Waar biologie in kunst verandert

Karakter is de mysterieuze, aan het noodlot verwante kracht die een mensenleven van binnenuit vormt en die zich toont in het gezicht. Dat laten de portretten van Annie Leibovitz zien. `Hoe langer we leven, hoe meer we ons gezicht worden.'

Met zijn versteende stoppelbaard, zijn geloken ogen en zijn turfbruine huid strak als een doodskap over zijn schedel getrokken, lijkt hij precies op de man die nabij het Deense Tollund in 1950 uit het veen werd opgegraven – het veen waarin men hem vijfentwintighonderd jaar eerder met een strop om zijn nek en in zijn maag een laatste maal van winterzaad had laten wegzakken. Het grote verschil is dat John Lee Hooker, de koningsslang van de blues, nog leefde toen Annie Leibovitz zijn foto nam. Zijn portret opent Leibovitz' tentoonstelling American Music. En bijna was ik aan de rest niet toegekomen – zo lang bleef ik naar Hookers gezicht staren, met in mijn hoofd de echo van zijn onheilspellende boogie-grom `how-how-how-how'.

Ik schrok pas op toen ik een vrouw naast me op bijna verontwaardigde toon tegen haar vriendin hoorde zeggen: ,,Wat een getekende kop, zeg!'' ,,Ja'', zei die vriendin toen, ,,heel karakteristiek'', en ik begon opeens beter te begrijpen wat dat eigenlijk is, `karakter': niet zozeer een bepaalde eigenschap of verzameling eigenschappen die bij elkaar een goede, niet zo goede of ronduit zwakke inborst opleveren, als wel de mysterieuze, aan het noodlot verwante kracht die een mensenleven van binnenuit vormt, en die, zelf onzichtbaar, zichtbaarheid krijgt in het gezicht.

Ons gezicht houdt nauwkeurig bij in hoeverre we het ons gegeven leven ook werkelijk geleefd hebben, en hoe langer we leven (en hoe verder de rest van ons lichaam krimpt), hoe meer we bovendien ons gezicht worden. Het gezicht is de plek waar zichtbaar wordt hoe biologie in kunst verandert. Klik!

,,Hij ziet eruit alsof het de laatste foto is die er ooit van hem is genomen'', ging de tweede spreekster voort – die kennelijk, net als ik, moeite had om zich los te maken van het appèl dat Hookers bijna voorwereldlijke kop op ons deed. En door de nadruk, de beetje verlekkerde nadruk die zij daar op had gelegd, begon ik na te denken over het enorme gewicht dat het woordje `laatste' verleent aan alle woorden die het kwalificeert. Laatste kans, laatste troef, laatste ronde, laatste dans, laatste nieuws, laatste lach, laatste dagen, laatste maal, laatste woorden, laatste adem, laatste oordeel.

Het is verleidelijk om ter verklaring met de dood aan te komen, maar de dood is alleen maar een hele grote slokop. Hij verschaft slechts een banaal einde, feitelijkheid zonder betekenis, doorgestoken kaart, geen echte ontknoping. De dood als concept is een schrikeffect, goed voor een paar koude rillingen op een bleke namiddag, meer niet. Weg daarmee.

Wat de laatste keer onderscheidt van alle keren daarvoor, en hem daardoor uit de loop der gebeurtenissen omhoog tilt, is dat de volgende keer ontbreekt. Het is de afsluiting, het moment dat de rekening kan worden opgemaakt, de finale die alles wat eraan voorafging zijn definitieve betekenis verleent. Geen wonder dat we altijd zo lang stil blijven staan bij de laatste keer dat we iemand hebben gezien – omdat alles wat die persoon was en alles wat hij of zij voor ons heeft betekend in dat slotbeeld samengeperst zit – en er alleen door onze herinnering plus verbeelding weer uit te halen is. Het is het moment waarop iemand, dood of levend, in onze beleving, hup omhoog, de overgang maakt van het alledaagse naar het rijk van de betekenis, en dus in zekere zin een kunstwerk wordt. De laatste keer vormt de feiten om tot een symbool. Klik!

Open wond

Een zaal verderop in American Music worden mijn gedachten geÏllustreerd door een grote foto van Lucinda Williams, een zangeres en songschrijfster met een altijd even woeste als gekwetste uitdrukking op haar lange gezicht. En wier stevig in de verzamelde tradities van rock, folk, blues en country gewortelde werk rauw en gevoelig is als een open wond. Ze staat hier, omkranst en half verduisterd door het laatste licht van de zon, ergens langs de kant van een weg en kijkt opzij naar het openstaande portier van een auto. De rest van de auto is niet in beeld; desondanks is er de suggestie, misschien wel door haar opgetrokken schouders, dat daar iemand in zit – een man, geen vrouw – en dat ze niet goed weet of ze het portier hard dicht zal slaan of zal instappen. Ze weet dat ze in beide gevallen spijt zal krijgen, maar omdat ze ook weet dat de ene spijt de andere niet is, en die ene vorm van spijt haar vertrouwder is dan de andere, zal ze uiteindelijk toch instappen.

