die met Kemal in een huis woonden. Er wordt gehuild, weinig gewerkt, veel gepraat en er is veel telefoon. Ik bel 's middags met Erol, de neef van Kemal. Ook de familie Mehmet bel ik, zijn schoonzus en ik praten een dik half uur. Over verdriet en boosheid.

Twee Vandaag komt om half vier thuis langs voor opnamen. Ze willen dat ik met een taxi naar Hilversum kom, maar dat doe ik echt niet. Ik heb al zo weinig tijd gehad voor de kinderen. Ze komen dus mijn kant op. Ik voel me voortdurend opgejaagd, onrustig. Mijn zus Chris zal vanavond oppassen want ik ga met Barbara en Anne naar de herdenkingsbijeenkomst in Amsterdam. In de Dominicuskerk is het druk, ik zie veel bekenden onder wie oud-collega's van VluchtelingenWerk. De betrokkenheid van iedereen doet me goed. De pers vind ik erg opdringerig.

Woensdag

Na de herdenkingsbijeenkomst gisteravond heb ik bijna niet geslapen. Met name de ontmoeting met de schoonzus van Mehmet (Kemals celgenoot die ook is omgekomen) heeft me erg aangegrepen. Het verdriet, de wanhoop is zo intens. Ik denk aan zijn huisgenoot die vrijdagochtend direct op de stoep stond om te zien of ik al nieuws over Kemal had. `But mrs. Tineke, Kemal is sick, he is weak, he cannot survive this fire. Why, why ?'

In de teamvergadering spreken we over de wake voor Kemal vanavond in Haarlem. We houden een stille wake op de Grote Markt. Jurjen, mijn directeur, vraagt of ik wil dat hij iets zegt. Graag! Hij kan dat zo mooi. Ik geef aan dat ik af en toe bang ben dat ik het allemaal niet meer trek.

Tijdens de vergadering belt Ko Westeneng, de contactpersoon van de IND, maar er is nog niets bekend over het vrijgeven van de lichamen. Hij belooft me dat zodra er ook maar iets bekend is, de familie en ik direct op de hoogte gesteld worden. Hij is zeer correct maar is ook afhankelijk van de officier van Justitie voor het vrijgeven van het lichaam.

Er is veel telefoon van de pers maar ik houd alles af. `We willen de mensen een gezicht geven', het leek wel een standaardzin. Ook hier kan ik boos om worden, bij sommige media is het allemaal vluchtig.

De bewoners van het noodhuis komen ook weer langs. Allemaal met die wezenloze blik. Farzane blijft maar zitten, zachtjes biddend en heen en weer wiegend. Ik denk wel eens: Nederland weet niet half in wat voor situaties mensen terecht komen met dit inhumane asielbeleid. De zorg voor onze cliënten drukt nu ook zwaar op me. Ik zie hoe ze er aan toe zijn, er moet ook voor hen opvang zijn. Ze zijn vanavond bij de wake maar kunnen gewoon niet bevatten dat `papa' er niet meer is.

De wake is mooi, veel mensen, we staan in een grote kring, in het midden bij de lantaarn staat Erol met een foto van Kemal. Jurjen heeft een prachtig gedicht over Kemal geschreven.

Donderdag

Ik word wakker met een stijve nek en heb absoluut geen zin om naar fitness te gaan. Donderdag is mijn vrije dag, maar ik voel dat er weinig van gaat komen. Nadat ik Farai heb weggebracht ga ik toch maar sporten en neem Tati mee. Voel me wel beter hierna. De IND belt dat ze vandaag langs zullen komen. Ik bel met de familie van Kemal en Mehmet en doe wat ik anders nooit doe: de tv overdag aan om te kijken, of er nog iets over de brand is.

Later kom ik Abdul tegen die vraagt of ik alsjeblieft rustig aan doe. Hij gaat vandaag bij ons laten vastleggen wat er met hem moet gebeuren als hij hier komt te overlijden. Ik zeg dat er niks met hem gaat gebeuren. `Nee, ik voel dat ik doodga.' Hij is zwaar hartpatiënt en de IND speelt een gevaarlijk spel door keer op keer hem zijn verblijfsvergunning te onthouden.

De IND komt vanavond tussen zeven en acht, gelukkig wil de buurvrouw de kinderen in bed doen, zodat ik naar de familie kan. De IND heeft een foto van Kemal, ze vragen of we die willen zien. Gelukkig is Kemal herkenbaar en niet zichtbaar verbrand. Later op de avond belt Mehmet's schoonzus me. Ook bij hen zijn ze geweest. We willen ze begraven. We willen dat ze rust krijgen.

