Archeologen komen met reconstructie van Romeinse villa

In de tweede eeuw na Christus veranderde een inheemse boerennederzetting in Limburg in een luxe Romeins landbouwbedrijf. Dat is de conclusie van de opgraving van de Romeinse Villa Holzkuil in Kerkrade. Het is de eerste keer in Nederland dat een dergelijk landbouwbedrijf zo compleet in kaart is gebracht. De onderzoeksresulaten zijn deze week gepubliceerd in het boek Romeinen in Nederland, de Villa Holzkuil, uitgegeven door de gemeente Kerkrade. Het onderzoek is uitgevoerd door twee archeologische bedrijven, ADC en Pansa.

De Villa Holzkuil in Kerkrade is een zogenaamde `villa rustica' uit de tweede eeuw, een grote boerderij waarvan er toen duizenden bestonden in het Romeinse Rijk (dat zich in die tijd uitstrekte van Syrië tot Spanje en van Egypte tot Engeland). Er woonden lokale boeren die in de loop der tijd romaniseerden en welvarender werden. In Nederland zijn tientallen locaties van zulke villa's bekend, maar de Villa Holzkuil is de eerste waarvan ook het erf en de bijgebouwen beschreven zijn. Ook de ontwikkeling van inheemse nederzetting tot Romeins huis was nog niet eerder in detail bekend. In de bouw van de Villa Holzkuil onderscheiden de archeologen, die voor hun werk gebruik maakten van digitale 3D-reconstructies, vijf fasen. Rond 75 begon de aanleg van de nederzetting met drie houten gebouwen en een waterput. In het begin van de tweede eeuw kwamen daar enkele gebouwen bij. Het terrein meet dan bijna 2 hectare. Het middelste van de eerste drie gebouwen werd vervangen door een stenen vakwerkhuis.

Halverwege de tweede eeuw werden de bewoners rijker en verrees voor het hoofdgebouw een zuilengalerij, waardoor het gebouw veranderde in een klassieke villa rustica. Rond het jaar 200 werd een badcomplex toegevoegd, en een toegangspoort bij de ingang van het dan ruim 3,5 hectare grote terrein. In het laatste kwart van de derde eeuw raakte de villa in verval en werd zij geplunderd, mogelijk door de Franken.

De Villa Holzkuil was zoals veel villa's een gespecialiseerd bedrijf. Er werd vooral spelt (een graansoort) verbouwd. Omdat tegelijkertijd met de villa ook Romeinse steden als Heerlen, Tongeren en Aken opkwamen, is het waarschijnlijk dat die steden de belangrijkste afzetmarkten vormden. Ook het bouwmateriaal kwam uit de regio. Het kalksteen voor de muren werd gewonnen in Zuid-Limburg; ander bouwmateriaal, zoals marmer en leisteen, in België. Het complex wijkt daarin af van andere Romeinse gebouwen in Nederland, die vaak gemaakt zijn van tufsteen uit de Eifel.