Ontrafelende vrijhandel

Alleen de meest doorgewinterde optimist kan nog verwachten dat er volgende maand een ontwerpakkoord komt over de Doha-ronde voor het verder liberaliseren van de wereldhandel. Naarmate de ministersconferentie in Hongkong van de Wereldhandelsorganisatie WTO nadert, nemen de kansen op overeenstemming af. Gesprekken tussen de belangrijkste spelers – de Europese Unie, de Verenigde Staten en Brazilië, de officieuze aanvoerder van de steeds mondiger ontwikkelingslanden – liepen deze week op niets uit. Morgen overleggen de vertegenwoordigers van de EU en Brazilië verder in Rome, maar de conclusie is al getrokken door WTO-topman Pascal Lamy: een ontwerpakkoord zal moeten wachten tot begin 2006.

Die opstelling is verstandig. In 2003 lieten de lidstaten van de WTO het aankomen op de ministersvergadering in het Mexicaanse Cancún. Toen die uitliep op een fiasco, waren alle onderhandelingsposities en deelcompromissen die in de loop naar die bijeenkomst waren gesloten, meteen ook van tafel. Lamy houdt de moeizaam bereikte resultaten ditmaal liever intact dan ze opnieuw door een mislukking in Hongkong op te blazen.

Nog steeds lopen de gesprekken stuk op de landbouwsteun die de Verenigde Staten en de Europese Unie toepassen. De ontwikkelingslanden vinden vooral het laatste bod van de EU niet ver genoeg gaan. Het standpunt van de Europese onderhandelaar Mandelson dat de EU niet verder kan opschuiven, wordt gezien als obstructie voor een compromis. Van Europa valt niet meer te verwachten. Niet alleen kijken de lidstaten Mandelson voortdurend op de vingers, de belangrijkste hoofdsteden kenmerken zich door politieke verlamming. In Duitsland zijn de onderhandelingen voor een brede coalitie nog in volle gang, Frankrijk heeft zijn handen vol aan de opstand van de buitenwijken en de Britse premier en EU-voorzitter Blair kampt met een erosie van zijn binnen- en buitenlandse statuur.

Daarmee is niet gezegd dat de EU het enige probleem is. Het genereuze bod dat de Verenigde Staten vorige maand deden op het gebied van het verminderen van landbouwsteun blijkt bij nadere inspectie niet veel voor te stellen. En de ontwikkelingslanden, waaraan in de Doha-ronde een grotere toegang wordt gevraagd voor met name de invoer van diensten, verschuilen zich wel erg makkelijk achter extreme landbouweisen aan de EU, waarvan zij kunnen vermoeden dat die onmogelijk zullen worden ingewilligd. Veel tijd is er niet meer. Eind 2006 zal er een akkoord moeten zijn, opdat de Verenigde Staten dat kunnen verteren voordat de zogenoemde fast track-autoriteit van president Bush om handelsonderhandelingen te voeren zonder ruggespraak met het Congres halverwege 2007 afloopt.

Vrijhandel is geen stationaire toestand voor de wereldeconomie. Het proces van handelsliberalisering moet aan de gang worden gehouden, gekoesterd en bevorderd, want de ontrafeling ligt altijd op de loer. Het is realistisch om in Hongkong niet langer te mikken op een akkoord. Maar de druk moet wel op de ketel blijven.