Drugs, gouden kettingen en volgzame vrouwen - de troost voor jongens zonder uitzicht

De Fransen hebben met hun zelfgenoegzaamheid en hun ontoegankelijke sociale systeem de problemen weliswaar over zichzelf afgeroepen, maar de jongeren in de voorsteden zijn bepaald niet alleen slachtoffers.

Tijdens de rellen in Los Angeles in 1992 vond de toenmalige Franse president François Mitterrand – die voor zijn carrière zo'n beetje het hele politieke spectrum had doorlopen – het nodig om de Amerikanen de les te lezen over de oorzaken van de onvrede die tot dat verschrikkelijke geweld hadden geleid. Hij zei daarbij profetisch dat dergelijke rellen ondenkbaar waren in Frankrijk, met zijn sociale voorzieningen die in Europa – lees: de wereld – hun gelijke niet kenden. Dat deed denken aan de bouwers van de Titanic, die hun schip `onzinkbaar' noemden. In werkelijkheid hádden zulke ongeregeldheden zich al voorgedaan, en bovendien was het dagelijks leven in de voorsteden van Parijs en elders, waar de meeste immigranten, al dan niet opzettelijk, waren terechtgekomen, op zich al een chronische ongeregeldheid op kleine schaal.

Zelfgenoegzaamheid als die van Mitterrand is natuurlijk niet typisch Frans. De Britten hebben lang gemeend dat de wereld met afgunst keek naar hun National Health Service, al heb ik op mijn vele reizen nooit een mens ontmoet die in de verste verte jaloers was op hun vervallen ziekenhuizen, hun lange wachtlijsten voor operaties, en de kleingeestige vernederingen waaraan hun systeem de mensen telkens weer blootstelt. Voor zover ik met mijn zeer beperkte kennis van Nederland kan nagaan, is zelfgenoegzaamheid ook de Nederlanders niet volkomen vreemd. Maar uiteindelijk geeft de harde werkelijkheid de zelfgenoegzamen altijd een knal voor hun kop.

Je hoefde niet bepaald een Nostradamus te wezen om te voorspellen dat er in oorden als Clichy-sous-Bois en les Tartarets iets gewelddadigs en onaangenaams te gebeuren stond. Daar gebeurde namelijk iedere dag al iets gewelddadigs en onaangenaams. Een kort bezoek was meer dan voldoende om daar achter te komen: alle winkels gesloten wegens brandstichting of gewapende overvallen; verlaten, uitgebrande autowrakken zover het oog reikte; nergens een legale economische activiteit te bespeuren; en drugshandelaren die openlijk hun macht en rijkdom tentoonspreidden door als moderne satrapen in BMW-cabriolets rond te toeren. De vijandigheid jegens mensen van buiten de wijk was zo intens dat je wel levensmoe of dwaas moest wezen om er niet de rillingen van te krijgen.

Maar zelfs wie dwaas of levensmoe was, ging daar niet kijken. Laat staan dat de Franse opinieleiders dat deden. Zij hadden geen reden om erheen te gaan. Aan abstracte of theoretische overwegingen hadden zij genoeg om te weten dat het er allemaal niet zo slecht voorstond als in de Angelsaksische wereld met zijn ruige liberalisme, waar de rijken rijker werden en de armen verhongerden op straat, of stierven aan gemakkelijk te behandelen ziektes. Nooit zagen zij van dichtbij de door Le Corbusier geïnspireerde kazernes waarin miljoenen mensen als nummers bij elkaar werden gepropt, om er volkomen afgesneden van de rest van Frankrijk weg te teren. (Het is een teken van de Franse zelfgenoegzaamheid dat Le Corbusier in Frankrijk nog altijd geldt als een held onder de architecten in plaats van als het misselijke egoïstische en onmenselijke monster dat hij was.)

Maar de Franse staat heeft deze mensen toch zeker meer dan genereus behandeld? Hij heeft alleen al sinds het jaar 2000 meer dan 38.000.000.000 euro aan de `gevoelige zones' besteed, dat is bijna 10.000 euro voor iedere man, vrouw en kind die daar woont. Als die mensen naar hun marktwaarde waren beloond, in de trant van het ruige Amerikaanse liberalisme, waren zij allang verhongerd of doodgevroren. Maar nee, zij hebben allemaal een gsm, een gameconsole en Adidas- of Nike-schoenen. Kortom: de Franse staat is een humaan, een magnifiek instituut.

Het Franse sociale model lijkt erop neer te komen dat het volop uitkeringen, extraatjes, privileges en bescherming biedt aan de mensen die al een baan hebben. Dat is speciaal in ontwikkelde kringen en zelfs in tijden van hoge werkloosheid nog altijd een ruime meerderheid. De mensen zonder werk wordt het intussen heel moeilijk gemaakt om een baan te vinden. Ter compensatie van het vooruitzicht van eeuwigdurende werkloosheid en afhankelijkheid verschaft het systeem de gemarginaliseerden voldoende geld voor de eerste levensbehoeften: cannabis, cocaïne, gsm's enzovoort.

