Gezocht: een Franse Martin Luther King

Alle uitingen van woede in Franse voorsteden ten spijt roepen Franse jongeren tenminste nog dat zij deel van de Franse maatschappij uit willen maken. Als ze dat niet meer schelen kan, heeft het land echt een probleem, betoogt Jeremy Rifkin.

De Amerikanen kijken hoofdschuddend naar het geweld dat in getto's over heel Frankrijk is losgebarsten. Voor ons is het een bekend gezicht. In 1965 braken rellen uit onder de jeugd van de arme zwarte achterstandswijken in Watts, in Zuid-Los Angeles. Plundering, in brand gestoken auto's en veldslagen met de politie brachten Los Angeles tot stilstand. De blanke middenklasse in de voorsteden maakte zich ongerust dat de losgeslagen jeugd wel eens hun buurten zou kunnen binnenvallen, om ook daar huis te houden.

Noordelijke steden kenden vergelijkbare geweldsexplosies, die culmineerden in uitgebrande zwarte wijken in de binnensteden van Newark, Detroit, Washington, New York, Chicago, Philadelphia en andere steden, vooral na de moord op Martin Luther King, de grote burgerrechtenleider die zijn leven lang een kruistocht voerde voor een vreedzame integratie van de Afro-Amerikaanse burgers in de Amerikaanse samenleving. Een groot deel van de woede was gericht tegen blank Amerika, dat systematisch jonge zwarte mannen de kans op werk ontnam. Het werkloosheidscijfer onder zwarten was landelijk meer dan 22 procent – tweemaal zo hoog als onder blanke mannen.

Nog maar enkele jaren eerder had King op de trappen van het Lincoln-monument in een van beroemdste politieke toespraken uit Amerikaanse geschiedenis gezegd: ,,Ik heb een droom dat op een dag dit volk zal opstaan en waarlijk zal gaan leven naar zijn credo. Wij achten deze waarheden vanzelfsprekend, dat alle mensen gelijk geschapen zijn. Ik heb een droom dat mijn vier kleine kinderen op een dag zullen leven in een land waar ze niet beoordeeld zullen worden naar de kleur van hun huid maar naar de inhoud van hun karakter.''

Op eenzelfde manier hebben in grotendeels islamitische buurten in heel Frankrijk jongelui – merendeels Franse staatsburgers – auto's en scholen in brand gestoken en de politie beschoten, in iets wat lijkt op een spontane uitbarsting van wrok tegen een maatschappij die hun de rug heeft toegekeerd. En net als in de zwarte Amerikaanse getto's van een generatie geleden is de werkloosheid onder de jonge moslimmannen in Frankrijk tweemaal zo hoog als de landelijke jeugdwerkloosheid, in sommige gemeenschappen maar liefst oplopend tot 40 à 50 procent.

Dit zijn de kinderen en kleinkinderen van de immigranten die meer dan een generatie geleden naar Frankrijk kwamen uit de vroegere Franse koloniën in Afrika. Arm, ongeschoold, werkloos en gemeden door de rest van de Franse maatschappij leven de jongeren uit de arme immigrantenvoorsteden met weinig hoop dat hun omstandigheden ooit zullen verbeteren. Deze jeugd steekt schril af bij de universitair geschoolde jongeren uit de Franse middenklasse en hun collega's in de hele Europese Unie, die de vruchten plukken van de Europese Droom, met zijn nadruk op levenskwaliteit, mobiliteit, sociale- en mensenrechten, duurzame ontwikkeling en bouwen aan vrede.

Frankrijk wacht nog op zijn eigen Martin Luther King, iemand die bereid is om te zeggen: ,,Ik heb een droom dat elke Franse burger, christen en moslim, zwart en blank, op een dag zal leven in een samenleving van gelijken.''

De Franse heersende elite zou nauwlettend naar de moslimjongeren moeten luisteren. De afgelopen week hebben de jonge betogers zich in talloze interviews beklaagd dat ze wettelijk dan wel Frans staatsburger zijn, maar dat ze niet hetzelfde respect of dezelfde aandacht als hun landgenoten krijgen. Vrijwel hetzelfde argument dat een generatie geleden in de Verenigde Staten te horen was uit de mond van talloze zwarte en Latijns-Amerikaanse jongeren in de stedelijke getto's.

Maar anders dan in Amerika, waar het in de veertig jaar erna van kwaad tot erger is gegaan, is de Franse toestand iets hoopvoller. De vervreemde jongeren roepen tenminste nog dat ze deel van de Franse maatschappij uit willen maken. Kijk uit voor het moment dat hun dat niet meer schelen kan. Dat is in Amerika gebeurd.

