In een donkere spiegel

Twee journalisten hebben nauwgezet de gebeurtenissen rond de moord op Theo van Gogh gereconstrueerd, met een verfrissend gebrek aan obligaat handenwrijven over de toekomst van Nederland.

Elke ingrijpende gebeurtenis heeft een voor- en een nageschiedenis. Ze worden doorgaans niet in die volgorde beleefd. Pas na afloop van het drama wordt ontdekt wat er allemaal aan voorafging. Er ontstaat een verhaal, er volgen interpretaties en pogingen tot verklaring.

Met de moord op Theo van Gogh, nu een jaar geleden, is het precies zo gegaan. Eerst toen het drama zich had voltrokken, kwam de vraag op wat de vele verspreide dreigingsuitingen hadden betekend en wie er bij betrokken waren geweest.

Het zijn deze vragen waarop het zojuist verschenen In godsnaam van Jutta Chorus en Ahmet Olgun, beiden werkzaam voor deze krant, een antwoord zoekt. Het gebeurt in goed-journalistieke trant. Anders dan de vele nabeschouwingen waarvan de auteurs zich handenwringend afvragen hoe het nu verder moet met het geprangde vaderland, biedt dit boek een relaas van feiten, zo nauwkeurig en integer mogelijk weergegeven.

Theoretiseren en moraliseren blijven geheel achterwege. Het verhaal vertelt eigenlijk zichzelf, te beginnen met een gedetailleerde reconstructie van de moord. Vervolgens krijgen de drie protagonisten, eerst afzonderlijk, daarna in relatie tot elkaar, de aandacht: Theo van Gogh, Mohammed B. (consequent Mohammed genoemd) en Ayaan Hirsi Ali. Het naspel wordt in de epiloog summier samengevat.

Het prijzenswaardig ontbreken van uitroeptekens vindt een tegenhanger in het bewust mijden van vraagtekens. We moeten het doen met een stroom van feiten, uitspraken en gespreksflarden waaraan we zelf conclusies moeten verbinden. Het boek is voor de latere geschiedschrijving van eminent belang maar méér dan bouwstenen worden niet geboden.

Wie de tumultueuze gebeurtenissen rond de moord op Van Gogh met de nodige aandacht heeft gevolgd, zal in de grote lijn van het verhaal weinig verrassingen aantreffen. Een uitzondering geldt voor de tekening van het milieu rond Mohammed dat voor het eerst duidelijke contouren krijgt. Het is voor de lezer wel zaak goed bij de les te blijven want de stroom van Marokkaanse jongeren die door de pagina's trekt, verplicht nogal eens tot terugbladeren.

Uit het materiaal rijst een beeld op dat in essentie is terug te brengen tot een driehoeksrelatie tussen Mohammed als dader, Van Gogh als slachtoffer en Hirsi Ali als beoogd doelwit van geweld. Vergeleken bij deze drie spelen alle andere betrokkenen bijrollen.

Anders dan soms wordt gedacht, is Van Gogh niet de hoofdrolspeler in het drama geweest. Actief niet, omdat hij niet uitsluitend gefixeerd was op de islam, maar de moslims als het ware nu en dan meenam in zijn scheldkanonnades die alle richtingen uitgingen. Passief evenmin, omdat hij geen moslim was of was geweest en daarom voor de moordenaar en zijn kompanen een secundair haat- en agressieobject. Zijn voornaamste fout – als het een fout te noemen is – bestond in zijn openlijke medewerking aan het provocatieve filmproject van Hirsi Ali. En hij was hoogst kwetsbaar want onbeschermd.

Het treurspel draait vooral om de twee anderen, allebei Nederlanders van buitenlandse herkomst, een Marokkaan en een Somalische. Hun levensgeschiedenis is echter volkomen verschillend. Mohammed (1978) was hier geboren en goed ingeburgerd. Hij leeft, studeert en werkt op de wijze van de gemiddelde jonge Nederlander. Hij heeft een kring van vrienden met wie hij graag drinkt en zelfs blowt. De islam betekent weinig voor hem; hij was niet practiserend.

Hirsi Ali (1969) is al tweeëntwintig jaar als ze in 1992 als asielzoekster in Nederland arriveert. Ze is gekleed in een sluier en een lange zwarte rok, zoals het een gelovige moslima betaamt. In haar jeugd was ze jarenlang orthodox islamitisch zoals blijkt uit het lidmaatschap in Kenia van de Moslims Broederschap. Ze voelt zich in Nederland snel thuis, studeert politieke wetenschappen in Leiden, maar ze blijft gelovig, ondanks het dagelijkse bombardement van seculiere indrukken en ervaringen.

