Op dit meisje ketst alles af

Waarom zijn er nauwelijks vrouwelijke auteurs die een personage zoals Ina Damman hebben beschreven? Daarover discussieert de Leesclub tot slot.

Dat er onmiskenbaar een tragische component zit in het werk van Vestdijk, schreef H.U. Jessurun d'Oliveira in Vondsten en bevindingen. Dat tragische herleidt hij tot en illustreert hij aan Terug tot Ina Damman. `Wat is dit anders dan een grandioze poging tot verzet tegen een menselijk échec, een absolutistisch protest tegen wat er door een samenloop van omstandigheden op een vitaal punt in Anton Wachters wereld is misgegaan?'

Die uitspraak verheldert misschien iets over de merkwaardige omvang van Ina Damman. Ik bedoel niet van de roman, noch van het meisje, maar van het belang van deze mislukte jeugdliefde. Ina Damman is alomvattend. En niet alleen voor Anton Wachter, en bijgevolg voor de schrijver S. Vestdijk, maar ook nog weer voor andere schrijvers. Een Ina Damman hebben, het is voor een beetje schrijver iets heel gewoons. Als zo'n schrijver een man is tenminste. Onlangs nog schreef Robert Anker in zijn zomerdagboek Innerlijke vaart over zijn eigen Ina Damman, Simone Spoelder. En van andere schrijvers kennen we haar onder andere namen, in allerlei gestalten, maar toch: de jeugdliefde. Het ondoorgrondelijke meisje dat beschreven moet worden, teruggevonden, bewaard.

Betekent Ina Damman alleen maar `jeugdliefde'? Zeker niet. Ze betekent een verlangen, en vooral betekent ze een herinnering, die niet door de werkelijkheid, door herhaling of weer tot leven wekken aangetast mag worden: `duidelijker dan ooit voelde hij nu, dat Ina Damman zelf er alleen maar op verminderen kon, als hij haar weer in werkelijkheid zou benaderen. [...] niets in haar was er dat zich mededelen liet, althans niet aan hem [...] – maar was dat niet tevens de waarborg dat ze altijd voor hem blijven zou wat ze vanaf het begin voor hem geweest was' (blz. 255).

Ina Damman wordt door Anton wanneer hij terugkeert tot haar, tot een uitsluitend in zijn innerlijke wereld bestaand meisje gemaakt. Daar leeft ze, in de schatkamers van het geheugen, op geen enkele manier meer daaruit los te maken zonder haar te vervalsen. Daarom deed Nol Gregoor in zijn boek Vestdijk en Lahringen zo iets verkeerds: hij probeerde het fictieve plaatsje Lahringen weer terug te toveren tot Harlingen, drukte foto's af van werkelijkheden die alleen maar in woorden konden bestaan, zocht medeleerlingen op en vond een van de dreigendste figuren doodleuk een heel geschikte, aardige kerel, ja zelfs ging hij bij `Ina Damman' (Lies Koning) op de koffie en verzekerde ons dat ze helemaal niet koel was, maar allerhartelijkst! Gregoor sloeg aan gruzelementen wat Vestdijk juist zo schitterend had opgebouwd. Een wereld van woorden en literatuur, een droom van een romanpersonage, een uitgebeeld verlies van een nooit bezeten liefde.

Waarom lezen we eigenlijk nooit eens van een vrouwelijke schrijfster een Ina Damman-roman? Hebben vrouwen geen alomvattende jeugdliefdes? Zijn vrouwen niet tragisch?

Misschien is het eerder wat anders: mannen zijn niet geheimzinnig. De grote kracht van het meisje Ina Damman is, zoals hierboven geciteerd, dat er niets in haar is dat zich mededelen laat, althans niet aan Anton. Op Ina ketst alles af, het is onmogelijk zich van de échte Ina een voorstelling te maken. Even wil Anton dat, hij wordt overspoeld door nieuwsgierigheid `naar wat ze dacht en voelde op dit ogenblik, en altijd' en hij breidt die nieuwsgierigheid even uit naar álle meisjes en stelt zich voor dat hij een soort provinciale meisjesinspecteur zou worden en hoe hij dan zou vaststellen `er is maar één Ina Damman'. Maar al snel besluit hij dat het niet nodig is om haar terug te zien en haar te leren kennen. Dat zou immers niets toevoegen.

Vestdijk is hier, waarschijnlijk, een ouderwetse man. Een man die een vrouw op een voetstuk plaatst om haar daar geheimzinnig, heilig, raadselachtig te houden. Hij heeft, kan het klassieker, twéé soorten vrouwen nodig: bereikbare voor de seks, en onbereikbare om van te houden. `Nooit zou hij kunnen begrijpen dat de volwassen mensenwereld dat tot éen gebied rekende: tot de liefde; hij zou het niet eens begrijpen als hij zelf volwassen geworden was'. (blz. 258)

Modernere mannen zien dat zo niet meer, de hoer en de heilige als twee gescheiden wezens komt steeds minder voor. Maar `het raadsel vrouw', het idee van iets ondoorgrondelijks en onbegrijpelijks, een binnenwereld waar mannen nooit toegang toe zullen krijgen omdat het bij het vrouwelijke hoort, dat alles bestaat nog steeds. Ondanks Nol Gregoor cum suis.

Nooit heb ik van een vrouw gelezen dat zij de man die zij liefheeft ondoorgrondelijk, geheimzinnig en onaantastbaar vindt. Mannen kunnen helden zijn of sukkels, onpraktische kunstenaars en duizelig makende minnaars – maar nooit zijn ze een onaantastbaar raadsel.

Misschien des te minder omdat mannen boeken schrijven waarin ze hun eigen verlegenheid en verlangen zo totaal uit de doeken doen als Vestdijk hier, al verpakken ze dat nog zo in sierlijke strikjes van stijl en proberen ze ons eindeloos geestig, want Vestdijk is eindeloos geestig, te laten geloven dat ze afstand hebben genomen van dit alles. Er is geen afstand, uiteindelijk niet. Uiteindelijk is er tragiek. De tragiek van jongens, die, hoe lief, denken dat er iets geheimzinnigs is aan meisjes.

Dit is de laatste aflevering van de eerste reeks van de Leesclub. Volgende week maakt de redactie de balans op en worden de plannen voor de toekomst bekend gemaakt. Reacties op www.nrc.nl/leesclub blijven welkom.