Geef!

52 miljoen euro zamelden de Samenwerkende Hulporganisaties via giro 555 in voor Kosovo , meer dan ooit tevoren. Wat is er met dat geld gebeurd?

Een bleek jongetje van acht scharrelt 's nachts om half een nog steeds rond op de terrassen aan de Moeder Theresastraat in Pristina, de hoofdstad van Kosovo. Of iemand een euro kan missen. Hij heeft honger.

Zes jaar na de laatste Balkanoorlog verkeert de Servische provincie Kosovo nog altijd in crisis. Werkloosheid en criminaliteit floreren tussen pauperflats, voormalig communistisch beton en chaotische nieuwbouw.

Dat dit verwoeste en leeggeroofde land na de oorlog niet helemaal instortte, is te danken aan de internationale gemeenschap. Die stak vanaf 1999 miljarden in Kosovo en nam het bestuur over van de Serviërs. Maar toch. ,,Het buitenland heeft een half miljard euro in ons elektriciteitsnet geïnvesteerd en wat hoort u om u heen? Het geluid van generatoren'', zegt directeur Arben Brovina van de lokale vestiging van autoverhuurbedrijf Europcar ,,Elke zakenman heeft er een, zo vaak valt de stroom uit. En kijk naar de wegen. Ziet u die verbeteren? Ik niet. Er is veel geld in dit land gestopt, maar het is weg. Verdwenen.''

De ober die het bier brengt, ziet het positiever. ,,U had hier zes jaar geleden moeten zijn. Alles was kapotgeschoten. In vergelijking met toen is er veel gebeurd'', zegt hij, waarna hij het jongetje wegjaagt. Dat doet hij elke avond.

April 1999: De Kosovo-crisis

Nederland huilde, in april 1999. Televisiebeelden toonden een miljoen gevluchte Albanezen uit Kosovo. Er waren berichten over slachtpartijen, plunderingen en verkrachtingen. Dorpen en steden gingen in vlammen op. Het Joegoslavische leger, Servische milities en soms ook Servische burgers waren bezig met een `etnische schoonmaak' van `hun' provincie.

Nederland kwam in actie met Knuffels voor Kosovo, Lopen voor Kosovo, Kunst voor Kosovo. Bibliotheken verkochten boeken, artiesten gaven benefietvoorstellingen en werknemers schonken een dagloon.

De Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) – Artsen zonder Grenzen, Cordaid, Novib, Kerkinactie, Nederlandse Rode Kruis, UNICEF Nederland, Stichting Vluchteling, Tear Fund en Terre des Hommes – hielden een inzamelingsactie voor noodhulp, zoals tenten, dekens en medicijnen. Daarna zouden dezelfde organisaties helpen bij de wederopbouw van huizen, scholen en publieke voorzieningen. `Giro 555' werd opengesteld.

Hoogtepunt van de actie was een tv-avond van NOS, RTL4 en SBS6 op donderdagavond 15 april 1999. Prinses Margriet was er, net als premier Kok en voetbalkeeper Edwin van der Sar. Iedereen toonde zich begaan. Het kabinet gaf twee miljoen gulden, ruim 900.000 euro. Uiteindelijk hadden de SHO 52 miljoen euro binnen op giro 555. Meer dan ooit tevoren.

Zes jaar later, kort na vergelijkbare acties voor de slachtoffers van de tsunami en de aardbeving in Pakistan, onderzoekt NRC Handelsblad de besteding van het giro 555-geld voor Kosovo. Hoeveel geld is echt ten goede gekomen aan de slachtoffers? Hoe zorgvuldig is het besteed? Valt dit wel helemaal te achterhalen? Over de zeven zonden van de Samenwerkende Hulporganisaties.

1. Geen verantwoording

Cordaid ontving het grootste bedrag van het giro 555-geld voor Kosovo, 11,4 miljoen euro. Tear Fund kreeg het minst, 2 miljoen euro. De samenwerking tussen de negen hulporganisaties hield na de inzameling op. Wat ze met het geld deden, was ieders eigen verantwoordelijkheid. De SHO publiceerden geen gezamenlijke evaluatie.

Een kort financieel verslag is er wel. Daarin staat hoeveel de actie opleverde en welk bedrag iedere organisatie ontving. Een accountant controleerde de verdeling, maar meldt dat ,,geen verantwoording wordt afgelegd over de daadwerkelijke besteding van de gelden''. De SHO-partners zeggen die besteding ieder afzonderlijk te verantwoorden in hun jaarverslag. Maar wie de jaarverslagen erbij pakt, leest alleen globale informatie.

Het kabinet gaf negen ton subsidie aan de giro 555-actie voor Kosovo. Omdat subsidie werd verstrekt, legde Ontwikkelingssamenwerking, onderdeel van het ministerie van Buitenlandse Zaken, enkele regels op. De overhead, kosten die de organisaties maken om het geld te kunnen besteden, werd aan een maximum gebonden en er moest verslag gedaan worden over de besteding. Een accountantsverklaring was nooit nodig.

Weet Ontwikkelingssamenwerking zeker dat het geld voor Kosovo goed is besteed? Nee. Tot op de dag van vandaag wisten de SHO geen afdoend financieel verslag op tafel te leggen. Twee keer is een verslag ingeleverd, twee keer vond de overheid het ,,niet bevredigend''.

