Overspelig met het gouden kalf

Na een fiks aantal jaren verliest een auteur zijn auteursrechten, het staat ieder vrij met de tekst die hij achterliet, te doen wat hij wil. Zo is het ook met de bijbel gesteld, de Heilige Geest (volgens de kerk de auteur) noch de Buma kan ons iets maken als we de bijbel voor wat dan ook willen gebruiken. Ieder mag hem bovendien lezen zoals hij wil, er is geen monopolie en geen patent. Dat treft, want nu mag je hem ook lezen zoals Arnon Grunberg doet in wat als titel de Grunbergbijbel heeft meegekregen. En Grunberg leest hem zoals je een literaire tekst leest, als een roman dus. Dat treft opnieuw, wij treffen het, beter gezegd, want Grunberg heeft niet alleen meegewerkt aan het formidabele vertaalwerk van de Nieuwe Bijbelvertaling (vorige week bekroond met de NS Publieksprijs), hij schrijft ook zelf, romans zowel als essays, en je kunt hem het bijbellezen dus wel toevertrouwen, ook het lezen van de bijbel als een roman. Er schuilt niets denigrerends achter dat laatste, het respect voor de bijbel is bij hem, zegt hij ergens, door deze nieuwe bijbelvertaling gegroeid, en er een roman inzien: wel, dat is vaker gedaan, ook het bespreken ervan. Denk aan De bijbel volgens Nicolaas Matsier (besproken in Boeken, 21.03.03), wat in feite op een literaire introductie van elk bijbelboek neerkwam. Grunberg doet wat anders. Grunberg vertaalt niet, en geeft niet uit, maar levert een extract, een ingedikte bijbel, of een uitgedunde kun je ook zeggen: het komt op hetzelfde neer.

Grunberg leest hem als een roman, en een roman heeft een thema. Dat moet je natuurlijk wel zien, en niet iedere recensent het is bekend ziet hetzelfde thema, maar in mijn ogen zit Grunberg met zijn keuze er niet ver naast. Hij sluit zelfs aan bij wat bepaalde gereformeerde bijbellezers uit de bijbel distilleerden: de bijbel als `verbondsgeschiedenis', Grunberg noemt het fraai literair thema een liefdesgeschiedenis, maar dan een die op niets uitloopt: het verhaal van een onmogelijke liefde tussen God, vaak Heer of HEER genoemd, en zijn volk. Het is niks en het wordt niks tussen die twee, het is beter dat ze uit elkaar gaan, en niet zonder reden eindigt het verhaal dan ook met de grote leegte, waarmee het overigens ook begint.

Wat de Grunbergbijbel interessant maakt is allicht de keuze van de stukken die Grunbergs thema ondersteunen en toelichten (de meeste bijbelboeken komen aan bod), maar daarnaast ook de uiterst summiere samenvattingen, cursief gedrukt, soms niet langer dan twee regeltjes, waarmee Grunberg aangeeft wat er hier, in de passage die volgt, aan de hand is. Om de lezer een idee te geven licht ik er een paar uit.

Als Mozes op de berg met God in gesprek is (aan het slot van het boek Exodus), misgaat het volk zich door een gouden kalf te maken, lees: vreemd te gaan. Grunberg beschrijft het effect dat deze handelwijze op God heeft met de woorden: `God verlaat zijn volk tijdelijk omdat het onhandelbaar is. De ouverture van de liefdestragedie is ingezet.'

Mozes mag het beloofde land niet in, hij – zelfs hij is niet gehoorzaam geweest. En niet alleen Mozes, want wat lezen we in hoofdstuk 6 van het boek Deuteronomium? `God is de enige. De liefdesrelatie wordt tragisch. De enige die toch telkens weer niet Enig genoeg blijkt, er zijn steeds weer anderen im Spiel. Maar dat is nu net de motor van de relatie.' Het slot van hetzelfde bijbelboek vat Grunberg samen: `God straft met allerlei wapens, ook met de dood. Maar na de dood houdt het op. De hel moet nog worden uitgevonden.' Trouwens toch een merkwaardig boek, het boek Deuteronomium, het bijbelboek dat nog meest van de Koran wegheeft: God is via Mozes aan het woord, en Mozes (heeft Mohammed het van hem afgekeken?) weet van geen ophouden: gebod na gebod, oekaze na oekaze, heel het dagelijks leven van mannen, vrouwen en kinderen wordt ingepakt in wetten. Alle passages bovendien doorspekt met bedreigingen bij ontrouw, en vruchtbaarheid, veel kinderen en veel vee, als beloning voor trouw.

