Armenië ademt oude Sovjet-Unie sfeer

Armenië, land met een bloedige historie, is niet makkelijk te bereizen, maar wel de moeite waard, vindt Bernard Bouwman

De berg Ararat ligt net over de grens in Turkije, maar toch is het vanuit de Armeense hoofdstad, Yerevan, dat je haar op zijn mooist kunt zien. Ergens op de berg, zo wil de traditie, liggen de restanten van de Ark van Noach. In de Bijbel staat de Ark, die beladen was met twee exemplaren van elke diersoort, voor de onverzettelijke wil van de mensheid om gruwelijke rampen zoals overstromingen het hoofd te bieden. En in die zin is de berg, ook al ligt zij in Turkije, een mooi symbool voor de Armeense natie – ook haar geschiedenis was er een van strijd en bloed, maar ze overleefde en heeft nu zelfs in de Kaukasus haar piepkleine vaderland gevonden.

Hoezeer bloed en offers deel uitmaken van de geschiedenis van Armenië, blijkt direct al in de stad Echmiadzin, zo'n half uur rijden van de hoofdstad Yerevan. Echmiadzin wordt wel het Armeense Vaticaan genoemd – hier is een ongekende conglomeratie van kerken en zetelt de Armeense kerkleider. Misschien de mooiste plek in de stad is de Hripsime-kerk. Hripsime was het voorbeeld bij uitstek dat als een meisje `nee' zegt, ze dat ook echt zo bedoelt. Eerst koos de heidense Romeinse keizer Diocletianus haar uit een serie portretten van schone maagden uit zijn Rijk. De christelijke Hripsime wees hem echter af en vluchtte met haar gevolg naar het verre Armenië. Daar trok zij de aandacht van – de eveneens heidense – koning Trdat III, die haar ook graag wilde. Wederom zei ze `nee' maar dat kwam haar duur te staan: de koning zond een contingent soldaten dat haar stenigde. In de Hripsime-kerk in Echmiadzin zijn de fatale stenen nog te zien. Trdat III kreeg varkensoren door die gruweldaad. Zijn enige redding, zo vertelde zijn zuster hem, was de heilige Gregorius, een christen die hij ettelijke jaren eerder in een put had laten smijten. Nadat de heilige weer was opgehesen en Trdat III had genezen, besloot de koning om christelijk te worden. En dus, zo vertellen Armeniërs graag en trots, werd Armenie de eerste christelijke natie ter wereld.

Zoals gezegd, ging dat niet zonder bloedvergieten; en angst en verdriet werden een vast onderdeel van de Armeense cultuur. Kerken in Armenië liggen vaak bij rotsen om ze zo gemakkelijker te kunnen verdedigen.

Lang hebben de Armeniërs ongestoord deel uitgemaakt van het Ottomaanse rijk, maar de verdenking dat ze zich wilden afsplitsen vertroebelde de verhoudingen. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak en het Russische leger noordwest Anatolië binnentrok, besloot de Ottomaanse regering in 1915 de Armeniers op transport te zetten. Wat volgde was een van de meest gruwelijke episoden uit de twintigste eeuwse geschiedenis. In het genocide-museum in de hoofdstad Yerevan is een glimp op te vangen van het onnoembare leed dat de Armeniërs toen trof. Misschien de meest sprekende foto die er hangt, is die van een geheel door honger uitgemergelde vrouw die wanhopig de lens inkijkt. Volgens Armeense bronnen kwamen er bij de genocide zo'n anderhalf miljoen Armeniërs om het leven – een enorm getal als je je bedenkt dat de bevolking van het huidige Armenië zo'n drie miljoen bedraagt. Turkije heeft de genocide nog steeds niet erkend maar zal dat waarschijnlijk, wil het ooit lid worden van de Europese Unie, wel moeten doen. De Turkse schrijver Orhan Pamuk is deze zomer in Turkije voor het gerecht gedaagd `wegens belediging van de nationale identiteit' omdat hij volhoudt dat het een schande is dat Turkije de genocide ontkent.

De troebele geschiedenis van Armenië maakt dat het geen bestemming is voor de reiziger die een weekje er simpelweg probleemloos `uit' wil. Zo is het moeilijk je te oriënteren in Armenië: het land heeft een eigen alfabet dat zo gecompliceerd is dat op lagere scholen groot feest wordt gevierd als de kinderen het onder de knie hebben. Daarnaast zijn er weinig mensen die een andere taal spreken dan Armeens en/of Russisch: een leuk gesprek in het park (zoals je dat bijvoorbeeld in Turkije nog wel eens kunt voeren) zit er in Armenië daarom waarschijnlijk niet in. Voeg daarbij dat het land nog de sfeer van de oude Sovjet-Unie ademt (met gaten in de weg en auto's die je zo ongeveer moet smeken om naar voren te bewegen) en het zelfs niet gemakkelijk is om er te komen (de meeste vluchten op Zwartnots-vliegveld komen aan en vertrekken in het holst van de nacht) en het is duidelijk dat Armenië toeristen vereist die moeite willen doen om iets te zien en zich niet gemakkelijk uit het veld laten slaan.

Maar voor wie dat bereid is te doen, is het land een schatkamer aan ongekende vondsten. Neem bijvoorbeeld het Nationale Museum voor Schone Kunsten in Yerevan. Je moet moeite doen om het te vinden: het ligt boven het geschiedenismuseum maar het zoeken is de moeite waard. Naast `Europese' kunst zijn hier ook een aantal etages met Armeense kunst. Die bewijzen hoe dicht de Armeense cultuur altijd bij `Europa' stond – zo is er een prachtig schilderij dat in een naar kubisme neigende stijl een gezellig dansje in een Armeens dorp afbeeldt.