Kuifje in Fanatia

De ware Kuifjeliefhebber wil altijd méér te weten komen over zijn collectie. Als zijn favoriete titel De Zaak Zonnebloem is, dan vindt hij het oprecht interessant om te ontdekken dat op pagina 27 van oudere (van kartonnen kaften voorziene) drukken in een krantenbericht staat te lezen: `De twee verdachten zullen heden morgen door de rechter onderhoord worden', terwijl deze contaminatie – ondervragen-verhoren – in latere (gebrocheerde) drukken is verbeterd tot `Hedenmorgen worden de verdachten verhoord door de rechter-commissaris.'

De grap die striptekenaar Hergé, de schepper van Kuifje, met dit krantenberichtje opzet, is voor zo'n kenner geen verrassing meer. Die weet best dat niet de gemene Bordurische boeven Stefaan en Szprinkoth zijn opgepakt, maar de onschuldige, in lokale Zwitserse klederdracht gehulde detectives Janssen en Janssens. Die overigens al snel weer vrijkomen. Hoe sterker de fixatie, hoe futieler de details waar de Kuifjegek kennelijk op gaat letten.

Het is voor deze categorie verknipten, en dan vooral voor de serieuze Kuifjeverzamelaars, dat striphandelaar Peter Ottens het boek De albums van Kuifje in zicht heeft gemaakt. Deze catalogus bevat een minutieuze beschrijving van alle drukken en herdrukken van de 21 Kuifjealbums die in de periode tussen 1946 en 1969 in Nederland zijn verschenen. Er zijn erg veel varianten (de albums werden bijna ieder jaar herdrukt) en de verzamelaar die een oud album in zijn bezit heeft, kan met Ottens catalogus precies herleiden of zijn versie vaak, weinig, of nog nooit eerder in het circuit van handelaars is gesignaleerd.

De variabelen die Ottens gebruikt om een specifieke druk te identificeren, zijn overzichtelijk: hij begint bij de vele varianten die er bestaan van de achterplaten. Daarop staat de lijst met reeds verschenen of nog te verschijnen albums vermeld. De typografie van de achterplaten maakt een ontwikkeling door, en de lijst wordt natuurlijk steeds langer. Heeft de verzamelaar eenmaal de juiste achterplaat gevonden (bijvoorbeeld A46 bij Kuifje in Congo), dan hoeft er alleen nog even te worden gecontroleerd of het copyrightjaar, de steunkleur op de titelpagina en de kleur van de bindrug klopt, om te kunnen constateren dat het album, mits in goede staat, voor zo'n 1500 euro kan worden verzekerd. Het aardige van de catalogus is dat Ottens het niet bij een droge opsomming van al deze varianten laat. De anekdote over het gewijzigde krantenbericht uit De Zaak Zonnebloem is er bijvoorbeeld in terug te vinden, evenals de opmerking dat de nogal karikaturaal getekende zwarte man op pagina 27 van de oudere drukken van Kuifje in Amerika in latere drukken is vervangen door een onopvallende blanke man.

De catalogus van Ottens is, hoewel tekstueel niet altijd even zorgvuldig afgewerkt, zo duidelijk het resultaat van een jarenlange en liefdevolle zoektocht naar alle varianten, dat het met recht de definitieve en monumentale beschrijving van de uitgeefgeschiedenis van de Nederlandse Kuifjealbums genoemd mag worden.

Peter Ottens: De albums van Kuifje in zicht, catalogus 1946-1969. Uitgave in eigen beheer, verspreiding door Van Ditmar, 180 blz. €45,–