Ben en Saffy

Raoul de Jong (21) ontdekt waarom mensen in New York een hond hebben

Ben en Saffy: de hondjes van Marc en Didier, de eigenaren van mijn nieuwe logeeradres, een appartementje op de tweede verdieping ergens aan het begin van Greenpoint, de Poolse wijk in Brooklyn. Twee Yorkshire terriërs zijn het, Ben en Saffy dus. Van die minihonden met lang, glanzend, goudkleurig haar en een strikje bovenaan het voorhoofd om het zicht vrij te houden. Normaal gesproken dan, want Ben en Saffy zijn door de hondenkapper voorzien van een vlotte, sportieve coupe. Ben is de jongen en de oudste van de twee, twee jaar is-ie. Saffy, het meisje, vernoemd naar die dochter uit Absolutely Fabulous, is één, doch twee keer zo groot als Ben aangezien ze op het moment schijnzwanger is. Behalve in de omvang uit zich dit ook in twee rijen opgezette, melkgevende tepeltjes.

Ben en Saffy worden minstens een keer per week gewassen en besprenkeld met hondenparfum, hun tandjes worden regelmatig gepoetst en als ze ziek zijn bezoeken ze een dierendokter die ook aan accupunctuur doet. Hun plasjes doen ze tegen een speciaal in New York gefabriceerd honden-aantrek-plasjes-papier dat tegen een kastje in de keuken is gehangen. Buiten komen ze maar sporadisch. Tot ik vanmiddag besloot ze een pleziertje te doen.

,,Kom Ben en Saffy!'' Ik pak de riempjes van de kapstok, waarop Ben hysterisch begint te blaffen en door de kamer heen te rennen. Na enige overredingskracht (,,Ik snap dat je het leuk vindt, Ben, maar je moet eerst je riempje aan... Ben, kom hier! Nou, godverdomme en nu gewoon even rustig!'') lukt het me om Ben zijn riempje aan te trekken. Saffy daarentegen krijgt een een angstaanval en kruipt weg in een soort van designer-hondenhandtas. Marc en Didier hadden al wat woorden laten vallen over haar slepende straatvrees, dus daar laat ik haar maar.

Nog voor ik de deur achter me gesloten heb, begint het. Gegil. Een blond meisje met wapperend haar (à la Jennifer Anniston) zit geknield op haar hurkjes naast Ben, die, New Yorks als hij is, maar één doel voor ogen heeft: vooruit. ,,Oh, my God!'', roept het meisje. ,,Isn't he the cutest thing?!'' Ik lach maar wat en ren verder, achter Ben aan. Langs de metrohalte, de tijdschriftenkiosk, de pizzapuntenzaak waar ik mijn ontbijt, lunch en avondeten haal, naar het stoplicht. Rood. Ik til Ben maar even op. ,,Oh my god!'', roept een jongen aan de overkant van de straat. ,,Is that a yorkie?!'' Ik mompel iets van ,,yes, yes, yohkshie thehrhiu.''

Of de jongen even een foto van ons mag maken? His girlfriend is namelijk helemaal crazy about yorkies. ,,She loooooves them!'' Groen. Ben en ik lachen naar de telefoon van de jongen. ,,Thanks, dude'', zegt hij. ,,Of course, eh...'', zeg ik.

Het park. Ben moet los van mij, omdat honden dat leuk vinden. Maar Ben niet. Zodra ik zijn riempje laat vallen, blijft hij stilstaan en begint te blaffen. O. Plasjes doet hij wel, gelukkig. En dat honkballende orthodoxe Joden er zijn om tegen te blaffen, dat begrijpt hij ook. Maar waar zijn die andere New Yorkse honden?

Het antwoord is snel gevonden: op de hondenspeelplaats naast het park. Een omheind plaatsje met houtsnippers. Op het hek bij de ingang hangt een hele lijst regels: geen geblaf, geen gegraaf van kuilen en waarom niet? Omdat de wet dat zegt! De baasjes van de honden die hier het meest komen, staan in een kluitje naast de ingang te socialisen. De andere baasjes hangen er een beetje verloren bij. Er wordt geflirt, er wordt genetwerkt, er worden eetafspraken gemaakt. En o ja, de honden spelen met elkaar. Twee glanzende Lassies, een Chinese naakthond, een chihuahua genaamd Omar en een witte poedel met paarse strikjes in haar haar, die luistert naar de naam Shivonda. Dat weet ik, omdat er op het moment dat ik binnenkwam een oudere man met een herdershond net het plaatsje verliet. Hij zag Ben en hij zei: ,,Oh, my god, can you please go play with that dog over there?''

Ben snuffelt aan Shivonda's holletje, terwijl Shivonda angstig opkruipt tegen de benen van haar baasje. Het baasje lacht beschaamd naar mij. Ze weet het niet meer. Alles heeft ze al geprobeerd, onder andere een kennismaking met een andere witte poedel in de veilige omgeving van haar eigen appartement, niks hielp. Dus besloot ze vandaag voor de harde confrontatie te gaan. ,,Yes, yes'', knik ik begrijpend, terwijl Ben en Shivonda rondjes rond de benen van het baasje rennen.

De eigenaresse van twee Lassies buigt diep voorover om hun bal uit de mond van een herdershond te pakken. Of is het: ze pakt de bal uit de mond van een herderhond zodat ze voorover kan buigen? Ze heeft namelijk nogal een indrukwekkend decolleté dat ze op deze manier kan laten zien aan de eigenaar van een vuilnisbakkenrasje die op een stoeltje aan de zijkant heel James Dean-erig een sigaretje zit te roken. Hij lacht naar haar, zij lacht terug en gooit de bal weg. De Lassies rennen er achteraan. De herder en het vuilnisbakkenrasje ook. En dan klinkt er: geblaf.

Oh. My. God. Binnen no time zijn alle honden aangelijnd en verlaten ze een voor een het plaatsje. De enigen die overblijven zijn een trillende Chinese naakthond, Shivonda en wij. Ik heb er wel weer genoeg van, Ben ook. Als we teruglopen door het park, laat ik hem los en hij begrijpt het. Hij doet een plasje tegen een bankje, graaft een kuil, blaft tegen een Poolse oma met kruspelden in haar haar en rolt door de modder. Ik moet lachen en roep: ,,Goed zo Ben!'' Sindsdien zijn we vrienden.