Ademproblemen tijdens slaap zijn riskant voor hersenen

Als bij een oudere, stevige snurker de ademhaling tijdens de slaap vijf of meer keer per uur even helemaal stokt (artsen spreken van obstructieve slaapapneu) dan loopt zo iemand een ruim twee keer zo groot risico op een beroerte of plotseling overlijden dan een niet-snurkende leeftijdgenoot.

Medewerkers van het Yale Center for Sleep Medicine hebben het aantal beroerten en plotselinge sterfgevallen geanalyseerd bij een groep van ruim duizend 50-plussers die naar het centrum waren verwezen wegens mogelijke obstructieve slaapapneu. Mensen die al een hartinfarct of beroerte hadden doorgemaakt, werden buiten het onderzoek gehouden. De deelnemers werden eerst met een polysomnograaf een nacht lang tijdens hun slaap geobserveerd. Bij zo'n slaaponderzoek registreert men onder andere de adembewegingen, de zuurstofconcentratie in het bloed en de hersenactiviteit. Zo kan men bepalen of iemand werkelijk aan slaapapneu lijdt. Bij tweederde van de deelnemers bleek dat inderdaad het geval; de overigen vormden de controlegroep (The New England Journal of Medicine, 10 nov).

Na gemiddeld 3,5 jaar kon ruim 80 procent van de oorspronkelijke deelnemers weer worden opgespoord. Van de 559 overgebleven lijders aan slaapapneu bleken er inmiddels 22 een beroerte te hebben doorgemaakt en 50 van hen waren plotseling overleden, vergeleken met twee beroerten en 14 plotselinge sterfgevallen bij de 266 mensen tellende controlegroep. Dat is een verschil van 2,24 keer (3,48 complicaties per 100 persoonsjaren in de apneugroep, tegen 1,60 in de controlegroep).

De typische lijder aan obstructieve slaapapneu is te dik. Daardoor heeft zo iemand vaak een hoge bloeddruk en last van diabetes. Dat zijn natuurlijk risicofactoren voor hart- en vaatproblemen. Toch bleef ook na correctie daarvoor (en voor de leeftijd, roken en alcoholconsumptie) het risico op een beroerte of plotselinge dood bij lijders aan slaapapneu nog twee keer zo groot.

Opvallend is verder dat de groep mensen met slaapapneu na hun diagnose allerlei behandelingen hadden ondergaan om de klacht te verhelpen. Eenderde was meer dan tien procent afgevallen (dé remedie voor slaapapneu) en ruim de helft had 's nachts extra lucht toegediend gekregen via een overdrukmasker (continuous positive airway pressure of CPAP). Verder was bij 15 procent verslapt keelweefsel chirurgisch ingekort. Dat had hen kennelijk niet behoed voor beroertes en plotseling overlijden.

Een gelijktijdige publicatie in hetzelfde tijdschrift over de Canadian Positive Airway Pressure Trial bevestigt de indruk dat de gebruikelijke behandeling van slaapapneu geen bescherming biedt tegen hart- en vaatproblemen.