Pas na de aanslag op de Twin Towers, goed vier jaar geleden, begint het beeld te kantelen. Mohammed trekt zich steeds meer uit de maatschappij terug, gaat de koran lezen, kleedt zich als een gelovige moslim en raakt tenslotte in de ban van een extreme vorm van fundamentalisme, compleet met oproepen tot de jihad. Hij begint zijn vader lastig te vallen met vermaningen en probeert hem te overtuigen van een rechtzinniger interpretatie van de koran.

In dezelfde tijd komt Hirsi Ali tot de tegengestelde opvatting. Zij leest het AtheÏstisch manifest van Herman Philipse en is naar haar zeggen op slag overtuigd: `Het was een immense opluchting en in plaats van verdoemd werd ik verlicht'. Ook zij attaqueert haar vader, een gematigd denkende moslim, die nu echter, om zijn geloof, plotseling `dom' wordt genoemd.

Een toneelschrijver die de levenslijnen van Mohammed en Hirsi Ali vervolgens zou hebben laten kruisen om een dramatisch effect te bereiken, zou van een gekunstelde constructie zijn beschuldigd. Toch was dit precies het verdere verloop. Beiden hebben hun missie hier op aarde gevonden en wedijveren in radicaliteit. Hirsi Ali begint haar campagne tegen de islam, eerst in woord, later ook in beelden. Mohammed verwerpt heel de vervloekte wereld van ongelovigen en gaat op zoek naar martelaarschap, voortvloeiend uit de moord op een vijand van het geloof. Zij kiest voor verbale en intellectuele agressie, hij voor fysiek geweld in de meest abjecte vorm. In november 2004 kruisen hun levens elkaar.

Wie deze symmetrische figuur verder wil uitwerken, kan met behulp van In godsnaam zijn hart ophalen. Mohammed ondergaat de invloed van de Syrische geestdrijver Abu Khaled die hem en zijn vrienden gruwelijke films laat zien over geweld van en tegen moslims, bij wijze van hersenspoeling. Ook Hirsi Ali laat gefilmd moslimgeweld vertonen, maar met een tegengestelde bedoeling; als een aanklacht tegen de islam.

Een overeenkomst is beider obsessieve aandacht voor de koran. Voor Mohammed bestaat er na verloop van tijd geen andere bron van waarheid. Hirsi Ali eindigt elke discussie met hardnekkig te verwijzen naar de koran als verklaring van gedrag. De traditionele lankmoedigheid van Mohammeds vader en de wijze tolerantie van de vader van Hirsi Ali worden op dezelfde manier beantwoord: dit staat geschreven. Lees! Voor beiden geldt uitsluitend de `zuivere' islam. Normale moslims, dus gematigde, onverschillige, pragmatische moslims, komen in het verhaal niet voor. In ieder geval tellen ze niet mee.

Dit is voer voor psychologen. Hier wordt aangetoond hoe persoonlijke obsessies ideologisch worden vertaald en daarmee conflictstof leveren voor levensgevaarlijke maatschappelijke tegenstellingen. Toch blijven de consequenties die Mohammed hieraan verbindt iets raadselachtigs houden. Het besproken boek biedt karrenvrachten feiten die iets van de ultieme daad begrijpelijk maken maar uiteindelijk blijft de lezer in verbijstering achter.

Hirsi Ali is daarentegen een open boek. Het is honderden malen beschreven, vooral in de literatuur over ex-communisten: de diepe onmacht om het `verkeerde' verleden acht zich te laten en de verbetenheid die jaren van zelfbedrog hebben gegenereerd. De God die faalde, blijkt een wraakzuchtige god die zich niet laat wegdenken.

Het boek van Jutta Chorus en Ahmet Olgun geeft in sobere bewoordingen het verhaal van een tragiek zoals Nederland zelden heeft gekend. Het meest pijnlijk zijn de volstrekt onverzoenlijke posities die beide partijen hebben gekozen. Mohammed B. is de enige Nederlandse en wellicht de enige Europese moslim die het heeft bestaan in naam van zijn god een rituele moord te plegen, niet in woedeaanval maar planmatig voorbereid en nauwgezet uitgevoerd. Ayaan Hirsi Ali is de enige Nederlandse (ex-)moslima die de islam zonder ophouden frontaal blijft aanvallen en bovendien gezelschap heeft gezocht van prominente Nederlanders die om uiteenlopende redenen de islam vijandig zijn.

Beiden zijn door eigen toedoen een uitzichtloze weg ingeslagen. Mohammed heeft niet levenslang gekregen maar moedwillig gezocht. Van haar kant heeft Hirsi Ali een bijna even noodlottig traject gekozen. Zij zal jarenlang, mogelijk levenslang op persoonbeveiliging zijn aangewezen. Wie dit zelotisme ooit heeft aangemoedigd, mag zich medeplichtig voelen.

Jutta Chorus en Ahmet Olgun: In godsnaam. Het jaar van Theo van Gogh. Contact, 256 blz. €19,90