En dat terwijl de eisen van Ontwikkelingssamenwerking mild zijn. Joost Andriessen, hoofd van de afdeling humanitaire hulp: ,,Als we samenwerken met individuele hulporganisaties, zowel leden als niet-leden van de SHO, verlangen we een strikte inhoudelijke en financiële rapportage, soms inclusief een accountantscontrole. De enige uitzondering hierop zijn de SHO-acties. Daarbij verlangen we een rapportage met een minder gedetailleerde verantwoording.''

Om uit de impasse te komen, heeft het ministerie in september KPMG, de huisaccountant van het Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen, opdracht gegeven het laatste eindverslag te controleren. De uitslag wordt deze maand verwacht.

In zijn kantoor in Pristina grijpt schooldirecteur Banush Zogaj de kans om zijn dank uit te spreken voor de goede zorgen en het vele geld uit Nederland. Zijn Shtjefen Gjecovi-school is zes jaar geleden opgeknapt met geld van giro 555.

Honderden scholen moesten na de oorlog herbouwd worden. Novib deed er aan mee, samen met het Nederlandse DRA (Dutch Relief and Rehabilitation Agency, tegenwoordig CARE Nederland). De Shtjefen Gjecovi-school was een van de projecten. Voor het herstel van deze technische school (800 leerlingen) betaalde Novib 322.740 euro. Zes jaar later is de schooldirecteur nog steeds blij. Waarom is niet duidelijk. Zijn schoolgebouw verkeert in staat van ontbinding.

Wie de school bezoekt, begrijpt niet waarom de aannemer is betaald. De vloer zakt door, deuren lijken van het stort geraapt, de vloerbedekking was ongeschikt en is inmiddels afgetrapt, lampen bungelen aan snoeren. Vijf jaar na de oplevering lijkt het alsof er dertig jaar niets is gebeurd.

Het ergst zijn de wc's, ook aangelegd met giro 555-geld. In de gangen hangt een zware urinelucht. De toiletpotten zijn verstopt en lopen over. De riolering is nooit goed aangelegd. De kranen lekken. Het vernieuwde dak ook. Op de derde verdieping zitten gaten in het plafond. ,,Dat was niet goed gemaakt'', meldt de secretaris van de directeur. Geld voor onderhoud krijgt de school niet van de gemeente.

In de lokalen staan schoolbanken, voor 64 euro per stuk gekocht met giro 555-geld. Ze zijn gammel, wat niet verbaast voor anderhalve spaanplaat op een flinterdun metalen frame. ,,Ik ben blij met het geld dat wij hebben gekregen'', zegt directeur Zogaj bij het afscheid weer. ,,Misschien dat Nederland ons nog eens kan helpen.''

2. Dubbel declareren

Wat gebeurde er met het ingezamelde geld? Is er zo veel mogelijk uitgegeven aan daadwerkelijke hulp, zoals de organisaties claimen? Uit de dossiers die ter inzage lagen bij de negen SHO-partners, blijkt dat ruim drie miljoen euro opging aan kosten vóór de hulp begon: één miljoen actiekosten en 2,1 miljoen overhead van de hoofdkantoren, de zogenoemde apparaatskostenvergoeding (AKV).

Vier van de negen SHO-partners stopten via deze vergoeding meteen zes procent van het ingezamelde geld als `lumpsum' in eigen kas. Dat leverde Tearfund 123.148 euro op, Novib 386.176 euro, het Nederlandse Rode Kruis bijna een half miljoen euro en Cordaid 650.000 euro.

UNICEF claimde 4,7 procent overhead, Kerkinactie 3,3 procent. Terre des Hommes bracht alleen de werkelijke kosten (1,1 procent) in rekening. Artsen zonder Grenzen en Stichting Vluchteling claimden géén vergoeding voor overheadkosten. Voor de Stichting Vluchteling was het een principiële zaak: bij publieksacties hebben de gevers er recht op dat elke euro naar de mensen gaat die de hulp nodig hebben. ,,Het is maar de vraag of de andere organisaties de kosten, waarvoor ze AKV claimen, kunnen verantwoorden'', zegt Thijs van Buuren, controller bij Artsen zonder Grenzen.

Dat kunnen ze niet. ,,Maar dat hoeft ook niet'', zegt projectcoördinator Ad Beljaars van het Rode Kruis. ,,Met dat geld hebben wij de kosten voor de hulpactie in Nederland betaald: management, inhoudelijke en financiële verslaglegging, communicatiekosten, monitoring en technische advisering. Over de feitelijke besteding hoeft niet verder gerapporteerd te worden. Dat is een SHO-afspraak.''

Van de zeven organisaties die een apparaatskostenvergoeding uit het hulpgeld inden, maakten twee zich schuldig aan dubbel declareren. Dat deden ze door kosten die al vergoed waren uit deze pot, óók nog eens in rekening te brengen op projecten, betaald met giro 555-geld.

