Het lijden tot kunst verheven

Als aanhanger van het Italiaanse voetbal krijgt David Endt, elftalleider van Ajax, het vanavond moeilijk wanneer het Nederlands elftal in zijn `eigen' Arena tegen Italië oefent. Al is de liefde bekoeld. ,,Het Italiaanse voetbal begeeft zich op de rand van de afgrond.''

Zijn domein in de Arena is klein, maar knus. David Endt, publicist, auteur en elftalleider van Ajax, heeft zijn werkplek ingericht als een museumpje. Aan de muur van de veredelde bezemkast prijken ingelijste elftalfoto's, relikwieën, portretten. Wereldsterren van decennia terug als Pele en George Best krijgen net zoveel ruimte als het roodwit van Ajax. Links van zijn bureau hangt een oude kleurenfoto uit de Revue van 1965 die voor Endt een bijzondere betekenis heeft. Op de brede `uitklapper' staat een rij imposante mannen in het stemmige zwartblauwe tenue met zwarte kousen. ,,Het elftal van de toenmalige Europa Cup I-winnaar Internazionale'', verduidelijkt Endt. ,,Met spelers als Mazzola, Jair, Facchetti en Suarez. Daarmee begon mijn liefde voor het Italiaanse voetbal.''

Endt was acht, negen jaar en woonde in de Amsterdamse wijk Slotervaart. Landskampioen DWS kopieerde in die tijd het uittenue van Inter: wit met de blauwzwarte balk op de borst. De jongetjes van toen voetbalden nog massaal op straat, dag in, dag uit. ,,Het Italiaanse voetbal was ver weg'', probeert Endt het tijdsbeeld op te roepen. ,,Dat gaf ruimte voor romantisering. Internazionale klonk magisch, met welluidende namen van spelers. In Nederland werd op beperkt niveau gespeeld. Je had als kind helemaal niet het idee dat een club uit je eigen land internationale faam kon halen. Hoewel Ajax vier jaar later al in de finale van de Europa Cup I stond. Inter bezat alle ingrediënten om je als jongetje te vangen: zonnige velden, Latijns voetbal, mooie uitstraling. Naast de hardheid had het Italiaanse voetbal ook allure en pragmatisme. Dat sprak me aan en dat probeerde ik te cultiveren.''

,,Toen ik in 1972 zelf in de jeugd bij Ajax voetbalde, was ik daardoor pas echt een vreemde eend in de bijt. Mijn favoriet Internazionale speelde in Rotterdam de Europa-Cupfinale tegen m'n eigen club. Ik had via Italië kaarten geregeld en stond in het Inter-vak met een vlag van Inter te zwaaien. Het paste in die tijd dat je een beetje rebels of ludiek gedrag vertoonde. Italianen werden gestigmatiseerd als schoppers. Maar in die finale maakte Johan Neeskens die ik hoog had zitten dertien overtredingen op Sandro Mazzola. Eén speler van Ajax ging bijna net zo vaak over de schreef als het hele elftal van Inter, dat vijftien keer werd afgefloten. De Nederlandse media waren toen heel gekleurd. Giubertoni werd na twaalf minuten al de wedstrijd uitgeschopt door Blankenburg. Daar schreven de Nederlandse kranten geen letter over.''

,,Ik verzamelde in mijn jeugd alles van het Italiaanse voetbal. Verslagen uit La Gazzetta dello Sport vertaalde ik met een woordenboekje. Zo heb ik op een autodidactische wijze een beetje Italiaans geleerd. Iedereen verklaarde me voor gek vanwege die tik. Later, toen ik eenmaal bij Ajax als werknemer in dienst was, heb ik bij Europa-Cupwedstrijden er de vruchten van geplukt.