Vrijdag

Er komt voortdurend telefoon. Twee verzoeken voor opvang afgewezen. Aziz komt met brief, Sultan begrijpt niet waarom hij weer naar het Syrische consulaat moet. Hong brengt schoenen voor Farzane, ze kan niet op die zomerslippertjes met blote voeten lopen! Het doet me goed dat de cliënten zo voor elkaar zorgen. Ria gaat met Vladimir stempelen, hij durft niet meer alleen.

Ondertussen staat de familie uit Congo op de stoep. Ik probeer ze op hun gemak te stellen, maar ze zijn op. Ik laat ze door iemand wegbrengen naar de opvang, later spreken we wel verder. Het gedragsgestoorde kindje beheerst hun leven en ze gaan er aan onder door. Ze zwerven al zes maanden. Huisarts en jeugdpsychiater vragen of ze bij ons in de opvang mogen en tot rust mogen komen. Hoe kan dit toch allemaal in dit land? Feben zegt dat het slecht gaat in het huis. Ze is bang. Iedereen is bang.

Eindelijk goed nieuws: Francine krijgt een huis. Als ik haar bel, gaat ze heel hard huilen en roept God aan. Abdul brengt alle kranten waar ik om gevraagd heb. Dan naar huis. Tati opgehaald uit de crèche, Chris past altijd vrijdagmiddag op Farai, die zijn naar het Dolhuys. Onderweg dekbedden bij de Congolese familie brengen. Tati neemt speelgoed mee voor het dochtertje. Ze spelen samen en ik zie de ouders ontroerd zijn.

Net na het eten belt Westeneng: we mogen Kemal zien. Erol en ik kunnen nu naar het mortuarium komen maar, benadrukt hij, het onderzoek naar de lichamen is afgerond, dit betekent niet dat het nu vanavond wordt vrijgegeven. Of ik dit goed aan de familie wil uitleggen. We zullen bij het mortuarium worden opgevangen door Baljon van de IND.

Bij het mortuarium hebben we een zeer onaangenaam gesprek met Baljon. Hij laat ons voor de deur staan. Er is geen ruimte voor ons. Wij blijven verbijsterd buiten staan. Wat is dit voor bejegening. De hele week worden we uiterst correct behandeld en nu word je aan de deur van het mortuarium gewoon afgebekt! We mogen in de auto gaan zitten wachten, het duurt zeker nog drie kwartier. Ik zie iemand van de IND die eerder bij ons is geweest. Ik leg de zaak uit en hij gaat bellen. Hij begrijpt er ook niets van en maakt excuus. Een mogelijk nog geïrriteerder Baljon komt naar buiten en maakt een ongepaste opmerking. Westeneng belt me. Hij kan de situatie niet veranderen maar vraagt even geduld. Even later komt Baljon melden dat Kemal dan wel tussendoor kan en dan mogen we naar binnen. De hulpofficier van Justitie staat klaar, legt de gang van zaken uit en na de identificatie/confrontatie zal het lichaam zo spoedig mogelijk worden vrijgegeven. Hij zal met ons naar binnen gaan en na bevestiging door Erol dat het Kemal is, laten ze ons alleen. Kemal is niet zichtbaar verbrand, hij is toonbaar gemaakt, dat zie ik wel, maar ik ben blij dat hij goed herkenbaar is en er niet naar uitziet. Ik huil, Erol is stil.

Later belt Westeneng om te vragen hoe het gaat en dat we van harte uitgenodigd zijn om in het Hilton een kopje koffie te komen drinken. Ik bedank hem en zeg dat we naar huis gaan.

Zaterdag

Vroeg op, want Farai heeft een voetbalwedstrijd. Met de hese stem die ik heb, probeer ik hem op het veld aan te moedigen. Zuslief is gelukkig haar ochtendhumeur ook weer kwijt en loopt lekker rond te rennen. Eenmaal thuis komt Westeneng van de IND met het verlossende telefoontje. Het lichaam wordt vrijgegeven. Hij legt uit wat er nu moet gebeuren. Hij verzoekt mij om Erol goed uit te leggen wat de volgende stappen zijn. Dan gaat alles in werking. Erol regelt alles met de andere neef en zal een imam regelen voor de rituele wassing op Schiphol. Nu moet ik actie ondernemen. Allereerst de kinderen. Dan haal ik de foto's van Barbara op die ze van Kemal had gemaakt kort voor zijn dood. Ik zal ze meenemen voor de familie in Turkije. Ik lees in de krant een reconstructie van de gebeurtenissen, er staat beschreven wat met Kemal en Mehmet zou zijn gebeurd. Afschuwelijker kon ik het me niet indenken, ik heb spijt dat ik het heb gelezen. Ik wil een kaars opsteken, maar de kerk is dicht.