En niet alleen dat – er zal buiten beeld ook nog iemand achterblijven voor wie dit de laatste keer zal zijn geweest dat hij haar zag. Iemand die zich met dit beeld voor ogen zal herinneren wat een vreemde, wilde blik ze soms achter het stuur van een auto in haar ogen kon krijgen, en wat ze laatst nog tussen neus en lippen over vrijheid had gezegd, haar voorkeur voor lichte bagage, een verhaal over een riskante trektocht in haar jeugd. Allemaal redenen waarom het geen verrassing zou hoeven zijn dat ze er vandoor is gegaan.

Aan de andere kant zal haar op de foto vastgelegde aarzeling misschien ook herinneringen bovenbrengen aan de zucht van verlichting waarmee ze haar laarzen uit kon schoppen, of aan de manier waarop ze de kop van de hond op schoot nam. Allemaal schijnbare tegenstellingen binnen één karakter, die erop wijzen dat we vaak een veel te beperkte, veel te stoere notie hanteren van wat `karakter' is. Als we meer ruimte zouden laten voor wat we allemaal niet kunnen rijmen met het beeld dat we van iemand hebben, zouden we minder ruimte creëren voor de amok waarmee anderen ons nu zo vaak overvallen. Klik!

Jung

Een goed oog voor het zogenaamd ongerijmde, voor de betekenisvolle afwijking, voor het excentrieke, is daarbij van meer belang dan veralgemeniserende verklaringen. Gewoon goed blijven kijken – op de manier waarop je naar de details van een foto kunt kijken of de mise-en-scène van een droom beleeft – en je laten wegzinken in de puzzel van de menselijke natuur. Alsof het voor de eerste keer is of juist de laatste keer. Met een nieuw oog, zoals het oog van de goede fotograaf, of juist een oud oog. Een oog dat geleerd heeft dat de essentie zich bij voorkeur niet in het veilige midden, maar aan de rare periferie van het beeld bevindt. Tegen alle homogeniserende druk van buitenaf in trouw blijven aan je karakter, dat wil zeggen trouw blijven aan je eigenaardigheden. Zoals, vaak tot wanhoop van hun kinderen en verzorgers, vooral oude mensen donders goed weten.

`Karakteristiek' – het klopte dus toch, de manier waarop die vrouw dat woord gebruikte voor de eeuwenoude kop van John Lee Hooker, ook al bedoelde ze er misschien zelf zoiets verschrikkelijks mee als `pittoresk'. De jaren hadden inmiddels alle platitudes uit zijn schedel weggebeiteld, met de kracht van zijn karakter als beitel. Tot alleen nog de essentie, de grondtrekken van zijn individualiteit, over was. Klik. Ik zag het niet alleen bij hem, maar ook bij Tony Bennett, bij Hubert Sumlin en Pinetop Perkins en Ralph Stanley van de Stanley Brothers en vooral bij Johnny Cash en zijn vrouw June Carter. Klik. Klik. Klik. Klik!

En ik zag nog meer, maar dat was pas later, toen ik weer thuis was en, op zoek naar een waar woord over het verband tussen ouderdom en inzicht, in een opwelling de laatste bladzijde opsloeg van de autobiografie van C.G. Jung. `Ik ben verbijsterd, teleurgesteld, innig tevreden. Ik ben wanhopig, somber, extatisch. Ik ben al die dingen tegelijk, zonder ergens de definitieve waarde van te kunnen bepalen. Ik heb geen eenduidig oordeel over mijzelf en mijn leven. Er is eigenlijk niets waar ik nog zeker van ben.' Aldus de man die tachtig jaar lang volgens het Delphische motto `ken uzelve' gewerkt en geleefd had, en hij citeert Lao-Tze: `Allen zijn doorzichtig, alleen ik verkeer in de mist.'

Dat is misschien wel het hoogste: dat de vervreemding, die je van de wereld om je heen heeft gescheiden, zich tenslotte verplaatst blijkt te hebben naar je innerlijk – en je zogenaamde vertrouwdheid met je eigen karakter onverwachts plaatsmaakt voor een vertrouwdheid met de dingen om je heen.

Klik!

Annie Leibovitz: `American Music'.

Tot 7 dec. te zien in FOAM, Keizersgracht 609, Amsterdam. Inl: www.foam.nl