Zo ging het met buitenlandse reiskosten van Rode Kruis-managers en met de logistieke kosten van een cameraploeg van NCRV-journalist Aart Zeeman. Hij filmde voor de tv-actie het Rode Kruis-werk in Kosovo. Het Rode Kruis betaalde een deel van de reiskosten van de tv-ploeg en bracht dit ten laste van een dekenproject voor vluchtelingen. Het Rode Kruis zegt nu dit geld alsnog in Kosovo te zullen besteden. Een extern accountant zal de complete Kosovo-boekhouding controleren op verdere onregelmatigheden.

Een van de duurste giro 555-projecten was het opknappen van scholen. Novib liet dat doen door DRA, de Dutch Relief and Rehabilitation Agency in Den Haag. Deze organisatie wilde daarvoor 10 procent overhead in rekening brengen, blijkt uit het dossier. Volgens regels van Oxfam International, de koepel waartoe Novib behoort, mocht dat maar 5 procent zijn. Novib-directeur Greetje Lubbi ging er uiteindelijk mee akkoord dat DRA 1 procent extra inde via het geld voor hulpprojecten. ,,Het gebeurde onder meer door de kosten van het hoofd financiën op het project te zetten'', verklaart Harry Lamé, die namens DRA de leiding had in Kosovo. In documenten van DRA heet het ,,verstopt'' en ,,verborgen''. De afrekening die Novib haar donoren stuurde, vermeldt dat DRA 5 procent overheadvergoeding kreeg. In werkelijkheid was het dus 6 procent.

Volgens de eigen regels had Novib de overhead van DRA moeten betalen uit de vergoeding die ze daar zelf voor had geïncasseerd. De financiële afrekening laat echter zien dat de overhead van DRA met projectgeld is betaald. Daarnaast betaalde Novib ook nog eens dienstreizen vanuit het hoofdkantoor, die al gedekt waren door de vergoeding, met projectgeld. Daardoor ,,ontlasten wij onze bureaukosten'', staat in een e-mail (7 februari 2000).

Novib erkent de fouten en zegt de ten onrechte ontvangen vergoeding (volgens Novib 238.321 euro) alsmede de reiskosten (8.611 euro) alsnog te zullen besteden aan het onderhoud van scholen in Kosovo.

De Stefadin Smakoli-school in Rashan werd ook door Novib en DRA geholpen. Via de VARA zag Nederland op 17 december 1999 de feestelijke oplevering van de herstelde school. Presentatrice Astrid Joosten en Novib-directeur Sylvia Borren reisden ervoor naar Kosovo.

Het werk moest ,,onder druk van Novib'' snel af en dat ging ten koste van de kwaliteit, meldde DRA in een interne evaluatie. Wie in de winter (veel sneeuw en vorst) scholen verbouwt ,,moet voorbereid zijn op teleurstellingen''. DRA: ,,De druk die Novib aan het begin van het project heeft uitgeoefend is onacceptabel.'' Novib spreekt op haar beurt over ,,grote druk'' voor een snelle besteding ,,vanuit publiek en media''.

De zon schijnt en van ver ziet de school in Rashan er geweldig uit. De muren zijn van natuursteen. De school draagt de naam van partizaan Stefadin Smakoli, een achttienjarige held uit de Tweede Wereldoorlog. Bij de ingang staat zijn koperen buste. Daarnaast wacht de neef van de held, Halit Smakoli (59), ons op. Gebruind hoofd, een paar tanden in de mond. Hij heeft de sleutel. Als technicus doet hij het onderhoud. Volgens hem is de school in 1999 door de Serviërs in brand gestoken.

Smakoli wil het gebouw graag laten zien, maar bereidt ons voor op een teleurstelling. Binnen blijkt waarom. In plaats van de muren te herstellen, timmerde de aannemer er gipsplaten tegenaan. Dat was sneller en goedkoper dan het aanbrengen van stucwerk. Het gips golft als de omliggende heuvels. Overal brokkelt het af. De schoolborden zijn nooit opgehangen; te zwaar voor het gips. In de klaslokalen zitten de 103 kinderen aan gammele tafeltjes (ook van giro 555-geld). De ramen sluiten niet goed. Het linoleum golft ook. ,,Als je het met water schoonmaakt, zwelt het op.''

Stromend water ontbreekt. De leidingen lopen door het dak – dat was goedkoper. Maar omdat het dak niet geïsoleerd is, vroren de leidingen de eerste winter stuk. Geld voor onderhoud ontbreekt ook. ,,We krijgen van de gemeente nog geen 50 cent per jaar. Zelf kunnen we het niet opbrengen.''

,,Er is veel geld uitgegeven, maar het is niet goed besteed'', zegt Smakoli. Als het regent, staat in de twee klaslokalen in de kelder een halve meter grondwater. In de gang beweegt hij zijn wijsvinger over de knop van de verlichting. De tl-buizen reageren niet. Ze hebben het nooit gedaan. Ook niet in de klaslokalen. ,,Nergens eigenlijk.'' Hoe moet dat als het in de winter vroeg donker wordt? ,,Hier is alleen 's morgens les.''

Novib stopte 243.000 euro in de school. Smakoli begrijpt het niet. ,,Voor het geld dat dit gekost heeft, is het héél slecht gedaan.''