,,Het is heel bizar dat je de voetballers van wie je als jongetje plaatjes spaarde, in een later stadium in je leven in een heel andere hoedanigheid tegenkomt. Marcello Lippi (huidige bondscoach Italiaans elftal, red.) ontmoette ik bij de finale van Ajax tegen Juventus in 1996. Prati van AC Milan, die drie keer scoorde tegen Ajax in de Europa-Cupfinale van 1969 (4-1, red.), trof ik een keer in een jeugdkamp. Antognoni, toen technisch manager van Fiorentina, zat bij de onderhandelingen over Marcio Santos in Londen. Hij debuteerde als international tegen Nederland in november 1974 in De Kuip. Oranje won dit EK-kwalificatieduel met 3-1. Nog steeds weet niemand waarom er een doelpunt van Antognoni werd afgekeurd. De gelijkmaker van Rensenbrink, nadat Boninsegna de Italianen op voorsprong had gezet, was buitenspel. Scheidsrechter Khazakov uit de Sovjet-Unie is na deze wedstrijd voor het leven geschorst. De UEFA-voorzitter was destijds overigens een Italiaan, Franchi.''

Het oog valt op een ingelijste artikel over Omar Sivori. De oud-speler van Juventus was Europees voetballer van het jaar in 1961. Endt ontmoette de Argentijn vorig jaar toen Ajax in Turijn speelde acht maanden voordat hij overleed. ,,Toen ik de lounge van ons hotel binnenkwam zat Ruud Krol met iemand te praten. Ruud riep: `Kom, kom'. Bleek het Omar Sivori te zijn, een idool uit mijn jeugd. Ik vertelde dat ik een ingelijste foto van hem heb hangen in mijn kantoor. Vervolgens schreef hij een briefje voor me met de tekst: A Davide, con sincero affetto. Voor David, met oprechte affectie.''

Dankzij bemiddeling van Piet Keizer kon Endt op z'n zeventiende de overstap maken van amateurclub Slotervaart, dat werd getraind door de oud-DWS'er Huub Lenz, naar Ajax. In De Meer speelde Endt na de A-junioren vier jaar in het tweede team. Toen hij in 1978 er achter kwam dat hij beter voor een maatschappelijke carrière kon kiezen, trad hij in dienst van het sportmarketingbureau Inter Football. Via het bedrijf van Maarten de Vos kwam Endt toch weer terug bij Ajax.

Zijn belangstelling voor het Italiaanse voetbal bleef onverminderd groot. Maar Ajax had en heeft met zijn aanvallende voetbal toch een heel andere filosofie over hoe het spelletje gespeeld moet worden dan de uitvinders van het defensieve catenaccio? Endt riposteert: ,,In de tijd dat Inter kampioen van Europa was, wonnen ze met 3-0 van Glasgow Rangers en Liverpool. Ze versloegen in de finale in 1964 Real Madrid met 3-1.

,,Facchetti was de eerste aanvallende vleugelverdediger die in de Italiaanse competitie dertien doelpunten maakte. Inter voetbalde met vijf aanvallend ingestelde spelers, plus een opkomende linksback. Geen enkel systeem is heilig. Er leiden vele wegen naar succes. Als het goed wordt uitgevoerd kan ook het catenaccio z'n schoonheid hebben. Mooi voetbal is wat mij betreft niet afhankelijk van aanvallen of verdedigen. Voetbal heeft duizend gezichten. Je kunt van Picasso en Rembrandt houden. Je moet er alleen je zintuigen voor openstellen.''

Kracht is altijd een belangrijk wapen in het Italiaanse voetbal geweest. Dat leidde net als in de wielersport vaak tot een wetenschappelijke en medische begeleiding waarin de grenzen van het toelaatbare werden afgetast. ,,Elke club heeft een gediplomeerde conditietrainer die een heel groot deel van de trainingen voor zijn rekening neemt. Hij bepaalt het ritme en de intensiteit. Daarin heeft Italië altijd voorop gelegen. Met als absolute culminatie het huidige Milan-lab. En vergeet niet dat Juventus nog steeds in een rechtszaak is verwikkeld over mogelijk epo-gebruik in de jaren negentig. Je leest verhalen in de Italiaanse media van spijtoptanten, die praten over spierversterkende middelen in jeugdopleidingen. Dat is een groot onderhuids probleem, waar een soort omertá, zwijgplicht, op rust. Wie uit de school klapt is meteen persona non grata.''

Het krachtvoetbal gaat momenteel ten koste van de schoonheid van het Italiaanse voetbal, vindt Endt. ,,Je moet wel van heel goeden huize komen om in technisch opzicht nog iets hoogstaands te laten zien. Als liefhebber van de esthetiek van het voetbal doet me dat pijn. De spitsen in de Italiaanse eredivisie Serie A zijn momenteel veelal bijna 1.90. Hebben de lengte van Van Basten, maar zijn ook nog eens zes kilo zwaarder. Luca Toni is zo'n voetballer.''

