Republiek speelt voor waaghals

De Franse regering voert een wanhoopspolitiek, menen vijf Franse intellectuelen.

Wij willen met deze oproep uiting geven aan onze verontwaardiging en verontrusting. Het geweld waaraan een deel van de jeugd uit onze voorsteden en steden zich nu al tien dagen overgeeft, en dat niemand wenst aan te moedigen, is eigenlijk niet nieuw. Al jarenlang observeren de uitgesloten jongeren soortgelijk geweld om zich heen. Dagelijks ondervinden ze aan den lijve massale werkloosheid, ontmanteling van openbare voorzieningen, stedelijke segregatie, discriminatie op de arbeidsmarkt, religieuze en culturele stigmatisering en racistisch en grof politieoptreden. Een `overbodige' jeugd die, door de Franse samenleving, geen enkele toekomst wordt geboden. Deze samenleving heeft er spijt van hun ouders, in tijden van voorspoed, te hebben gehaald en probeert deze jeugd nu tot zondebok te maken van haar onderdrukte koloniale slechte geweten.

Dat is het probleem. En het geweld in de steden, het verwoestende en zelfverwoestende gedrag van de `misdadigers' of `relschoppers' zijn daarvan het symptoom, terwijl de oorzaken aan het zicht worden onttrekt.

Hoe biedt de regering dit probleem het hoofd? Herkent ze hierin het bestaan van een sociale kwestie? Probeert ze de aard ervan op te helderen en gaat ze te rade bij deskundigen in het veld: professionals, verenigingswerkers, gekozen vertegenwoordigers, gezagsdragers, leraren?

Roept ze op tot democratisch overleg tussen het regeringsapparaat, met inbegrip van de politiemacht, de gemeenteraden en de regionale raden? Richt ze zich tot het parlement om uit naam van de Franse bevolking maatregelen voor de korte en de lange termijn te onderzoeken en door te voeren? Neemt ze tegen de politieagenten die zich aan excessen hebben schuldig gemaakt en de lont in het kruidvat hebben gestoken, de nodige eventueel voorlopige disciplinaire maatregelen? Want in dat geval toont ze hoe vastbesloten ze is om haar onkreukbaarheid te bewijzen als het op rechtvaardigheid en wettigheid aankomt.

Nee, in plaats daarvan stapelt ze discriminatie op belediging en provocatie. Op de sociale crisis antwoordt ze met repressie. ,,Voor alles moet de orde worden hersteld.'' Dezelfde orde die het voortdurende onrecht en de collectieve criminalisering van hele bevolkingsgroepen moet verhullen – tot aan de ouders toe, die men voor de rechter dreigt te slepen of kinderbijslag te ontzeggen, als ze niet in staat blijken om hun kinderen 's avonds op de tiende etage van een `te renoveren' flatgebouw op te sluiten.

Ten slotte trekt ze zonder nadenken het botte wapen van een noodwet, die nog stamt uit de tijd van de Algerijnse oorlog en destijds werd gebruikt om het verzet tegen de neokoloniale orde te breken, een wet die niet alleen machtigt tot instelling van een avondklok maar ook tot het afbakenen van veiligheidszones, tot vervolging dag en nacht, huisarrest en snelrecht.

,,Wees niet bang'', wordt ons gezegd, ,,dat arsenaal aan maatregelen zal met overleg, met mate worden toegepast.'' En de zogenaamde oppositie doet er nog een schepje bovenop met ,,we zullen er scherp het oog op houden.'' Maar de volgende dag al kondigt de minister van Binnenlandse Zaken de herinvoering van de dubbele straf aan, die ook de onmiddellijke uitzetting van vreemdelingen inhoudt, dat wil zeggen van inwoners die op grond van de vaststelling van hun identiteit er kunnen worden uitgepikt.

Men wil wederzijds haat zaaien tussen de burgers, een grens trekken tussen de `natie' en haar binnenlandse vijand, de voorsteden tot de staat van etnisch getto laten vervallen, er ieder economisch initiatief en iedere poging tot maatschappelijke rehabilitatie ontmoedigen, de werking van de openbare diensten onmogelijk maken, zonder ook maar een alternatief te overwegen. Het is wanhoopspolitiek, maar ook kortzichtige politiek, wat dan ook de oorzaken mogen zijn: bureaucratische domheid, de arrogantie van een blank ras, electorale berekening. Dit dient hardop te worden gezegd door ieder die zich in dit land ook maar enigszins bekommert om het gemeenschappelijk goed. De Republiek speelt voor waaghals.

Deze tekst is vanmorgen verspreid door de filosoof Etienne Balibar, psycho-analyticus Fethi Benslama, juriste Monique Chemillier-Gendreau, filosoof Bertrand Ogilvie, Antropoloog Emmanuel Terray.