Jammer genoeg is dit in de ogen van de jonge bewoners van de voorsteden geen volkomen bevredigende regeling. De mens leeft niet bij cannabis alleen: hij heeft ook zware gouden kettingen nodig, en wat je maar verder kunt bedenken aan uiterlijke tekenen van succes die in die subcultuur nodig zijn om voor een man te kunnen doorgaan – en succes is, net als respect, in deze dagen een primair mensenrecht. Geen wonder dat les jeunes verbitterd zijn.

Zij leven feitelijk in een gevangenis, maar een gevangenis zonder bewaarders. Een onzichtbare, ongrijpbare, maar toch heel effectieve en ogenschijnlijk ondoordringbare muur scheidt hen van de rest van de maatschappij; een muur die is opgetrokken en die wordt onderhouden en bewaakt uit de middelen die nu juist de trots van het Franse sociale model uitmaken, maar ook door hun eigen primitieve, waardeloze subcultuur.

En iedere ervaren gevangene kan je vertellen dat de ergste gevangenissen, die met het meedogenlooste regime, de gevangenissen zijn die door de gevangenen zelf worden gerund, zonder dat hun veel – of enige – tucht wordt opgelegd door de gehate maar desalniettemin noodzakelijke bewaarders.

Gevangenissen worden gekenmerkt door een wij-zij mentaliteit. Dat is precies de mentaliteit die de jonge mannen in de Franse voorsteden hebben tegenover de rest van de Franse samenleving. Zij komt tot uiting in de onmiddellijke, reflexmatige vijandigheid jegens iedere – officiële dan wel officieuze – vertegenwoordiger van die samenleving. De politie heeft uiteraard dezelfde houding: de jongeren uit de voorsteden zijn per definitie hun aartsvijanden, het beruchte `tuig' van minister van Binnenlandse Zaken Sarkozy. Alleen sloop van de gevangenismuren biedt enig uitzicht op blijvende maatschappelijke vrede.

Maar de Franse regering staat als gevolg van haar vroegere beleid voor een vreselijk dilemma, dat verklaart waarom zij zo lang als verlamd heeft toegeKeken. De enige manier om de jongeren in de Franse samenleving te integreren is via werk. En de enige manier waarop er ooit meer banen beschikbaar kunnen komen voor de jongeren, is een drastische liberalisering van de Franse arbeidsmarkt.

Maar bij iedere poging in die richting, hoe bescheiden of onbetekenend ook, stormen de bevoorrechten ogenblikkelijk de straat op om te protesteren. Wat kun je beter hebben: rellen in Clichy-sous-Bois of demonstraties op de Boulevard Saint-Germain? Tot dusverre heeft de Franse regering de voorkeur gegeven aan het eerste – en dat altijd uit naam van het Franse sociale model.

Het zou natuurlijk kunnen dat jarenlang nietsdoen, in combinatie met een complete onderdompeling in een geïndustrialiseerde volkscultuur die hen als in een eeuwigdurend nu omsluit, spontaniteit verheerlijkt en hun hoofd vult met flitsende beelden waarnaast de suffe, gestage inspanning in de werkelijke wereld van alledag wel een saaie, onrechtvaardige en zelfs domme indruk moet maken – het zou kunnen dat dit alles les jeunes blijvend ongeschikt heeft gemaakt om te werken. Ik vermoed dat ik, als ik een werkgever was, voor hun diensten zou bedanken, al kreeg ik ze voor niets. En trouwens, waarom zouden de jongeren eigenlijk in een of ander min baantje 35 uur per week moeten werken om maar een paar euro meer te verdienen dan zij voor nietsdoen zouden hebben gekregen? Met één illegale transactie kunnen zij meer verdienen dan met een maand ongeschoold werk. Ze mogen dan slecht geschoold zijn, dom zijn ze niet.

En dan, relletjes zijn gaaf – het is weer eens wat anders dan al die jaren van afhankelijkheid, waarin de ene ellendige, doelloze dag niet te onderscheiden is van de andere. Iedereen die relschoppers aan het werk heeft gezien weet hoe fijn die het vinden om dingen in elkaar te slaan, te plunderen en brand te stichten. Vernielingen aanrichten uit naam van de gerechtigheid is een van de grootste genoegens die de mens kent.

