De stelling van Daniel Karrenberg: de VN-top over internet kan maar beter mislukken

Een groep ontwikkelingslanden wil dat de Verenigde Staten het administratieve beheer van het internet overdragen aan een internationale organisatie. Dat is riskant, zegt Daniel Karrenberg, één van de pioniers van het internet in Europa, tegen Juurd Eijsvoogel.

In Tunis houden de Verenigde Naties volgende week een topconferentie over het internet, de World Summit on the Information Society. Landen als China, Brazilië en Iran willen daar voor elkaar krijgen dat Washington het technische beheer van het internet uit handen geeft, bijvoorbeeld aan de VN. Hoe belangrijk is die kwestie eigenlijk?

,,Het zou een ramp zijn als de uitkomst van de top is dat de centrale beheersfuncties van het internet van de ene dag op de andere overgedragen worden aan een centrale organisatie waar alleen overheden het voor het zeggen hebben. Dat zou in strijd zijn met het hele idee van zelfregulering dat het internet groot en succesvol heeft gemaakt. Het zou gevaarlijk zijn voor de verdere ontwikkeling van het net.

,,Maar ik ben optimistisch, ik denk niet dat het zover komt. Die top is bijeengeroepen om minder ontwikkelde landen te helpen aansluiting te vinden bij het internet en bij andere nieuwe informatie- en communicatietechnologie (ICT), om te zorgen dat in die landen een digitale infrastructuur wordt uitgerold, dat internet er een groter bereik krijgt. Dat is een economische kwestie. Waar het internationale debat nú over gaat, dat is slechts het beheer, eigenlijk alleen de administratie en coördinatie van het internet. Dat is een bijzaak die afleidt van de hoofdzaak.''

Toch is in de aanloop naar de conferentie een groot punt van die bijzaak gemaakt. Een aantal landen vindt het onverteerbaar dat een Amerikáánse onderneming, de zogeheten Internet Corporation for Assigned Names and Numbers (ICANN), namens het Amerikáánse ministerie van Handel, zo'n centrale rol speelt als administrateur of beheerder van het internet.

,,De rol van de ICANN wordt erg overschat. Het woord beheerder is eigenlijk te zwaar. ICANN heeft alleen invloed op heel beperkte terreinen van administratie en coördinatie. Het belangrijkste wat ze doet is het bijhouden van de lijst met domeinnamen op het hoogste niveau: .nl voor Nederland, .fr voor Frankrijk, .com, .org et cetera. En ze wijst per `domein' een beheerder aan, hier bijvoorbeeld de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland, die de .nl adressen uitgeeft.''

Het mogen dan louter administratieve of technische zaken zijn, ze zijn nu wel politiek geworden, of althans: inzet van een politieke strijd.,,Maar het debat speelt zich vooral af in een sfeer van `Stel dat...' Stel dat de Amerikanen misbruik maken van hun positie. Ik vraag politici en diplomaten dan altijd: maar is dat ooit gebeurd? Wanneer is er ooit een land benadeeld?''

Als je het over de toekomst hebt, ontkom je toch niet aan `Stel dat...vragen'?

,,Maar wanneer heeft het systeem gehaperd? En wat is er mis met de huidige opzet? Die werkt, dat is bewezen.''

Wat er mis is, zal men zeggen, is dat één land het beheer in handen heeft van iets dat economisch en politiek zo enorm belangrijk is geworden voor de hele wereld.

,,ICANN heeft een internationaal samengesteld bestuur. En ze dankt haar bestaansrecht en haar legitimatie echt niet aan haar contract met de Amerikaanse regering. Die legitimatie ontleent ze aan haar eigen wortels in de internationale internetgemeenschap van technici, bedrijven en gebruikers, aan haar toegankelijkheid voor iedereen – ook overheden – en haar open werkwijze. Als je traditioneel denkt, zeg je: er moet toch ergens een legitimatie zijn van boven? Maar zo werkt het internet juist niet. Internet is ontstaan zonder centrale sturing, van onderop, door het handelen van veel individuen en organisaties. Dat is de kracht ervan. Het is zo opgezet dat degenen die het bouwden elk op hun eigen terrein de maximale vrijheid hadden om dingen te doen zoals ze wilden. Er vond alleen de strikt noodzakelijke coördinatie plaats, alleen als het echt nodig was, werden er functies centraal geregeld. Aanvankelijk deed één man dat, later de uit de sector voortgekomen ICANN. Dat is een heel andere opzet dan de centralistische structuur die je bij overheden doorgaans ziet.

