Einstein in Bern

ALS ALBERT EINSTEIN had geweten dat 2005 was uitgeroepen tot Einsteinjaar, had hij vast de pest hebben in gekregen. De man met de verwaaide haren die nooit sokken droeg, de man die zich aangetrokken voelde tot kinderen omdat ze niet verpest waren, en die ooit zei dat hij liever loodgieter was geworden omdat hij dan tenminste helemaal onafhankelijk was geweest, die zou het vast niet leuk hebben gevonden dat zijn gezicht dit jaar op snoepjes wordt afgebeeld, en op promotiemateriaal van de trotse fabrikant van het zakhorloge dat hij ooit droeg.

Het Einsteinjaar is een hype. Van Berlijn tot Zürich tot Singapore worden er tentoonstellingen en manifestaties gehouden om te markeren dat het precies honderd jaar geleden is dat de formidabele natuurkundige vijf artikelen publiceerde die de natuurkunde op zijn kop zetten – en de commercie springt daar gretig op in. Toch kun je je niet aan de indruk onttrekken dat Einstein zich dit jaar in Bern kostelijk had vermaakt. Daar is in het Historisch museum, op een steenworp afstand van een van de huizen waar hij destijds woonde, de grootste Einsteintentoonstelling ooit te zien. Kosten noch moeite zijn gespaard om 's mans leven en werk voor het grote publiek toegankelijk te maken. Er is drie jaar aan gewerkt en er is 7,2 miljoen frank in gestoken (4,7 miljoen euro).

De buurtwinkel waar hij boodschappen deed, is nagebouwd – met oude tramgeluiden voor de ambiance. Zijn typemachine staat er en zijn oude kapstok. Je hoort de oudere Einstein, de pacifist, in krakende radio-opnames tekeer gaan tegen de atoombom voor de productie waarvan hij zelf de grondslag legde. Je ziet enveloppen in een vitrine, met alleen `Einstein U.S.A' of zelfs `Chief Engineer of the Universe, Princeton, CCCP' erop, die toch zijn aangekomen.

Het populairst bij het publiek is de trimfiets. Die staat middenin een zaal, voor een reusachtig scherm waarop een straat in hartje Bern te zien is. Als je flink trapt, begint het scherm te bewegen en sla je de ene zijstraat na de andere in. Tegen de tijd dat je de snelheid van het licht benadert, merk je hoe je perspectief volledig verandert. Een eigentijdse, toegankelijke illustratie van de speciale relativiteitstheorie van een man die als scholier al doorhad dat het begrip `gelijktijdigheid' niet bestaat omdat lichtsnelheid altijd dezelfde, vaste waarde heeft. Dat die theorie niet zo moeilijk is als je haar kunt beleven, blijkt wel uit het feit dat tientallen kinderen niet weg te branden zijn uit die zaal. In plaats van ruzie te maken of elkaar van de fiets te trekken, wachten ze rustig op hun beurt, hun ogen strak op het scherm gericht. Volgens één van de curatoren zijn er mensen die meteen na aankomst in het museum een suppoost aanschieten met de vraag: ``Waar is de fiets?!''

Einstein, die in 1879 in het Duitse Ulm uit joodse ouders werd geboren, verhuisde op zijn zestiende naar Zwitserland. Daar maakte hij de middelbare school af, studeerde hij, trouwde hij. Omdat hij een baan als assistent van een hoogleraar misliep, ging hij voor het octrooibureau in Bern werken. Daar ontwikkelde hij in 1905 zijn speciale relativiteitstheorie – een revolutie in de elektrodynamica. In hetzelfde jaar schreef hij nog vier artikelen: over de lichtquanta (licht bestaat uit deeltjes), over het bestaan van atomen, over de Brownse beweging, en ten slotte het artikel met de befaamde formule E=mc² – een formule die de pr van de stad Bern dit jaar handig gebruikt in de slogan `bErn=mc²'. In 1922 kreeg Einstein de Nobelprijs (voor het jaar 1921). In 1933 nam hij, vanwege zijn zorg over de politieke ontwikkelingen in Duitsland, de wijk naar de VS. Daar werkte hij op het Institute for Advanced Study in Princeton, zwoegde hij – vergeefs – op een allesomvattende unificatietheorie en gebruikte hij zijn faam als natuurkundige om actie te voeren tegen de Koude Oorlog en het McCarthyisme. Toen hij in 1955 stierf, had hij twee paspoorten: het Amerikaanse en het Zwitserse. In 1999 riep het Amerikaanse weekblad Time hem uit tot `Person of the Century'.