,,Het enige dat goed is aan de school'', zegt de neef van de held als hij de deur weer sluit, ,,zijn de natuurstenen muren. Die zijn in 1958 gebouwd. Tito did a great job.''

3. Veel kosten

Ruwweg eenderde van het giro 555-geld is gebruikt voor allerlei soorten kosten. Van de 51 miljoen euro ging 15,4 miljoen (30,3 procent) op aan overhead en directe en indirecte uitvoeringskosten. Dat hulporganisaties kosten maken om hulp te kunnen verlenen, is onvermijdelijk. De hoogte van deze kosten blijkt echter te verschillen.

Bij de meeste hulporganisaties bedraagt het kostenpercentage 25 tot 32. Terre des Hommes presteerde het best, met 15,7 procent. Bij UNICEF Nederland, het kinderfonds van de Verenigde Naties, ging de helft van het hulpgeld op aan kosten. Het geld ging van Den Haag naar het hoofdkantoor in New York. Dat trok er 4,7 procent vanaf voor overhead. Daarna ging het geld naar het UNICEF-kantoor in Kosovo waar de kosten 34 procent bedroegen. De organisaties die voor UNICEF projecten uitvoerden, berekenden gemiddeld 20 procent directe en indirecte kosten.

Artsen zonder Grenzen is een geval apart. De organisatie voerde alle werk in Kosovo zelf uit en claimde géén vergoeding voor de overhead. Dat betekent niet dat Artsen zonder Grenzen geen programmakosten had. Uit een onafhankelijke, in opdracht van Artsen zonder Grenzen uitgevoerde, evaluatie blijkt dat de ,,programmakosten buiten proporties'' waren in vergelijking met de geboden medische hulp. Veel geld ging naar het transport en de distributie van hulpgoederen als dekens en tenten. Daarnaast ging ruim twintig procent van het geld naar auto's en onkosten voor expats.

4. Creatief boekhouden

Het is moeilijk erachter te komen hoeveel geld uiteindelijk echt besteed is aan hulp voor de vluchtelingen. Veel dossiers zijn onbetrouwbaar; organisaties gingen creatief om met cijfers.

Een voorbeeld. De Amerikaanse hulporganisatie Shelter Now International (SNI) hielp Kosovaarse vluchtelingen de winter door met giro 555-geld van Stichting Vluchteling en Tear Fund. Stichting Vluchteling eiste dat de overhead van SNI niet meer dan vijf procent was. Tear Fund vond het prima dat SNI tien procent overhead had, blijkt uit de dossiers. Om aan de eis van Stichting Vluchteling te voldoen, produceerde SNI twee versies van de eindafrekening. Het resultaat was dat het project in het ene rapport 1,2 miljoen dollar kostte, en in het andere slechts 1,1 miljoen dollar.

Een ander voorbeeld. Toen Ontwikkelingssamenwerking in 2004 constateerde dat niet al het giro 555-geld besteed was, moesten er een nieuwe eindverslagen komen. Om het giro 555-geld op te maken, verlaagde het Rode Kruis in dat verslag de bijdrage van de eigen afdelingen. De `gaten' zijn gevuld met het giro 555-geld dat over was, blijkt uit de nieuwe afrekening. Het Rode Kruis spreekt over een ,,boekhoudkundige correctie''.

Er zijn geen uniforme afspraken over aanbestedingsprocedures, dossiervorming, financiële verslaglegging en controle. Accountantscontroles (van projecten) en externe (financiële) controles en evaluaties zijn er vaak niet. Zelfs niet bij grote projecten, en zelfs niet als het volgens de regels verplicht is. Casper Waalewijn, secretaris noodhulp van Tear Fund: ,,We wilden wel accountantsverslagen, maar niet iedere organisatie leverde ze.'' Terre des Hommes eiste nooit accountantscontrole van projecten. Hans Guyt, hoofd operaties: ,,Ach, al die accountantsverslagen. Dan heb je nog geen garantie dat het geld goed besteed is. Het belang daarvan moet niet overschat worden.''

Bij de paar projecten en uitvoerende organisaties waarbij wél een accountant is ingeschakeld, bleef de controle beperkt. Kritische opmerkingen van accountants zijn schaars. Een van de uitzonderingen is de controle van Deloitte & Touche bij een traumaproject van de katholieke hulporganisatie ICMC. Cordaid gaf ICMC 220.000 euro voor het project en eiste een accountantsverklaring. Die was zeer kritisch over de administratieve organisatie. Cordaid en ICMC accepteerden de conclusies niet. Cordaid drong aan op verwijdering van kritische passages. ICMC wilde geen zaken meer doen met Deloitte: ,,We should reconsider using them again in the future.''

Ook in eigen huis was Cordaid niet altijd scherp met controleren. Zo keurde het hoofdbureau een gezondheidsproject van het eigen Cordaid-kantoor in Kosovo goed. In het besluit staat: ,,Aangezien het hier gaat om een financiering van een bedrag van 1,5 miljoen gulden zal er een uitgebreide audit moeten plaatsvinden.'' De controle is er nooit gekomen. In het projectdossier ontbreekt ook een evaluatie- en accountantsrapport.

