Van Gogh met Shell in research

Het Van Gogh Museum in Amsterdam en Shell Nederland hebben een overeenkomst afgesloten als `Partners in Science'. De samenwerking, die tot 2010 duurt, richt zich op technisch-wetenschappelijk onderzoek dat wordt gedaan naar de schilderijen van Vincent van Gogh. Het Shell Research & Technology Centre levert daarvoor kennis en apparatuur. Over de kosten daarvan worden geen mededelingen gedaan door het museum en de oliemaatschappij.

Het door Shell verrichte onderzoek, uitgevoerd in samenwerking met Instituut Collectie Nederland, moet informatie leveren over de chemische samenstelling van verfmaterialen en doeken die Van Gogh gebruikte. Daarvoor worden van alle schilderijen in het Van Gogh Museum `onzichtbaar' minuscule monsters genomen van de verf. Ze worden eerst bekeken in het museum, onder andere met microscopen, vervolgens worden ze bij Shell chemisch geanalyseerd. Ook worden de schilderijen van Vincent van Gogh (1853-1890) bekeken met röntgenstralen en infrarood licht.

De resultaten van deze experimenten worden onder meer verwerkt in het tweede deel van de driedelige bestandscatalogus van de schilderijen uit de collectie van het Van Gogh Museum, die naar verwachting volgend jaar zal verschijnen.

Vanaf vandaag tot en met 24 september volgend jaar geeft de presentatie Kijken in schilderijen een beeld van het technisch-wetenschappelijk onderzoek, waarbij de nadruk ligt op het `kijken binnenin schilderijen'.

De expositie besteedt ook aandacht aan de correspondentie van Vincent van Gogh met zijn broer Theo. In die brieven zijn veel aanwijzingen te vinden over voorbeelden en bronnen, visies van tijdgenoten, technische hulpmiddelen, en teken- en schildersmaterialen, waaronder de in die tijd nieuwe tubeverven en de opkomst van synthetische kleurstoffen.