`Je wilde geen matras zijn'

In de derde aflevering van `17', een serie gesprekken met bekende vrouwen, schrijfster Kristien Hemmerechts.

,,Als kind heb ik veel gepuzzeld. Zo'n jigsaw puzzle met op het deksel een plaatje, vaak een dorpje in de bergen. Je moest goed kijken naar de kleuren: hier een beetje rood, daar een beetje blauw. Ik zat urenlang helemaal ín dat plaatje en de wereld rondom mij bestond niet meer. Het schrijven ligt voor mij in de lijn van het puzzelen.''

,,Ik heb een oninteressante, onbewogen jeugd gehad. Er was de school, dat mocht, dat was veilig gebied, en er was de jeugdbeweging. Knutselen en sport beoefenen. Het was allemaal zo uneventful, zo gestructureerd. Op maandag dit, op zaterdag dat, en op zondag weer dat.''

,,Ik was iemand die er een dubbelleven op na hield. Thuis zeer meegaand, ik zorgde ervoor dat er geen conflicten waren, maar ik glipte wel stiekem weg. Bij ons lag het accent op het intellectuele. Je moest je aandacht richten op school en het studeren. Ik maakte graag huiswerk en vond wat op school werd verteld interessant. Dat was, besefte ik, ongewoon.''

,,Moeilijker vond ik het andere: uitgaan, jongens en zo. Ik denk dat het de grootste bekommernis van mijn moeder was dat wij zouden zwanger geraken. Er waren regelmatig verhalen over iemand die dan met `een pakske' was thuisgekomen. Over bepaalde meisjes: `Alleen de tram is er niet overgereden' of: `Die? Dat is een matras!' Je wilde toch absoluut niet de reputatie krijgen van een `matras', hè? Ik kende zo'n meisje. Ze zei: `Ze ruiken het aan mij'. Aan de andere kant was ik ook wel nieuwsgierig naar zo'n ervaring. Ik vond het ook unfair voor vrouwen, dat matrasgebeuren. Van een man werd nooit gezegd dat hij een `matras' was.''

,,Op de nonnenschool zat ik in een klas met alleen maar meisjes en onder elkaar werden gesprekken gevoerd over het grote verschil tussen een mondkus en een tongkus. Ik was van een gigantische onwetendheid. Op een middag ging ik met een vriendin wandelen buiten het dorp. En daar hebben we twee jongens ontmoet die zo bronstig waren als jongens op die leeftijd maar kunnen zijn: en maar aandringen en bedelen en vleien. En dan, een uur of wat later... zo'n jongen kwam op je liggen, en wat mij opviel was dat gewicht! En die kracht! Het was allemaal weinig romantisch. Dat geklungel! Een lange tijd was seks iets dat je onderging.''

,,Eens in de twee weken mocht je uitgaan. Er was altijd een of andere organisatie die een fuif had. Vaak speelde een bandje de `bamba'. Je stond in een kring. Degene in het midden koos iemand uit en gaf diegene drie kussen. Na de `Kuskesdans' kwam er altijd: `ne slow'. Plakken. Na drie slows kwamen er drie snelle `jerken'. Het was vrij mathematisch allemaal: drie-drie-drie. Naar het einde van de avond moest je zorgen dat je in de buurt stond van een gast waarmee je wilde `slowen' en dat je zeker niet in de buurt stond van een gast met wie je níét wilde slowen. Natuurlijk was het grandioos om iemand `binnen' te doen. Te verleiden. En na de slow kón de jongen vragen om `mee naar buiten' te gaan.''

,,Die periode is zo een soort van droom. De dingen die gebeurden waren, bij wijze van spreken, niet echt. Voor mij is het leven veel gemakkelijker geworden toen ik in Amsterdam ging studeren. De richtlijnen – met die mag je niet omgaan want dát is een matras of dát is iemand van een verkeerde klasse – waren ineens weg.''

,,Kritiek op mijn werk trek ik me aan. Je schrijft geen boek om er plezier aan te beleven! Ook niet omdat ik iets kwijt wil. Ik wil iets maken tegenover een wereld die vaak lelijk of doelloos voelt. Daar iets tegenover plaatsen dat niet zo toevallig is en niet zo vlak. En daarbij: ik kan het schrijven niet laten. Er is nu een nieuw boek van me uit. Ik raak dan in paniek en denk: Goh, het is waarschijnlijk volstrekt waardeloos en nu kan iedereen dat zien.''

,,Ik heb het gevoel dat ik nooit echt goed ben geweest in leven. Je hebt mensen die precies weten hoe ze moeten omgaan met andere mensen; die de weg weten in de wereld. Van die types die vol zelfvertrouwen ergens kunnen binnenwandelen, huppeta! Ik moet mezelf nog altijd een por geven om er op uit te gaan. Ik denk dat voor heel veel schrijvers van fictie dat schrijven ook een vorm van je terugtrekken is. Een alternatieve wereld opbouwen, zoals kinderen dat doen. De echte wereld is niet aangenaam.''