Linksaf bij verbijstering

Aan de binnenkant van het omslag van het fraai uitgevoerde nieuwe boekje van Patrick McGrath staat een getekende plattegrond van New York die is volgekalkt met woorden. `Patriottisme' staat er op de punt van Manhattan, en daarnaast: `Hoop', `Verbijstering' en `Woede'. Maar ook: `Clichés' en `Inzicht' en `Betrokkenheid'.

Patrick McGrath draagt aan deze mentale kaart van New York na de aanslagen van 11 september 2001 het zijne bij met Ghost Town. Tales of Manhattan Then and Now. Het verschijnt in een serie literaire stadsgidsen (met in eerdere delen Edmund White over Parijs en David Leavitt over Florence), maar McGrath schreef fictie in plaats van non-fictie. Als we aannemen dat een reisgids is bedoeld om plekken aanlokkelijk te maken, is dit boekje voor de serie bepaald ongeschikt. Maar de mental map erin is zonneklaar. Ghost Town bestaat uit drie novelles waarin New York achtereenvolgens wordt voorgesteld als een door cholera en oorlog geteisterde stad en als door heimelijkheid en geesteszwakte aangevreten. Het slotverhaal schetst Manhattan als een doolhof van neurose, als een mentale ground zero.

Patrick McGrath is een Engelsman die al jaren in New York woont. In zijn romans, waarvan Asylum en Martha Peake de bekendste zijn, heeft hij een voorliefde getoond voor gothic stories. Ook in minder donker getinte boeken als het recente Port Mungo bezwijken de personages onder de last van hun geschiedenis.

In Ghost Town is het niet anders. Het enige niet door de geschiedenis belaste personage is de moeder van de verteller uit `The Year of The Gibbet' (galg), de eerste novelle. Deze `MamaManhattan' komt tijdens de onafhankelijkheidsoorlog telkens in nobele opstand tegen de Engelsen en moet dit uiteindelijk met de dood bekopen. Als kind heeft haar zoon haar ongewild verraden, schuld en schaamte achtervolgen hem tot in het jaar 1832, als cholera in de stad heerst en het spook van zijn moeder hem komt halen.

Het tweede verhaal, `Julius', is een Henry James-achtige schets van noodlot en verval. De steenrijke koopman Noah Van Horn heeft in negentiende-eeuws New York een artistieke losbol als zoon. Het Ierse meisje van dubieuze zeden op wie deze Julius zijn oog heeft laten vallen, moet, vindt vader, uit de weg geruimd worden. Het geheim dat volgt richt de familie te gronde. En in het slotverhaal, `Ground Zero', vertelt een psychiater over een patiënt van haar, die iets had met een Chinese prostituee van wie de vriend bij de aanslagen is omgekomen. Hoe gedetailleerder de psychiater over het relaas van deze patiënt Danny Silver vertelt, des te duidelijker blijkt dat niemand in deze keten van obsessieve waarnemingen nog een betrouwbare blik heeft.

Net als Michael Cunningham in zijn recente Specimen Days, gebruikt McGrath drie afzonderlijke verhalen en drie tijdperken om iets over het hedendaagse New York te zeggen. Het meervoud is ook hier onmisbaar voor de historische relativering – er zijn eerder inferno's geweest in New York, om van daarbuiten maar te zwijgen – en het voorkomt te directe toespelingen en te platvloerse parallellie. In plaats daarvan plaatst McGrath de aanslagen in een breed en steeds wisselend perspectief. En hij verleent een magnetische aantrekkingskracht aan thema's als Founding Fathers-calvinisme en duistere romantiek, schuld en schaamte, voorbij bloedvergieten en tot vergankelijkheid gedoemde grandeur.

Welbewust ook schopt McGrath hedendaagse overzichtelijkheid in de war – de Engelsen zijn opeens de vijand, bijvoorbeeld – maar helaas kan hij het niet laten je af en toe op zijn masterplan te wijzen. Dan denkt de psychiater over Danny Silver: `Schuld, zowel emotioneel als gerechtelijk, stond centraal in zijn relaas [...] de morele verantwoordelijkheid voor een slechte daad.'

Behalve schuld is de rode draad van deze drie verhalen het klassieke idee van opkomst, gevolgd door verval en decadentie. In `The Year of the Gibbet' is de strijd helder, de verhoudingen zijn weliswaar gewelddadig, maar open en heldhaftig. In het tweede verhaal doet de heimelijkheid zijn intrede, plus het idee van kwaad als gevolg van te véél welvaart, te véél onaantastbaarheid. In `Ground Zero' is de pervertering van het sociale en psychologische klimaat compleet. De vijand zit nu definitief binnen. Door angst verlamd doen de personages niets anders dan elkaar observeren. `Het was typisch voor Dan,' denkt de psychiater, `dat hij eerst een prostituee betaalde voor seks en vervolgens mij om uit te vinden wat die ervaring betekende.'

Ghost Town is al met al een even compact als grondig vademecum voor de New Yorkse psyche, zij het met twee kanttekeningen. Om te beginnen is het topzwaar. McGrath houdt er een gedragen, soms ronduit looiige stijl op na, zijn indirecte manier van vertellen – zijn personages vertellen vaak verhalen die ook zij weer van horen zeggen hebben – maakt de verhalen nog statischer. Vooral de laatste novelle is naar vorm veel verwrongener dan de inhoud ervan rechtvaardigt.

Daarnaast lijkt McGrath net als zijn personages te vergeten dat de wereld niet ophoudt bij New York en bij wat New York is overkomen. De neergaande lijn van decadentie die hij schetst, lijkt soms snel nostalgie te impliceren; alsof McGrath de bloedige oog-om-oog moraal uit `The Year of the Gibbet' prefereert boven de troebele achterbaksheid uit `Ground Zero'. Slechts weinigen uit landen waar de galg anno 2005 nog gebruikt wordt, zullen dat met hem eens zijn.

Patrick McGrath: Ghost Town. Tales of Manhattan Then and Now. Bloomsbury, 243 blz. €18,15