In het Kunsthistorisch museum, een sprookjesachtig gebouw met torentjes uit 1894 dat geïnspireerd is op 15de- en 16de-eeuwse architectuur, is één verdieping aan de man gewijd en één verdieping aan de wetenschapper. Met het trappenhuis en de torenkamer erbij beslaat de expositie maar liefst 2500 m². Op de trappen worden dia's vertoond over zijn hobbies (zeilen en vioolspelen) en zijn vrouwen (hij vertelde zijn twee echtgenotes dat hem een ``bohémien huwelijk'' voor ogen stond). De ronde torenkamer biedt een adembenemend uitzicht over Bern. Je ziet de zes huizen waar Einstein gewoond heeft, en zijn kantoor.

De privé-verdieping toont met veel beeld en geluid zijn levensloop, de tijdgeest en de tegenstrijdigheden die hem zo eigen waren. Zo wordt niet alleen vermeld dat de Zwitsers hem tijdens de Eerste Wereldoorlog vrijstelden van de dienstplicht wegens platvoeten en zweetvoeten. Maar er draaien ook films vol wapengekletter en er staat een kast vol helmen waar je de verschillende legers aan kon herkennen. Verderop zie je cabarets en dansshows van tijdens de Weimarrepubliek, die Einstein bezocht kan hebben. Ook expressionistische schilderijen helpen het klimaat te schetsen waarin Einsteins revolutionaire oeuvre tot wasdom kwam.

Na de oorlog van 1914-1918 was alles immers relatief geworden, niet alleen in de wetenschap. Ook in de politiek en de kunst waren oude zekerheden weggevaagd, en kwam er ruimte voor experiment. Verderop, niet ver van grappige brieven die hij van kinderen kreeg (``I think you ought to have your hair cut''), is plaats ingeruimd voor Einsteins ambivalentie tegenover de atoombom. In een brief aan de Amerikaanse president Roosevelt in 1939 waarschuwde hij dat de Duitsers misschien zo'n bom zouden maken. Dat leidde direct tot de Amerikaanse productie van de bom – waaraan Einstein niet mee mocht doen, want de FBI vond hem verdacht. Maar toen ze die later op Hiroshima gooiden, was de wereld voor Einstein te klein. Grote foto's van de stad vóór en na de bom maken duidelijk waarom.

Op de `professionele' verdieping domineert niet alleen de fiets, maar ook een enorm scherm waarop je een acteur die Einstein speelt, tests ziet doen met de lichtsnelheid. Hij staat beneden met een zaklamp, en een meisje gaat de roltrap op met ook een zaklamp. Hoewel zij vaart maakt en hij niet, blijkt de snelheid van het licht uit de twee lampen hetzelfde. Ook Einsteins originele artikelen uit 1905 liggen er, en de beroemde brief aan een vriend waarin hij de publicatie van die artikelen alvast aankondigt.

Ondanks de brede opzet en het gebruik van technologische snufjes doet de tentoonstelling nergens overdadig aan. Integendeel, ze helpen juist om te begrijpen waarom Einstein tot zo'n mythische figuur kon uitgroeien. Door zijn wetenschappelijke werk veranderde hij voorgoed de manier waarop mensen tegen de wereld aankeken. Zelfs zij die zijn formules niet begrepen, zagen hem als de man die de mysteries van het universum kon oplossen. Iedereen wilde met hem op de foto, hij kreeg per jaar 14.000 brieven – van verplegers, van matrozen, van schoolmeisjes. Men vroeg hem zijn mening over het Midden-Oostenconflict, film, de liefde, de Europese eenwording. Ze smeekten hem om een schoen, een postzegel, of een haar. Na de oorlogsverschrikkingen zochten ze een nieuwe held, en die dachten ze in hem te vinden. Dat Einstein behalve slim ook nog geestig was en totaal onconventioneel, maakte zijn aantrekkingskracht alleen nog maar groter. Zelf voelde hij zich er vaak ongemakkelijk bij. Anderzijds vond hij het ``een bemoedigend teken van onze tijd'' dat een man wiens actieradius vooral op het intellectuele en morele vlak ligt, een held kan worden. ``Dat bewijst dat kennis en gerechtigheid door een groot deel van de mensheid hoger worden aangeslagen dan vermogen en macht.''

Wellicht gaat die uitspraak nog steeds op. Met de tentoonstelling, die in juni werd geopend en tot april 2006 zou lopen, hoopte het museum 150.000 bezoekers te trekken. Maar toen de 100.000ste bezoeker zich eind september al meldde, werd besloten om haar zes maanden langer open te houden.

einstein (1879-1955), historisch museum bern, tot 15 oktober 2006. dagelijks open van 10 tot 19 uur, behalve op 25 december. catalogus 58 frank (38 euro). helvetiaplatz 5, 3005 bern, 00-41-31-3507711. website www.bhm.ch.