`Je moet risico's durven nemen'

Het Friese bedrijf Efka Additives is gisteren uitgeroepen tot meest innovatieve bedrijf van Nederland, onder meer omdat het lef toont en werknemers veel vrijheid geeft.

Je hebt paars en je hebt paars. Arend Noordam van het Friese bedrijf Efka Additives pakt een blaadje met daarop een donkere en een lichte streep verf. De donkere streep paars, zo verklapt Noordam, bevat een nieuw additief waardoor verf beter dekt. ,,Je hoeft maar een keer te strijken, en niet twee of drie keer. Dat bespaart een hoop werk'', zegt Noordam, die hoofd technologie is. En zo brengt Efka Additives veel meer uitvindingen op de markt. Gemiddeld acht per jaar. Dat doet het met zoveel succes, dat het gisteren is uitgeroepen tot meest innovatieve bedrijf van Nederland.

Die titel heeft vooral te maken met Efka's organisatie, zegt hoogleraar strategisch management Henk Volberda van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij heeft samen met twee collega's een onderzoek uitgevoerd onder 9.000 Nederlandse bedrijven. De resultaten daarvan zijn gisteren gepresenteerd. Het blijkt dat innovatieve bedrijven geen hiërarchische organisatie hebben, maar een platte. Er wordt veel in teams gewerkt, die regelmatig van samenstelling veranderen. Werknemers zijn breed inzetbaar en vaak hoog opgeleid. Het management staat open voor nieuwe ideeën en is goed op de hoogte van de wetenschappelijke ontwikkelingen op hun gebied. Er is veel contact met onderzoekers bij universiteiten, hbo's of een instelling als TNO.

Opvallend genoeg blijken juist dit soort factoren op het gebied van organisatie en management veel belangrijker voor de innovatiekracht van een bedrijf dan investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D). En dat terwijl daar in Europa zo op wordt gehamerd. Regeringsleiders zien R&D juist als een belangrijk instrument om kennis om te zetten in producten, en om de zwakke Europese economie aan te jagen. Volberda: ,,Ik zeg niet dat R&D onbelangrijk is. Maar je kunt nog zoveel onderzoek doen, als het management er niet voor openstaat, schiet je er weinig mee op'', zegt hij.

Dat blijkt ook uit een vorige maand gepubliceerd onderzoek van accountant Ernst & Young. Het bureau interviewde bijna 200 hoge managers van internationale technologiebedrijven, waaronder Philips, Nokia en Texas Instruments.

De conclusie luidt dat de bedrijven geen goed evenwicht weten te vinden tussen financiële discipline en creativiteit. De voorkeur gaat te vaak uit naar kortetermijnwinst. ,,Als het economisch moeilijk gaat, zoals de afgelopen jaren, vliegt de afdeling innovatie er als eerste uit'', zegt woordvoerder Toby Ellson van Ernst & Young.

Volberda zegt hetzelfde. Maar liefst 80 procent van de door hem onderzochte bedrijven is alleen bezig met verlaging van de kosten. ,,Met name grote bedrijven. Die worden veel sterker afgerekend op hun return on investment'', zegt hij. Innoveren doen ze niet. Het management is te bang om risico's te nemen. Ze apen vooral na, en durven niet af te wijken. Een goed voorbeeld is de farmaceutische industrie. Die investeert tientallen miljarden in onderzoek, maar veel vernieuwing levert dat niet op. Het blijkt dat tweederde van de nieuwe medicijnen een kopie is van iets wat al bestaat.

,,Je moet voor de muziek uit durven lopen'', zegt Edmond Hilhorst, oprichter van de website Independer.nl, die verzekeringen vergelijkt. Het bedrijf eindigde bij de bovenste drie in het innovatieonderzoek van Volberda. Volgens Hilhorst draait het om gedrevenheid en lef. ,,Je moet het leuk vinden om steeds maar weer te vernieuwen en te veranderen. Veel mensen hebben daar een natuurlijke weerzin tegen.''

Bij Independer rouleren functies makkelijk. Hilhorst is zelf in vijf jaar tijd drie keer van plek gewisseld. En, zegt Hilhorst, je moet je klanten serieus nemen. Het advies dat Independer geeft over bijvoorbeeld hypotheken, lijfrentes en autoverzekeringen is zo eerlijk, dat het bedrijf zich er vaak mee in de vingers snijdt. Hilhorst: ,,Onze marges zijn niet zo hoog als bij andere tussenpersonen. Dat moeten we opvangen door onze kosten per klant steeds maar weer te verminderen. We automatiseren heel veel.''

Efka Additives zit zo dicht mogelijk bij zijn klanten, zegt Noordam. Een vraag over additieven, verf of drukinkt, moet binnen 24 uur beantwoord zijn. ,,Er is een minimum aan bureaucratie.'' Komt de vraag uit India, dan komt het antwoord daar ook vandaan, van het lokale Efka-kantoor. Daar werken overigens alleen Indiërs. Zoals er op het Chinese kantoor voornamelijk Chinezen werken. ,,Om de culturele kloof naar de klant niet te groot te maken'', zegt Noordam.

Efka nodigt zijn klanten ook geregeld uit op zijn hoofdkantoor in Nijehaske, vlakbij Heerenveen. Om zo voeling met hen te houden. ,,Als je weet wat er bij de klant speelt, kun je daar met nieuwe producten op inspelen.'' Op het moment lopen bij Efka twintig projecten, die worden geleid door veertien hoogopgeleide werknemers.

Ze houden zich met alles bezig: wetgeving (bijvoorbeeld milieu- en Arbo-regels), onderzoek, het bouwen van proeffabrieken. Meestal runt een persoon meer dan één project. Dat is bewust zo gedaan, legt Noordam uit. Als iemand bij het ene probleem vastloopt, hoeft hij niet stil te zitten. ,,En juist als je even afstand neemt, krijg je vaak een aha-erlebnis waardoor je weer verder kan.''

Maar hoe moet het nu verder met al die bedrijven die niet innoveren? Kun je managers leren dat ze meer risico's moeten nemen? Volgens Volberda kan dat, maar dan moeten managementopleidingen er wel meer aandacht aan schenken. Verder zul je bedrijven voortdurend moeten wijzen op de voordelen van een omgeving waarin innovatie gedijt. ,,Als je ze vertelt dat de productiviteit er al gauw met 20 procent door stijgt, luisteren ze wel'', zegt Volberda.

Noordam hoeft hierover niet lang na te denken. Het succes van Efka zegt genoeg. De afgelopen 15 jaar is de omzet met gemiddeld 15 procent per jaar gegroeid. ,,Het loont om door grenzen te willen breken.''