Grunberg verbaast zich over de stelling dat we onze humaniteit aan de bijbel hebben te danken, want wat er aan onmenselijkheid niet alleen bedreven maar ook geboden wordt, neemt minstens zoveel plaats in beslag. Dat klopt. Wie het over `bijbels' heeft, bij voorbeeld om te pleiten voor `bijbelse gerechtigheid', heeft een keuze gemaakt uit de teksten, wij achten onszelf daar kennelijk competent toe. Grunberg roept dat in herinnering, door een aantal gruwelteksten (uit Leviticus) op een rijtje te zetten, zulks als wat hij noemt – een soort aanvulling op de Tien Geboden. Een geroutineerd bijbellezer leest gemakkelijk over zulke plaatsen heen, of slaat ze over. Zoals wat er volgt onder het cursiefje `Die naam alleen al: Voorhuidenheuvel' (inleiding op Jozua 5): Israels mannen moeten opnieuw, en kennelijk en masse, worden besneden. Vandaar. Ik heb het nagekeken of die naam ook in de Statenvertaling zo wordt genoemd, en inderdaad! Mijn vader, die ons bij de Statenvertaling heeft grootgebracht, moet dat hebben overgeslagen, want zo'n realistische naam vergeet je niet.

Tot nu toe putte ik uit het zogenaamde Oude Testament, het boek van de eerste revolutie, noemt Grunberg het: één God en één volk, met de wet als bindmiddel, maar dat werd niets, zagen we. Het Nieuwe Testament beschrijft een tweede revolutie. Goed nieuws, het staat in het evangelie naar Matteüs: `de liefdesrelatie tussen god en zijn volk wordt opengescheurd. Er verschijnt een Dritte im Bunde.' Volgt het verhaal van Jezus, vrijwel helemaal volgens Matteüs. Maar de mensenzoon komt niet verder dan de belofte dat de verlossing onderweg is. Het geloven wordt belangrijk, het komt in de plaats van de wet. Of niet? Bij Paulus wordt het Kafka, laat Grunberg weten. En hoe loopt het af? De vernietiging van de wereld is een conditio sine qua non voor de wederkomst van de mensenzoon. Literair-technisch gezien een geniale vondst, aldus Grunberg. Het slot van het boek Openbaringen krijgt dan ook als kopje: `Het einde der tijden. De liefde is mislukt.' Tevens einde van de roman.

Wat je aan de Grunbergbijbel hebt? Het zal niet meteen de vraag van gelovige mensen zijn, want die lezen Grunberg niet. Toch zou ik het gelovigen en ongelovigen aanraden. De dienst die Grunberg ze kan bewijzen is dat de bijbel wat losser in z'n kaft komt te zitten, niet meer Gods onfeilbaar Woord, geen fetisj meer, maar een boek dat je kunt lezen, gewoon lezen. Niet verplicht op de manier van Grunberg, maar wel aanbevolen. Niet alleen de hoogtepunten van vertelkunst, het boekje Ester bij voorbeeld (helemaal opgenomen), of stukken als het Hooglied of Job (een van de hoogtepunten van de bijbel noemt Grunberg dit boek), maar alles lezen wat in Grunbergs schepnet is blijven liggen, zijn vangnet, zoals hij het noemt.

De God van de christelijke theologie, het enig en eenvoudig geestelijk Wezen hetwelk wij God noemen (Artikel 1 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis), die raken gelovige christenen er niet mee kwijt, want die komt in de bijbel niet voor. De God van de bijbel is van verbeelding.

Grunbergbijbel. Athenaeum – Polak & Van Gennep, 290 blz. €14,95