Cellencomplex schond brandregels

Het tijdelijk detentiecentrum van justitie op Schiphol-Oost heeft de afgelopen jaren bij voortduring de brandvoorschriften overtreden. Dat leidde tot een groot aantal aanmaningen van de brandweer en van de gemeente Haarlemmermeer, tot het sturen van dwangbevelen en in een aantal gevallen tot een boete.

Dit blijkt uit het omvangrijke dossier over het centrum dat de gemeente Haarlemmermeer gisteren ter inzage heeft gegeven aan deze krant. Uit de stukken blijkt dat de brandweer en de verantwoordelijke ambtenaren van de gemeente het detentiecentrum sinds de uitbreiding in 2003 steeds opnieuw hebben gewezen op overtredingen van de bouwvergunningen en op de gebrekkige brandveiligheid. De gebreken deden zich op allerlei plaatsen in het centrum voor: in de dependance van de rechtbank Haarlem, de kantoren van het openbaar ministerie (`gebouw 91'), in het `uitzetcentrum', maar ook in het cellencomplex waar bolletjesslikkers, uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen werden vastgehouden. Voor zover blijkt uit het dossier heeft justitie alle aanwijzingen van gemeente en brandweer uiteindelijk wel opgevolgd.

Of de gebreken die de gemeente Haarlemmermeer in het complex constateerde invloed hebben gehad op de felle brand in vleugel K is onduidelijk. Die brand in afdeling K van het cellencomplex kostte op 27 oktober elf illegale vreemdelingen het leven. Het was niet de eerste brand in het complex: in 2002 werd een deel van de cellen in aanbouw in de as gelegd. De aanbevelingen die het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding hierna deed zijn ,,wellicht niet allemaal tot op het laatste schroefje of moertje opgevolgd''. Dat zei de plaatsvervangend brandweercommandant van Haarlemmermeer, R. Wevers, op een persconferentie daags na de brand.

Uit het dossier van de gemeente blijkt dat er sinds 2002 voortdurend meningsverschillen zijn geweest over steeds nieuwe overtredingen. Zo constateerde de brandweer in december 2004 dat de vluchtroutes in het cellencomplex niet duidelijk waren aangegeven, omdat de verlichte pijlen naar de nooduitgang stuk waren of ontbraken.

Bovendien, schreef de gemeente op 21 december 2004, waren ,,rook- en of brandwerende deuren'' in de cellenblokken niet goed dicht, of zelfs voor het gemak opengezet ,,middels een keg, of door goederen voor de geopende deur te plaatsen''. [Vervolg OVERTREDINGEN: pagina 3]

OVERTREDINGEN

Pas op 5 oktober klopte alles

[Vervolg van pagina 1] Ook in andere gedeelten van het justitiecomplex werden gebreken geconstateerd.

De ernstigste werden gevonden in `gebouw 91', aan de voorzijde van het complex, dat werd gebruikt door de rechterlijke macht en het openbaar ministerie.

Na aanhoudende klachten over de slechte airconditioning in het pand constateerde het bedrijf Achmea Arbo eind 2004 dat de brandveiligheid van het pand ,,ernstig in het geding'' was.

Door allerlei aanpassingen (zoals het aanbrengen van ventilatieroosters boven brandwerende deuren in de gang) was daar sprake van een ,,sterk verhoogd letselrisico met mogelijk dodelijke afloop bij brand'', aldus het rapport van Achmea Arbo. ,,Of men tijdig uit dit pand kan vluchten is maar zeer de vraag.''

Sommige gebreken werden na vermanende brieven van de brandweer en gemeente Haarlemmermeer door Justitie opgelost. Zo schrijft afdelingshoofd Erik de Reus van het detentiecentrum aan controleur Gortemulder (,,Beste Edwin'') dat hij problemen van de bereikbaarheid van het cellencomplex na de aanbouw van de vleugels J en K (waarvan K op 27 oktober afbrandde) heeft verholpen door twee nieuwe openingen te maken in het hek, waardoor bluswagens het complex kon bereiken. Voor andere overtredingen moet de gemeente echter dreigen met het opleggen van een dwangsom, waarna de problemen in januari 2005 blijken te zijn verholpen.

In het geval van `gebouw 91' was het opleggen van een zogeheten `dwangbeschikking' echter niet genoeg. Alhoewel justitie naar aanleiding van het rapport van Achmea Arbo uit 2004 overleg voerde met onder meer de Rijksgebouwendienst over verbeteringen, worden die laat – of helemaal niet – doorgevoerd. De vereiste noodverlichting werd niet aangebracht. Ook bleken de deuren van verschillende nooduitgangen nog in 2005 afgesloten met een slot met sleutel, terwijl de bouwvergunning voorschrijft dat men de deuren gemakkelijk in één beweging moet kunnen openen.

Deze aanhoudende gebreken leidden er toe dat justitie in mei 2005 twee keer een dwangsom van duizend euro moest betalen aan de gemeente. Maar ook daarna blijkt het probleem van de vervanging van de sloten op deuren bij de nooduitgang hardnekkig. Pas op 5 oktober 2005 – drie weken voor de brand in vleugel K – constateert de gemeente bij hernieuwde controle dat het probleem is verholpen.

De Onderzoeksraad voor veiligheid onder leiding van Pieter van Vollenhoven heeft inmiddels een onderzoek ingesteld naar de brand in het cellencomplex. Ooggetuigen van de brand in het cellencomplex hebben melding gemaakt van een sterke rookontwikkeling. Alle slachtoffers zijn door koolmonoxide-vergiftiging om het leven gekomen. De gemeente Haarlemmermeer maakte gisteren bekend de eigen verantwoordelijkheid onafhankelijk te laten onderzoeken.

Minister Donner heeft op 1 november in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat hij direct alle detentiecentra ,,met een vergelijkbaar bouwconcept'', zoals die in Vught en Zeist, laat onderzoeken ,,om na te gaan of er noodzaak is de maatregelen, voorzieningen en instructies met betrekking tot de brandveiligheid aan te scherpen of aan te vullen''. Donner voegde daar nog aan toe dat ,,tegelijkertijd de opdracht is gegeven om per direct een verscherpt toezicht te laten plaatsvinden ten aanzien van de brandveiligheid''.

Uit de brief van Donner blijkt verder dat de minister door de Dienst Justitiële Inrichtingen een inventarisatie laat uitvoeren naar alle gebruiksvergunningen, calamiteiten- en ontruimingsplannen, branddetectie en blusmiddelen, plus de inzet van personeel in de nacht.