,,Eigenlijk is het internet gebaseerd op wat in de Europese Unie subsidiariteit wordt genoemd: regel alles op het laagst mogelijke niveau. Wat je decentraal kan regelen, moet je niet centraal doen. In de wereld van het internet is wat door centrale overheden of organisaties wordt geregeld altijd verdacht. Zo heeft het internet – vijftien jaar geleden nog slechts een academisch speeltje – zijn fenomenale groei bereikt.''

Ook al is iets dergelijks nog nooit gebeurd, Iran denkt wellicht: als wij in oorlog raken met de Verenigde Staten, dan kunnen de Amerikanen ons zomaar van het internet afsluiten.

,,Dan zou de internetgemeenschap over de hele wereld in opstand komen en ervoor zorgen dat Iran toch op het net blijft. Daar ben ik van overtuigd.''

VN-chef Kofi Annan zegt: tot nu toe heeft de internetgemeenschap met haar informele omgangsvormen en structuren haar gang kunnen gaan. Maar nu het internet zo belangrijk is geworden, is het normaal dat regeringen er, bijvoorbeeld via de VN, meer over te zeggen willen hebben. Het zou naïef zijn dat niet onder ogen te zien.

,,Ik vind het ook een legitiem verlangen van overheden. En als ingenieur zeg ik: de opzet die nu bestaat is ook zeker niet perfect, we hadden het misschien ook anders kunnen oplossen. Maar ik kan me heel wat slechtere oplossingen voorstellen. En men moet wel goed beseffen dat de enorme groei van het internet niet had kunnen plaatsvinden als het door een centrale overheidsorganisatie aangestuurd was.''

Eigenlijk zegt u: het anarchistische karakter van het internet is voorwaarde voor verdere ontwikkeling?

,,Ik zou liever zeggen: het verspreide, niet-centrale karakter. Dat maakt dat niemand het internet kan kapen of domineren. En het zorgt ervoor dat we sneller en beter kunnen reageren als zich nieuwe technische problemen of uitdagingen voordoen. Veel diplomaten en politici die zich hierin mengen weten niet hoe belangrijk dat is, ze weten niet goed waarover ze praten.''

Het is ook een behoorlijk technische materie, dus kun je ze dat wel kwalijk nemen?

,,Wel als ze een verkeerde voorstelling van zaken blijven geven, ook nadat hun is uitgelegd hoe het wel zit. En dat gebeurt.''

Stel dat op de VN-top onverhoopt wordt besloten dat de Verenigde Naties de taak van ICANN gaan overnemen. Bijvoorbeeld via de VN-telecomorganisatie ITU. Moet je dan bang zijn dat landen als China en Iran, die niet bekendstaan als kampioenen van de vrijheid op het internet, daar misbruik van gaan maken?

,,Het hangt ervan af hoe zo'n VN-organisatie georganiseerd is. Maar zeker als de ITU zich ermee gaat bezighouden ben ik bang dat het geheel gepolitiseerd wordt. De ITU gaat over telecommunicatie, maar ze hebben helemaal door de opkomst van het internet heen geslapen, maar dan ook écht helemaal. En nu willen ze via deze discussie toch weer greep krijgen op het internet. Om hun fout te corrigeren en hun bestaan alsnog veilig te stellen.''

Wat moet de `cybertop' in Tunis wél opleveren?

,,Het moet gaan over zaken als spam (ongewenste e-mail, red.) en bestrijding van internationale criminaliteit die internet-specifiek is. En vooral over betere toegang tot internet in de niet rijke landen. Dát is pas urgent. We moeten zorgen dat het internet en het world wide web werkelijk wereldwijd worden, dat is van enorm belang, ook voor ons. Op den duur moet er zeker een manier gevonden worden om de publieke belangen die regeringen vertegenwoordigen beter te betrekken bij de administratie en coördinatie van het internet. Maar dat moet in dialoog gebeuren, en vooral ook geleidelijk. Als deze top niets oplevert inzake het beheer van internet, dan vind ik dat prima. De grootste ramp zou zijn als er een compromis komt waarin iedereen kan lezen wat-ie wil, maar waar wel praktische consequenties aan vastzitten die niet te overzien zijn. Dan maar liever helemaal geen resultaat.''

www.nrc.nl/cybertop Weblog over VN-conferentie vanuit Tunis