Aangezien de overgrote meerderheid van de relschoppers moslims waren, rees natuurlijk de vraag welke rol het islamitische fundamentalisme in de rellen speelde. ,,Geen'', lijkt mij het juiste antwoord, althans tot dusverre; wat uiteraard nog niet wil zeggen dat extremisten niet zullen proberen te profiteren van de situatie. In Amerika zijn de rellen opgevat als de eerste slag in de burgeroorlog in wat de Amerikanen steeds vaker Eurabië noemen, maar dat is een slordige simplificatie, want de jongeren zijn bijna volkomen geseculariseerd.

Een jongeman die door de linkse Franse krant Libération werd geïnterviewd, zei dat de jongeren niet allemaal praktiserend waren, maar wel allemaal gelovig. Het lijkt mij beter om dat om te draaien: geen van hen was gelovig, maar praktiseren deden ze allemaal.

Niet dat ze vijf keer per dag bidden natuurlijk, of een tiende van hun inkomsten weggeven aan liefdadigheid, of dat soort flauwekul; wat zij praktiseren, en wat de islam in hun hart levend houdt, is vrouwenmishandeling. De wetenschap dat zij thuis koning zijn, is een grote troost voor jongemannen met opgeblazen ego's die weten dat zij in de grote wereld niets voorstellen en nooit iets zullen voorstellen. Dat is niet typisch iets van de islam; veel huiselijk geweld tegen vrouwen in de westerse wereld dient als uitlaatklep voor mannen die verbitterd en rancuneus zijn door hun machteloosheid in de samenleving als geheel. Overal elders mogen zij dan een voetveeg zijn, in eigen huis zijn ze tenminste Stalin. De islam hecht een soort transcendentale religieuze goedkeuring aan deze onderwerping van de vrouw, die speciaal waardevol is voor mensen die verder niet veel voorstellen.

Interessant genoeg heeft noch de Franse noch de Amerikaanse pers – zelfs niet de doorgaans meest politiek-correcte bladen – de vrouwen uit de voorsteden waar de ongeregeldheden plaatsvinden, naar hun mening gevraagd. Dat zou natuurlijk ook niet eenvoudig zijn geweest: probeer in die wijken maar eens een vrouw te vinden die toegankelijk is en bereid om vrijuit te spreken! Het lijkt mij waarschijnlijk, al kan ik het niet bewijzen, dat zij een heel ander verhaal zouden hebben verteld dan de jongens wier standpunt in de wereldpers alle aandacht kreeg. De jongens waren niet zozeer onderdrukt als wel onderdrukkers. Als de jonge vrouwen uit die wijken ooit de kans krijgen om te gaan stemmen zonder door mannen op de vingers te worden gekeken, zullen zij – ik gok nogmaals – in overgrote meerderheid op Sarkozy stemmen. Ik vermoed dat zij van deze golf ongeregeldheden vooral betreuren dat de oproerpolitie er niet meteen op af is gestuurd om de jongens een lesje te leren.

Nog iets interessants: ik herinner me niet één interview met iemand – van de zesduizend, toch – die door de jeugdige brandstichters een auto was kwijtgeraakt. De berichten over het verbranden van auto's waren volkomen onpersoonlijk, alsof die uitgebrande wagens aan niemand in het bijzonder toebehoorden, zoals telefooncellen, of alsof het alleen maar gemeente-eigendom was, dat uit de belastinggelden zou worden vergoed. (In zekere zin zúllen ze ook uit een bijzonder soort belastinggelden worden vergoed.

De verzekeringsmaatschappijen hebben gemeld dat zij de regel dat auto's die bij onlusten zijn beschadigd, niet worden vergoed, coulant zullen toepassen. Aangezien verzekeringsmaatschappijen geen liefdadige instellingen zijn, hoef je niet te raden wie deze compensatie gaat betalen: de Franse automobilisten, die verplicht verzekerd zijn. De jongeren steken in brand, en alle anderen betalen: wat een zoete wraak van les jeunes op de maatschappij, als ze ooit zover doordenken!)

En de toekomst? En de andere landen? Hebben wij een glimp opgevangen van de toekomst van heel Europa?

In Frankrijk zullen de politici de kwadratuur van de cirkel zoeken, dat wil zeggen alles te veranderen en toch bij het oude te laten. Links zal rechts alle repressie laten uitoefenen die nodig is om de maatschappelijke bescherming waarvan links voorstander is, in haar huidige vorm in stand te houden, terwijl het intussen natuurlijk rechts op verheven morele gronden kritiseert.

Voor de overige landen van Europa hangt hun toekomst af van de mate waarin zij het Franse model hebben nagevolgd. De rellen in Frankrijk hebben in elk geval duidelijk gemaakt hoe reëel de psychologische schade is die door afhankelijkheid wordt veroorzaakt.

Brits schrijver en psychiater die al geruime tijd in Frankrijk woont. Werkte in achterstandswijken en gevangenissen en schreef daarover in `Leven aan de onderkant' en `Beschaving of wat ervan over is'.