Ook het Nederlandse Rode Kruis deed weinig aan onderzoek en evaluatie. De organisatie blijkt nooit een overzicht te hebben opgesteld van het totaal beschikbare hulpgeld en liet geen externe accountantscontrole doen op de besteding van het giro 555-geld (dat gebeurt bij alle SHO-partners nu pas op verzoek van de overheid). Een aparte externe evaluatie van het Kosovo-werk van het Nederlandse Rode Kruis ontbreekt; een interne trouwens ook.

Voor de deur van het kantoor van de Moeder Theresa-organisatie in Pristina, op de begane grond van een groezelig flatgebouw, staat een blauwe Suzuki Grand Vitara die met giro 555-geld is betaald.

Stichting Vluchteling en Cordaid gaven 61.300 euro aan de stichting Moeder Theresa Nederland, maar verzuimden goed te controleren. De stichting Moeder Theresa kocht van het geld terreinwagens en schonk ze aan de zusterorganisatie in Pristina. Uit onderzoek van de krant in Nederland bleek dat Moeder Theresa Nederland had verzwegen dat er 5.200 euro over was gebleven na de aankoop. Dat geld was, zo meldde de organisatie desgevraagd, contant aan de zusterorganisatie in Kosovo gegeven.

Enige argwaan was op zijn plaats. Uit de dossiers bleek ook dat twee bestuursleden van de stichting Moeder Theresa Nederland zichzelf 16.000 euro salaris en onkosten uit de ontvangen giften hadden betaald. Ze hadden zichzelf ingehuurd voor een project.

De Suzuki voor het kantoor in Pristina wordt als privé-auto gebruikt door de directeur van Moeder Theresa Kosovo. De tweede auto, een Toyota Landcruiser, is al jaren in handen van de voorzitter van de Raad van Bestuur, Pjetër Përgjoka. Hij heeft een advocatenkantoor. Voor zijn privé-ritten en het vervoer naar zijn cliënten gebruikt hij de met Nederlandse hulpgelden betaalde auto.

In het kantoor neemt de ere-president van de organisatie, priester dr. Dom Lush Gjergji het woord, een bekende persoonlijkheid in Kosovo. In een lijstje aan de muur kijkt moeder Theresa toe. ,,Wij zijn dankbaar voor alles wat uw landgenoten gedaan hebben.''

Is het giro 555-geld volgens hem goed besteed?

,,Ik ben er zeker van dat mijn vrijwilligers hun best doen. Van ons mag u de morele zekerheid verwachten dat wij het geld goed besteden.''

U heeft contant geld ontvangen vanuit Nederland?

,,Ja, dat heeft de voorzitter van onze Nederlandse zusterorganisatie cash afgeleverd. Dat bespaarde de provisie van de bank.''

Is er een kasboek waaruit de ontvangst blijkt, en waarin is vastgelegd wat er met het geld gebeurd is?

,,Natuurlijk. Maar de financiële medewerkster is er nu niet. Als ze over een paar dagen terug is, zal ik u de bewijsstukken laten faxen. Gelooft u me, bij ons is geen cent verloren gegaan. U krijgt die stukken.'' [NRC Handelsblad heeft de afgelopen twee maanden niets ontvangen.]

Dat de voorzitter van de Raad van Bestuur in de door Nederland betaalde terreinauto de cliënten van zijn advocatenkantoor bezoekt, terwijl hij hier slechts eens per maand een bespreking heeft, kan hij dat uitleggen?

,,Wij zijn niet in een situatie dat wij onze vrijwilligers kunnen betalen. Pjetër Përgjoka heeft voor een goede coördinatie die auto nodig. Hij heeft de afgelopen jaren veel gedaan voor onze organisatie. Zie het als compensatie voor zijn vrijwilligerswerk.''

Is niet de essentie van vrijwilligerswerk dat het onbetaald is?

,,In Nederland misschien, maar daar hebben vrijwilligers ook altijd een eigen inkomen.''

Pjetër Përgjoka is toch advocaat, waarom rijdt hij op kosten van het Nederlandse publiek in een auto rond?

,,Bij ons is dat niet vreemd.''

5. Oneigenlijk besteed geld

Wat is er gebeurd met het geld dat wél aankwam in Kosovo?

Kerkinactie is openhartig en geeft toe dat bijna de helft van het giro 555-geld (45 procent) niet helemaal besteed is volgens de doelstelling. Dat deel ging namelijk naar projecten in Servië en daar hadden de gulle gevers het niet voor bestemd, zegt Kerkinactie zelf. De Serviërs waren de agressors die de Albanese bevolking verdreven. Toch staat Kerkinactie achter de keuze. ,,Ook in Servië waren mensen in een acute crisis.''

Kerkinactie voerde de hulp in de Balkan uit via ACT International, de internationale koepel van protestants-christelijke hulporganisaties. Het werk werd gedaan door partnerorganisaties. Van de afgesloten projecten blijkt op driekwart wel iets aan te merken. In 30 dossiers vond geen controle plaats van een accountant of waren rapportages onvolledig, niet aanwezig of buiten de inlevertermijnen. In 12 dossiers voldeed het project niet aan de verwachtingen of waren er excessieve overheadkosten.