Zondag

De kinderen willen Sneeuwwitje kijken. Dan kan ik even blijven liggen, ik val in een diepe slaap. Ik ga er straks met de kinderen op uit. Opa Wil belt, hij heeft het zwaar na het overlijden van Lia. Ik ben deze hele week niet bij hem langs geweest. Ook hij drukt me op het hart rustig aan te doen.

Gisteravond zag ik dat er een herdenkingsbijeenkomst van Justitie komt aanstaande dinsdag. Ook typisch, nu de lichamen zijn vrijgegeven, gaan de families toch aan de gang om hun geliefden zo snel mogelijk te begraven. Grote kans dat de meeste nabestaanden dan in het land van herkomst zijn. Ik krijg Jurjen niet te pakken, ik wil hem melden dat ik misschien al snel naar Turkije ga.

Ik bel Erol, hij is net terug van de bewassing van het lichaam van Kemal. Hij zegt dat we morgen om 17.30 uur vliegen. Ik zeg dat ik in Izmir misschien toch in een hotel wil, maar daar wil hij niets van horen. `Je bent bij mijn familie, hoor. Dat is Turkije hoor, niet Nederland. Zo zijn wij.'

Maandag

Gelukkig goed geslapen en de kinderen zijn ook snel beneden. Farai vindt het niet leuk dat ik wegga maar ik weet hem gerust te stellen. Nadat ik Farai heb weggebracht, rijd ik naar mijn werk. De kleding en persoonlijke spullen van Kemal zijn nog op mijn kantoor, die zal ik meenemen voor de familie. Dat hebben ze gevraagd.

Dan belt Westeneng: hoe het met mij gaat en of er al iets bekend is over de repatriëring. Ik vertel dat we vandaag naar Turkije gaan en hij gaat er direct achteraan bellen. Eventuele kosten die ik maak zal hij achteraf met me regelen.

Trouw belt over de herdenking, ik zeg dat ik er niet zal zijn. Wat mijn gevoel erover is? Ja, gemengde gevoelens, ik vind het wel goed dat er een herdenking is vanuit de overheid, dat is misschien goed voor de verwerking. Maar tegelijkertijd is het diezelfde overheid die verantwoordelijk is voor dit inhumane asielbeleid. De verslaggever vraagt of ik naar de herdenking zou zijn gegaan. Ja, al is het maar om samen met de andere nabestaanden te zijn. Ikzelf wil het hele gebeuren nu goed kunnen afsluiten met de begrafenis.

Dinsdag

We komen 's nachts om één uur in Izmir aan. Haroun en Erol gaan het lichaam van Kemal ophalen. Wanneer de familie de ambulance ziet, raakt iedereen erg overstuur. Ik weet nu wat geweeklaag is, het snijdt door mijn ziel. We brengen het lichaam naar het mortuarium. Daarna naar de broer van Kemal waar we logeren. In zijn huis is het de hele nacht een komen van mensen. Iedereen blijft tot de volgende morgen, er wordt gehuild en gebeden.

Om half zeven ga ik even liggen. Om 9 uur gaan we naar de begraafplaats. Erol legt uit dat de vrouwen achter een muur blijven bij een islamitische begrafenis. Ik doe mijn hoofddoek om en blijf bij de vrouwen. Op de begraafplaats reinigen de mannen zich en gaan in gebed met de imam. Bij het graf haalt men de kist uit de auto en maakt hem open. De vrouwen staan op de achtergrond. De mannen tillen Kemal in het graf en kijken in de lijkwade. Dan scheppen ze het graf vol.

Dan mogen de vrouwen erbij. Ze knielen en voelen met hun handen de aarde en ze weeklagen. Als we teruggaan stoppen we bij het graf van Kemals moeder. Ook daar wordt gebeden. Wanneer ik de foto's van Kemal, geef wordt het erg emotioneel. De familie wil alles weten over Kemals procedure en waarom hij vast zat.

Woensdag 9 november

Ik word gewekt door de oproep voor het gebed. Onmiddellijk beginnen de vrouwen in de kamer ernaast te bidden. Het huis is vol vrouwen en kinderen als ik opsta. Ik eet met de kinderen die mij met vragen bestoken die ik de meeste tijd niet begrijp. Dan paniek: Lemun die erg huilde, is onwel geworden. Ze wordt bijgebracht met eau de cologne en haar armen worden gemasseerd. Hoe anders gaat het er toch aan toe in Nederland waar we ingehouden huilen. Hier schreeuwt men het uit. De rest van de dag ga ik met de mannen de stad in. Dingetjes kopen. Ik ben blij dat alles achter de rug is. Ik voel me niet zo onrustig meer zoals de afgelopen week. Ik heb gedaan waar ik voor gekomen ben.

De namen van de cliënten van het aanloopcentrum zijn gefingeerd