Ook in andere opzichten vindt Endt het Italiaanse voetbal steeds meer ,,een gedrocht'' worden. ,,Het voetbal wordt geregeerd door commercie en televisie. Je ziet extreme verschillen in bedragen die worden betaald voor tv-rechten. De ene club krijgt 112 miljoen euro, de ander vijf. Dat is fnuikend. Inter heeft de afgelopen jaren 500 miljoen besteed aan transfers. En er komt in principe weinig uit. Het lijden wordt tot kunst verheven bij ons, Interisti. Het Italiaanse voetbal begeeft zich steeds meer op de rand van de afgrond. Als je kijkt naar de reeks van omkopingen, schulden, niet kloppende begrotingen, frauduleuze handelingen, leeg lopende stadions, overkill aan voetbal op tv, het gaat helemaal vastlopen.''

Een overvloed aan buitenlandse spelers heeft de afgelopen decennia volgens Endt een negatieve invloed gehad op de Serie A. ,,Zoals Ajax tegen NEC met zeven, acht spelers uit de eigen opleiding voetbalde zou in Italië volstrekt onmogelijk zijn. Inter speelt nog met één Italiaan. De meeste voetballers bij de topclubs zijn op leeftijd: vanaf 26 jaar. Een speler van 24 is al heel jong en als je er een van 18 in je elftal hebt, is er iets helemaal mis. Zo draaien veel clubs hun eigen jeugdopleiding de nek om. Ervaring en fysieke rijpheid is belangrijk. Het zou interessant zijn om te zien hoe Marco van Basten, als hij trainer wordt van Milan en dat gaat een keer gebeuren dat aanpakt. Durft hij wel te innoveren en jeugdspelers op te stellen? Op dit moment wordt bondscoach Lippi gedwongen spelers van provincieclubs als Palermo te selecteren voor het nationale team, omdat er bij de topclubs te veel buitenlanders rollopen.''

Lippi valt in de ogen van Endt niet benijden. ,,Hij heeft het voordeel van een grote faam en straalt een bepaalde vaderlijkheid uit. De afgelopen tien jaar is het vreselijk moeilijk geweest om het Italiaanse elftal te coachen. Dat heeft ook te maken met het `filmsterrengedrag' van spelers als Totti en Vieri. Heel moeilijk om daar een eenheid van te smeden. Op het WK in 2002 vond ik het Italiaanse elftal zielloos spelen, twee jaar later op het EK was het zelfs een aanfluiting. De Squadra Azzurri heeft zich recent eenvoudig geplaatst voor het WK, maar het team zat in een vrij gemakkelijke groep en heeft eigenlijk maar één of twee keer goed gespeeld.''

Dat doet Endts werkgever Ajax dit seizoen ook maar sporadisch. ,,Een momentopname'', volgens de elftalleider. ,,Ik wil niet eens spreken van een crisis of malaise. Dan moet je twee, drie jaar lang niet verder komen dan een vijfde plaats. Hier zie ik de vrucht van een ontwikkeling bij een jonge groep die wel eens stagneert, dan weer in een stroomversnelling komt en dus over het algemeen weinig stabiliteit kent. Juist nu moeten we intern geduld en wijsheid opbrengen. We mogen niet in de war raken door het gekrakeel om ons heen. Ik zag laatst op de tv-zender AT5 een psycholoog die vond dat Johnny Heitinga rijp is voor het Riagg. Heeft die man dan geen beroepsethiek? Hij kent Heitinga, noch de omstandigheden. Hier probeerde iemand zichzelf te profileren ten koste van een ander.''

,,Je lost het volgens mij niet op door vier spelers te halen in de winterstop. Dat zou de onrust alleen maar vergroten. Deze ploeg verschilt niet zoveel met het team dat vorig seizoen in de laatste tien wedstrijden goede resultaten behaalde. Niet een club in Nederland speelt met zoveel spelers uit de eigen opleiding als Ajax. Talenten als Maduro en Emanuelson kunnen nog niet de macht ontplooien, die ze over vier jaar wel hebben. Dat is een gegeven waarmee je moet leren leven.''