Terwijl de burgerrechtenbeweging in de jaren vijftig en zestig enige vooruitgang boekte, met het busvervoer van arme zwarte scholieren naar blanke-middenklassescholen, positieve discriminatie ter verbetering van de kansen op werk en extra onderwijs ter verbetering van de schoolprestaties van kansarme jongeren, ging de bescheiden vooruitgang in het leven van de Afro-Amerikanen grotendeels weer stilletjes verloren in de jaren tachtig en negentig.

Inmiddels is het merendeel van de Afro-Amerikaanse jeugd nauwelijks beter af dan een generatie geleden. De sociale programma's zijn afgeschaft en de jeugdwerkloosheid onder zwarten heeft een recordhoogte bereikt. Erger nog, 30 procent van de Amerikaanse zwarte mannen van in de twintig is in afwachting van berechting, in de gevangenis of voorwaardelijk vrij. In minder dan een generatie hebben wij zonder veel publieke discussie een groot deel van onze kansarme zwarte mannen opgesloten.

Intussen zijn de rijken nog rijker geworden en de armen arm gebleven. Amerika, eens de meest egalitaire middenklassemaatschappij ter wereld, is inmiddels afgegleden naar de 24ste plaats onder de industrielanden qua inkomensongelijkheid – dat wil zeggen wat de kloof betreft tussen de rijksten aan de top en de miljoenen werkende armen en werklozen aan de onderkant. Alleen Mexico en Rusland hebben onder de industrielanden van de OESO een nóg grotere inkomensongelijkheid.

Nog onheilspellender is dat voor het eerst in de Amerikaanse geschiedenis een meerderheid van de nieuwe immigranten in de Verenigde Staten niet aan de armoede ontstijgt – een teken dat de Amerikaanse Droom hapert. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat jonge zwarte en Latijns-Amerikaanse mannen uit de getto's op vragen omtrent hun wens om te delen in de Amerikaanse Droom schamper of zelfs met de grootste verachting antwoorden. Het is ongelooflijk, maar eenderde van alle Amerikanen zegt zelfs niet meer in de Amerikaanse Droom te geloven.

De terechte verontwaardiging van een eerdere generatie burgerrechtenactivisten heeft in de armste buurten van Amerika plaatsgemaakt voor wanhoop, berusting en aanvaarding van een gewelddadige, door drugs en misdaad geteisterde levensstijl. Let wel: niet de hele zwarte gemeenschap denkt er zo over, maar menig achtergestelde jongere wel.

De Fransen moeten leren van de fouten van Amerika. Denk niet dat de onvrede alleen maar hoeft te worden onderdrukt door een simpel hardhandig optreden of de invoering van wat symbolische sociale hervormingen. Integendeel, de Franse samenleving moet dit moment aangrijpen om een nationale discussie aan te gaan. Het verdient serieuze overweging om een onafhankelijke commissie in te stellen die zich gaat richten op de benarde toestand van de achtergestelde jeugd, bestaande uit vertegenwoordigers uit alle geledingen van de Franse maatschappij, met inbegrip van de ontevreden gemeenschappen.

Belangrijk is dat wordt begonnen naar de grieven van de jongeren te luisteren en dat samen met hen wordt bezien welke hervormingen moeten worden doorgevoerd om hun situatie te verbeteren. Laat de jongeren weten dat de rest van de Franse maatschappij zich echt om hen bekommert. Doe dit voordat de jonge Franse moslimburgers niet meer dromen om deel uit te maken van de Franse maatschappij. Want dan is het te laat.

Als de spontane roep om erbij te horen plaatsmaakt voor een georganiseerder roep om in opstand te komen, dan zou de Franse samenleving zelf wel eens gevaar kunnen lopen. Bovendien zou het naïef zijn om te denken dat de gebeurtenissen in Frankrijk zich per se tot Frankrijk zouden moeten beperken.

Overal in Europa zijn grote groepen vervreemde – meest islamitische – immigranten. De mogelijkheid bestaat dat het geweld in Frankrijk zich verspreidt. In dat geval komt misschien de Europese Droom zelf wel in gevaar, met ernstige gevolgen voor de toekomst van Europa.

Jeremy Rifkin is directeur van The Foundation of Economic Trends in Washington en auteur van onder meer The European Dream: How Europe's Vision of the Future is Quietly Eclipsing the American Dream.