Blitzbriv

De Jiddische taal is dood, maar de Jiddische cultuur springlevend, zo constateert UvA-hoogleraar Jiddische taal en cultuur professor Shlomo Berger, (`Blitzbriv', W&O 5 november). Naast de taal van het land waar zij woonden, spraken in 1939 zo'n 11 miljoen mensen als tweede of eerste taal één van de 18 joodse talen.

Hebreeuws en niet Jiddisch werd in 1948 Israels nationale taal. 's lands politiek was destijds alles behalve pro-Jiddisch, langzamerhand werd `moedertaal' Jiddisch steeds minder gesproken. Door WO II en de Israelischepolitiek leek de taal lange tijd verdwenen. Maar nog steeds wonen de meeste joden buiten de grenzen van het Beloofde Land. De afgelopen jaren beleeft de Jiddische taal en cultuur een revival en wordt deze wereldwijd vooral buiten Israel ondertussen alweer door ongeveer 4 miljoen mensen gesproken.

Antwerpen, Jerusalem of New York, met name in religieus-orthodoxe joodse gemeenschappen is Jiddisch smoezen heel gewoon. Neem dichtbij huis de joodse gemeenschap van Antwerpen, zo'n 15.000 mensen. Ongeveer de helft converseert thuis, op school, bij de bakker of in de supermarkt dagelijks in het Jiddisch. Maar het sterkst groeit de belangstelling voor het Jiddisch in de Verenigde Staten. Het National Yiddish Book Center in Massachusetts is sinds de oprichting in 1980 niet alleen de grootste maar ook de snelst groeiende joodse culturele instelling van Amerika. Behalve aan de oostkust zijn het aan de westkust universiteiten als Berkeley en Stanford vooral jongeren die via college of cursus conform de oude joodse traditie Jiddisch als tweede (moeder)taal leren, naast Engels. Kortom, Jiddisch is niet dood maar hartstikke Lebedikeh!