Hof: politie maakte fout in eigen zaak

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens oordeelt in een arrest dat politieonderzoek in 1998 naar de dood van een 18-jarige jongen in Amsterdam-Zuidoost ,,onvoldoende onafhankelijk'' is geweest.

Nederland heeft daarmee artikel 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens overtreden: het recht op leven. Dat staat in een voorlopig arrest dat deze week is gepubliceerd. Het is voor het eerst dat Nederland artikel 2 overtreedt. Dat regelt het recht op leven, en onderzoek naar geweld van de overheid tegen burgers. Als niet binnen drie maanden hoger beroep wordt aangevraagd, is het vonnis definitief.

De zaak is aangespannen door nabestaanden van de jongen die door een agent werd doodgeschoten. Tijdens het Kwakoe-festival zou de jongen een scooter hebben gestolen. Toen de politie hem wilde aanhouden, trok hij een wapen. Een agent schoot hem neer. Het hof vindt dat de staat de nabestaanden een schadevergoeding moet betalen van 20.000 euro.

Het Europese hof bekritiseert vooral het feit dat het eerste deel van het onderzoek is uitgevoerd door directe collega's van de agent die geschoten had. Na 15,5 uur nam de Rijksrecherche het over. Forensisch onderzoek ter plekke was toen al gedaan. Het hof schrijft dat het ,,veel beter'' was geweest als een officier van justitie uit een ander arrondissement dan Amsterdam het onderzoek had geleid. Een officier van justitie opereert weliswaar onafhankelijk van de politie, zegt het hof, maar er zijn wel frequente contacten. Om alle schijn te vermijden, had beter een officier uit een ander district het onderzoek kunnen leiden.

De Amsterdamse politie en het ministerie van Binnenlandse Zaken wilden gisteren nog niet reageren. Wel meldde een politiewoordvoerder dat onderzoek naar geweld door de politie ,,zo snel mogelijk'' wordt overgedragen aan de rijksrecherche, of wordt uitgevoerd door collega's van een naburig korps. ,,Maar als het regent en sporen moeten worden veiliggesteld, moet je wel íets doen.''

Volgens criminoloog Jaap Timmer van de Vrije Universiteit is de praktijk sindsdien ,,niet zo veel veranderd''. ,,De rijksrecherche is altijd afhankelijk van wanneer ze wordt gebeld. Dat is een zwakke plek. In elke meldkamer moet een protocol komen waarin staat dat meteen de rijksrecherche wordt gebeld als er doden en gewonden vallen door politiegeweld.'' G. Hamer, de advocaat van de familie, zei gisteren dat Nederland zich nu ,,in niet zulk goed gezelschap bevindt, van landen als Oekraïne en Turkije''. Hij denkt dat de regelgeving moeten worden aangepast.