Kwart taakgestraften blijft weg of maakt straf niet af

Ongeveer 12 procent van de volwassenen die een werkstraf moeten uitvoeren komt niet opdagen en nog eens 12 procent begint wel met de alternatieve straf, maar maakt die niet af. Driekwart voltooit de taakstraf wel.

Dat blijkt uit een rapport van het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van het ministerie van Justitie dat vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd. Mensen met maatschappelijke verantwoordelijkheden zoals een baan, een opleiding, een partner of kinderen, ronden de werkstraf het vaakst af. Drugsverslaafden verzaken het vaakst. De kans op een succesvolle afronding is ook groter als de gestrafte weinig of geen eerdere justitiecontacten had. Mensen die de straf hebben gekregen voor dronken autorijden, ronden de straf het vaakst af; mensen die een taakstraf krijgen na diefstal, het minst vaak.

Vorig jaar werden zo'n 36.000 werkstraffen opgelegd, in 2001 nog 14.762. De werkstraf kan sinds 1 februari 2001 als zelfstandige hoofdstraf door de rechter worden opgelegd. Daarnaast is het ook mogelijk dat de werkstraf door de officier van justitie wordt aangeboden als transactie. De werkgestraften zijn meestal mannen (84 procent), driekwart is jonger dan 41 jaar. Een meerderheid (71 procent) is al eerder veroordeeld voor een delict, eenzelfde percentage voert voor het eerst een werkstraf uit.

Een snelle uitvoering van de werkstraf vergroot de kans dat de veroordeelde de straf afmaakt. Als de werkstraf wordt opgelegd als transactie, kan de veroordeelde gemiddeld na acht dagen beginnen. Als de rechter de werkstraf oplegt, duurt dat gemiddeld 66 dagen. Van de transactiewerkstraffen wordt 80 procent afgerond, tegen 65 procent van de door de rechter opgelegde straffen.

De onderzoekers wijzen in het rapport op een aantal knelpunten. Zo blijkt het een groot probleem dat de aard van de straf soms niet aansluit bij de persoon, waardoor de straf niet wordt afgemaakt. Het Verwey-Jonker Instituut beveelt de Tweede Kamer en de minister aan meer variëteit aan te brengen in de werkstraffen, vooral in de mate van toezicht en begeleiding.

De onderzoekers adviseren betere registratie van mislukte en geslaagde straffen. Er is, volgens de onderzoekers, geen eenduidig registratiesysteem dat snel inzicht biedt in een vervolgreactie nadat een werkstraf is mislukt. Volgens het instituut moet het Centraal Justitieel Incasso Bureau een `sanctievolgsysteem' ontwikkelen.

Minister Donner (Justitie, CDA) liet vanmiddag via zijn woordvoerder weten tevreden te zijn met de uitkomsten van het rapport. Hij is van plan de werkstraffen vaker te laten opleggen als transactie door de officier van justitie zonder tussenkomst van de rechter.