Maar ook ACT zelf leverde slecht werk. Een evaluatierapport van een extern consultant over ACT (april 2001) is kritisch. Er was ,,onvoldoende financiële controle'' en het financiële management in Kosovo was ,,slecht''.

Anna Minkiemicz, door Kerkinactie ingehuurd, schreef een rapport over ACT: ,,Bijna iedereen is bezig met het veiligstellen van eigen belangen. Niet alleen was er geen spoor van inhoudelijk overleg, maar ook logistieke samenwerking was ver te zoeken.''

De garantie dat elke cent van de bijna zeven miljoen euro giro 555-geld van Kerkinactie goed besteed is, kan de organisatie niet bieden. Kerkinactie heeft nooit een accountant opdracht gegeven de boeken van uitvoerende organisaties door te lichten. Er is nooit geld teruggevorderd op basis van onvoldoende informatie, slechte rapportage of slechte bestedingen. Controle op de besluitvorming van Kerkinactie is onmogelijk omdat niet alle besluiten schriftelijk blijken te zijn vastgelegd.

Kerkinactie is geen uitzondering. Uit het onderzoek blijkt dat het merendeel van de SHO-partners in meer of mindere mate verzuimde structureel te controleren of het geld goed was gebruikt. Het gaat om Cordaid, Stichting Vluchteling, Novib, Tear Fund en Terre des Hommes. Daar waar onregelmatigheden bleken, is niet doortastend opgetreden, blijkt uit de administraties van Stichting Vluchteling, Novib en Tear Fund. Er is nooit geld teruggevorderd, ook al legden uitvoerende organisaties geen verantwoording af, of boden dossiers voldoende aanleiding tot ingrijpen.

Zo ging het met de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF in Utrecht. UAF kreeg 66.000 euro van de Stichting Vluchteling. Volgens de afspraken moest UAF verantwoording afleggen, maar dat deed UAF niet. Vier jaar lang vroeg Stichting Vluchteling tevergeefs om een eindverslag. Toen dat niet kwam, ging het dossier dicht. Nadat NRC Handelsblad dit onderzoek was begonnen, zocht de stichting alsnog contact en handelde de zaak af. UAF betaalt 1.962 euro terug.

Ook in andere dossiers trad Stichting Vluchteling niet op. Zo kreeg hulporganisatie Balkan Sunflowers 12.000 euro voor een jeugdcentrum. Iets meer dan de helft van dat bedrag was opgehaald door de 17-jarige Gudule Koene uit Raamsdonksveer. Haar geld ging niet naar het jeugdcentrum. Sunflowers gaf het uit aan andere dingen, zoals kantoorkosten. Dat mocht niet volgens de regels van de Stichting Vluchteling. In plaats van het geld terug te eisen, kreeg Sunflowers nog eens 7.000 euro voor het jeugdcentrum. Gudule Koene ontving later een briefje van de Stichting Vluchteling. Daarin stond dat haar geld ,,uiteindelijk goed besteed'' was.

In 1999 ging Jan Bossers namens de christelijke hulporganisatie Tear Fund in Albanië kijken wat er met voedselpakketten voor vluchtelingen gebeurd was. Tear Fund had hiervoor 51.000 euro aan de christelijke hulporganisatie Hoop voor Albanië gegeven. De hulpgoederen zouden zijn afgeleverd bij Hetem Bidaj, een zakenman en een kennis van een bestuurslid van de stichting. Bijna zeshonderd mensen zouden geholpen zijn. Bidaj zou die mensen laten zien, maar ze bleken onvindbaar. De man reed rond in een grote Mercedes met een ,,pafferige chauffeur'', schrijft Bossers in zijn reisverslag. Uiteindelijk vond Bossers enkele vluchtelingen, maar die zeiden weinig hulp gehad te hebben. ,,Kortom, twijfels, zeer veel twijfels over het succes van dit `project'.''

De gevluchte moslims kregen, via de door Tear Fund met giro 555-geld gefinancierde hulptransporten, voedselpakketten met bijbels erin. Dat was in strijd met de gedragscode voor humanitaire hulporganisaties van het Rode Kruis, die Tear Fund ook heeft ondertekend. Humanitaire hulp mag geen politieke of religieuze bijbedoelingen hebben. Tear Fund deed er in 1999 niets tegen, maar zegt het nu te ,,betreuren''.

Tear Fund bleef Hoop voor Albanië steunen, hoewel de stichting geen accountantsverslag liet zien. Secretaris noodhulp van Tear Fund, Caspar Waalewijn: ,,Klopt. Dat hadden we moeten bewaken. Dat is erdoor geglipt. Maar dat wil nog niet zeggen dat het geld niet goed besteed is.''

6. Geld voor de maffia

Er is dubbel gedeclareerd, dossiers zijn onvolledig, procedures niet gevolgd, het geld is niet altijd besteed zoals de bedoeling van de gevers was en de controle was slecht. Natuurlijk geldt dit niet op elk onderdeel, en in dezelfde mate, voor alle organisaties. En natuurlijk zijn er veel projecten waardoor vluchtelingen wél zijn geholpen.

Maar bestudering van de dossiers maakt duidelijk dat giro 555-geld gemakkelijk in verkeerde handen kon vallen. Zo gaf hulporganisatie DRA, namens Novib, voor het herstel van scholen opdrachten aan aannemersbedrijf Solid uit Pristina. De onderneming leverde waardeloos werk, maar werd altijd betaald: in totaal bijna één miljoen euro. Van wie was Solid? ,,Daar zijn we nooit helemaal achtergekomen'', zegt Harry Lamé die namens DRA optrad.

Uit het dossier, dat ter inzage lag in het hoofdkantoor van DRA in Den Haag, blijkt dat DRA het geld overboekte naar een rekening bij de Volksbank in het Duitse Böblingen. De rekening stond op naam van Nic Petrol, een onderneming in Sarajevo. Wie er achter Nic Petrol zat? ,,Daar weet ik de details niet van'', zegt Lamé. ,,We zijn begonnen zonder aannemers te screenen; er zat druk achter. Maar ik heb geen reden om aan te nemen dat het geld op een of andere maffiarekening terecht is gekomen.''

Als DRA zijn aannemers gescreend had, was duidelijk geworden dat het hulpgeld wél in handen van de maffia kwam. Volgens de Kamer van Koophandel in Sarajevo is Nic Petrol eigendom van de Albanees Naser Kelmendi. Hij behoort met zijn zakenpartner Ekrem Lluka tot de top van maffia op de Balkan, bevestigen politiebronnen in Pristina. Zijn organisatie wordt verdacht van vrouwen- en drugshandel, en het smokkelen van brandstof en sigaretten. Aannemersbedrijven spelen een belangrijke rol in het witwassen van zwart geld, aldus de politiebronnen. Novib wijst elke verantwoordelijkheid af. Het aantrekken van aannemers was uitbesteed en ,,geheel de verantwoordelijkheid van DRA''.

In het UNICEF-kantoor in Pristina ontmoeten we bureauchef Robert Fuderich. UNICEF was verantwoordelijk voor de coördinatie van het herstel van de Kosovaarse scholen. Veel hulporganisaties deden mee. UNICEF zelf hielp met giro 555-geld vijf scholen.

Wij constateren dat slecht werk geleverd is en dat verzuimd is een budget voor onderhoud te reserveren. Robert Fuderich legt uit dat het een noodsituatie was. ,,Ons eerste doel was het onderwijssysteem op poten te krijgen. De kinderen moesten weer naar school. Dus diende er snel gewerkt te worden. Bovendien was er op dat moment veel geld. Nu niet meer. Na Kosovo kwamen Irak, Soedan en het vloedgolfgebied.'' En dit jaar was er de aardbeving in Pakistan.

Zijn medewerkster Aferdita Spahiu vult aan: ,,Deze samenleving leefde lang in een communistisch systeem. Dat heeft het eigen initiatief verlamd en de mensen afwachtend gemaakt. Ouders en leraren zijn niet creatief genoeg om hun school te onderhouden. Ik geloof er niets van als ze zeggen dat ze nog geen vijftig cent hebben voor onderhoud.''

Wij vragen om documenten waaruit de besteding van het giro 555-geld blijkt.

,,Dat kan lastig worden'', peinst Fuderich. ,,Wij bewaren stukken vijf jaar. En laatst hebben we ons archief flink opgeruimd. Maar we zullen de boel overhoop halen.''

Enkele weken later laat hij weten geen documenten meer te kunnen vinden. De kinderrechtenorganisatie is sowieso niet scheutig met financiële gegevens. Het hoofdkantoor in New York weigert inzage in interne rapporten.

De vraag is: was het lankmoedigheid van ouders en leraren, of is de organisatie onzorgvuldig omgesprongen met het geld? De door UNICEF opgeknapte lagere school (575 leerlingen) in het dorp Pantina is een praktijkvoorbeeld. Een stofweg leidt naar het dorp. In de gang treffen we Ramadan Beqiri, onderwijzer van de eerste klas, en twee van zijn collega's. We vragen het maar op de man af: bent u goed geholpen door UNICEF?

,,Het was een catastrofe'', roept Beqiri boven het kindergeschreeuw uit. ,,We hebben de aannemer laten stoppen. Hij leverde vreselijk werk en gebruikte de slechtste materialen.'' Beqiri neemt ons mee langs schrale klaslokalen met rammelende bankjes en houtkacheltjes. De collega's lopen mee, begeleid door een groeiende groep joelende kinderen. Beqiri laat zien hoe stopcontacten aan elektriciteitsdraden uit de muur bungelen. ,,Zo hebben ze het achtergelaten.''

De muren zijn een gatenkaas, meters pleisterwerk vielen naar beneden. ,,Ze werkten midden in de winter, zonder verwarming. Het vroor 15 graden. Wie pleistert nou muren als het vriest?'' De scharnieren van de deuren zitten met spijkers vast. ,,Lever je dit zo af?'', roept de boze Beqiri.

De onderwijzers namen in 1999 het heft in handen en ontzegden de aannemer de toegang. Ze belden UNICEF om te zeggen dat sprake was van misbruik en eisten een andere aannemer. UNICEF weigerde.

UNICEF stopte ook giro 555-geld in de Qazim Bajgora-school in Bajgora, in de bergen bij Mitrovica. Het is een witte school op een heuvel, met grenzeloos uitzicht en koeien op de speelplaats. Adem Musa, onderwijzer van de derde klas, was bij de opknapbeurt. De eerste hulporganisatie repareerde het dak. Toen dat klaar was, kon de volgende hulporganisatie het werk nog eens doen. Of UNICEF de eerste of de tweede organisatie was, weet hij niet. Dat weet directeur Sabit Ibishi. Maar die is al naar zijn winkeltje. Want van zijn directeurssalaris (230 euro per maand) kan hij niet leven. Onderwijzer Adem Musa krijgt 170 euro. Gelukkig heeft hij thuis twee koeien.

Wilt u even het licht aandoen in de school?

,,Helaas, dat doet het niet in dit deel.''

Is er water?

,,Nee, dat heeft de school niet.''

We vinden de schooldirecteur in een stal langs de weg. Daar drijft hij zijn nering. Tussen wasmiddelen en snoepjes vertelt hij dat de eerste organisatie UNICEF was en de tweede militairen uit Luxemburg. Zijn gasten biedt hij een blikje cola en een sigaret aan. Hoe armer, hoe hartelijker.

7. Geen toezicht, dus fraude

Het onderzoek door deze krant in Kosovo, waarbij acht scholen van drie hulporganisaties zijn bezocht, maakt duidelijk dat in het scholenprogramma het ingezamelde geld niet altijd goed besteed is. Novib, die verantwoordelijk was voor de besteding van het meeste giro 555-geld voor de scholen, liet geen externe evaluatie maken van het werk. ,,Tegenwoordig gebeurt dat standaard. Terugkijkend, met huidig inzicht, had dat toen wel moeten gebeuren'', zegt Novib-medewerker Joost van de Lest.

Novib hield ook slecht toezicht op de organisaties waaraan ze giro 555-geld verstrekte. Eén daarvan was de Kosovaarse onderwijsbond SBASHK. Novib overhandigde SBASHK onder meer 1,2 miljoen euro om alle 25.000 onderwijzers in Kosovo een `incentive' van 100 mark (51 euro) te geven. Joost van de Lest: ,,Ik twijfel er niet aan dat er hier en daar een vriendje tussendoor geglipt is. Maar wij hadden geen aanwijzingen dat er iets mis was.''

In het kantoor van SBASHK in Pristina ligt een stapel documenten op ons te wachten. Vakbondsbestuurder Imir Imeri laat lijsten zien waarop de handtekeningen staan van alle ontvangers van de incentive. De regionale vertegenwoordigers van de vakbond hebben het geld contant verdeeld onder de leden. En die hebben voor ontvangst getekend. Per school is er één lijst. ,,Een waterdicht systeem'', aldus de bestuurder.

We vragen hem of er ook een lijst is van de Qazim Bajgora-school, de laatste die we bezochten. De lijst is er. Het 23 leden tellende onderwijsteam kreeg 1.173 euro. Er staat een stempel op, en 23 handtekeningen.

Van Imeri krijgen we ook een kopie van de betalingen die met het giro 555-geld gedaan zijn aan de vakbondsbestuurders. Voor hen was er niet eenmalig 51 euro. Imir Imeri en zijn medebestuurders betaalden zichzelf uit de giro 555-pot elke maand 1.000 euro netto per persoon – voor het Kosovaarse onderwijs ongekende bedragen. De docenten, voor wie ze actief waren, kregen in 1999 geen salaris. Daarna waren het een paar tientjes per maand en tegenwoordig 170 tot 230 euro.

We rijden terug naar Bajgora. Het is pauze op de school. Tien onderwijzers en technische assistenten zitten in een wolk sigarettenrook in de lerarenkamer. Als we de handtekeningenlijst laten zien, ontstaat opwinding. Er wordt gevloekt en geschreeuwd. ,,Dit heb ik niet getekend'', roept de een. ,,Wie heeft dit gedaan? Dit is fraude'', schreeuwt de ander. Er wordt met vuisten op tafel geslagen. Niemand blijkt getekend te hebben. Niemand wist hiervan. De handtekeningen zijn vervalst.

Het tumult wordt alleen maar groter als de lijst met salarissen van de vakbondsbestuurders op tafel komt. Nog meer geschreeuw. ,,Dit is een schande. Ze hebben ons bestolen.'' De lijsten gaan van hand tot hand.

Als de grootste woede voorbij is, zegt Adem Musa op bedeesde toon: ,,Zo gaat het nou altijd. Ze hebben alleen voor zichzelf gezorgd.''

Na terugkomst in Nederland informeerden we Novib over onze bevindingen. Hierop reisde Novib ook naar Kosovo. Volgens Novib was er geen fraude en kreeg het personeel het geld wel.

Wilt u reageren? kosovo@nrc.nl

Het enige dat goed is aan de `herstelde' school zijn de natuurstenen muren.

Die zijn in 1958 gebouwd. `Tito did a great job'

Rectificatie / Gerectificeerd

De maker van bovenstaande foto bij het artikel Geef! (12, 13 november, pagina 36, 37) was niet Rien Zilvold, maar Maurice Boyer