Geliefde dingen mogen niet verdwijnen

Op de omslag prijkt een kruis met monniken eronder. Peter Handkes nieuwe boek is religieus getint: de bundel Gestern unterwegs laat zich lezen als het verslag van een bedevaart. Haast drie volle jaren, van de herfst van 1987 tot in de zomer van 1990, trok Handke door de wereld, onthecht, ascetisch, alleen. Zijn huis in Oostenrijk had hij opgegeven. Zijn nieuwe domicilie bij Parijs was nog niet in beeld. Handke zwierf en zwierf, door Joegoslavië, Frankrijk, Italië, Spanje, Nederland, Japan en nog veel meer landen, per trein en bus en als het moest per vliegtuig, maar het liefst te voet. Geklaag over blaren treffen we in zijn verslag niet aan. Onbehagen over kou en regen evenmin. Een pelgrim staat daarboven. Een pelgrim is sereen.

Dus schrijft Handke steeds fijne dingen op, ergens onderweg. Zijn bundel is een verzameling fragmenten die bij elkaar een geordende kosmos vormen, een ongeschonden schepping. Want wat chaotisch of geschonden is wil deze auteur niet zien. Nu verzamelt Peter Handke naast epische stof al langer fragmenten, al sinds zijn dagboekachtige journaal Das Gewicht der Welt uit 1977. Hij ageert ook al langer tegen de chaos, door zich de aura van een wijs mysticus aan te meten. Maar dit keer gaat hij verder.

Niets minder dan goddelijke tekens wil hij ons aanreiken, in katholieke stijl. Verrukt wandelt de voormalige rokkenjager verstilde kloosters binnen. In de kruisgangen bewondert hij de pilaren, gebeeldhouwd, zo noteert hij devoot, als bomen die met hun kruinen tot aan de hemel reiken. En ook de echte bomen sturen boodschappen naar hem toe. Het ruisen van bladeren in de nachtwind, de door een kastanje teruggekaatste zonnestraal, het vallen van een beukennootje op het natte mos: zulke fenomenen vangt Handke in woorden die niet in het woordenboek staan. Af en toe valt het wél bestaande woord `Andacht'. Dat verwijst naar de aandacht zoals wij die in Nederland kennen maar ook naar wat christenen op zondagochtend in het gebedshuis doen.

Handkes eredienst leidt soms tot kostbare miniaturen. Maar het leidt ook tot kitsch, zoals de volgende observatie: `Meeuwen in het hemelsblauw, glans van een vrouwenhaar.' Of tot gepsalmodieer: `Verder met je verschijningen, levenswereld, God moge jullie beschermen, onbekend-bekende passanten.' En als de verschijningen zich niet aan Peter Handke openbaren, dan baart hij ze zelf. Ik bedoel: dingen die er niet zijn verkoopt hij als dingen die er wèl zijn en andersom. Dat is het kenmerk van fictie maar ook van de sprookjesverteller. Alles moet met een toverstokje worden aangeraakt. Lelijkheid moet in schoonheid veranderen, dofheid in schittering, alledaagsheid in pure poëzie. Door al dat gepureer krijgt de zuiverheid iets vals. En door al dat moeten krijgt het verlangen om in vrede met de wereld te leven fanatieke trekjes.

Een ondertoon van prikkelbaarheid klinkt mee in de gepredikte harmonie, en van daaruit is het maar een kleine stap naar een soort heilige toorn. En zo kan het gebeuren dat de onderweg steeds de bijbel lezende wandelaar de poëzie met dezelfde toorn verdedigt waarmee hij elders Milosevic in bescherming neemt.

Handke bezoekt hem in 2003, in de Scheveningse gevangenis. Hij bericht erover in een eigenaardig essay, Die Tablas von Daimiel, dat deze zomer verscheen. Het is een zeldzaam meanderende tekst, een reportage, klaagzang en strijdschrift ineen. De auteur roemt de `energie', de `tegenwoordigheid van geest' en bovenal de `kalmte' van de gevangene, die hij soms bij de voornaam noemt. Aanleiding voor bezoek en essay: Peter Handke werd gevraagd om bij het internationale gerechtshof in Den Haag als getuige op te treden, ter verdediging. Van wie dat verzoek kwam blijft schimmig, maar de schrijver die het al vijftien jaar voor de Serviërs opneemt, lijkt een geschikte kandidaat. Alleen: Handke bedenkt zich. Hij wil het toch niet doen. En in zijn essay rechtvaardigt hij zich zowel voor dat besluit als voor zijn engagement al die vijftien jaren.

Daarbij verrast hij met twee kwaliteiten. Ten eerste komt de jurist die Handke ook is ineens naar voren: hij schermt met kennis uit het volkerenrecht om de lezer ervan te overtuigen dat het Haagse tribunaal niet deugt. Het zou partijdig zijn want in handen van de overwinnaars, de NAVO-staten met hun `misdadige' bombardementen op de Balkan. Ten tweede: de eenzame wandelaar praat ineens met mensen! Handke reist door wat eens Joegoslavië was en overnacht in overvolle logementen. Daar huizen vluchtelingen die hun ellende maar wat graag aan de vriendelijke vreemdeling toevertrouwen. Je leeft met hen mee – totdat je beseft dat Handke niet met andere dan Servische oorlogsslachtoffers meeleeft. De moeders van Srebrenica vertrouwt hij voor geen cent: zij zouden zijn `georganiseerd en geactiveerd voor de wereldopinie.' En steeds zouden het de moslims zijn die met het moorden begonnen.

Vanwaar toch die voorkeur voor de Serviërs? Omdat hun leed te weinig en hun schuld te veel aandacht van de wereldopinie krijgt? Omdat Handke tegen die wereldopinie, de journalistiek, de media, per se aan wil schoppen? Of omdat het door de Serviërs beleden geloof dichter bij Handkes katholicisme staat dan de religie van de Bosnische islamieten? Ja, Handkes sympathieën zijn eerder etnisch gefundeerd dan politiek of sociaal-historisch. Maar er is meer aan de hand. Joegoslavië, het oude, grote Joegoslavië, door Serviërs overheerst en groot gehouden, is het land van Handkes dromen. Zijn voorouders komen er vandaan en zelf zwierf hij al sinds hij kon lopen door het Sloveense karstgebergte. En ineens was er oorlog en chaos, ineens viel het droomland uiteen. `Toorn is een vorm van liefde', zegt Handke in Gestern unterwegs, dus overvalt de toorn hem vooral wanneer geliefde dingen, die de dingen van vroeger zijn, verdwijnen.

Als een autistisch kind, zo halsstarrig houdt Handke vast aan de vertrouwde orde. Wordt die plots verstoord, dan voelt hij zich bedreigd. Zijn betrokkenheid bij de Joegoslavische kwestie lijkt haaks te staan op zijn volledig van het dagelijks nieuws losgezongen notitieboek – een boek waarin zelfs aan wereldnieuws als de val van de Muur geen woord verspild wordt. Maar in feite komen het pleidooi voor de Servische zaak en de bezwering van vrede en harmonie op hetzelfde neer: het gaat Handke om het onmogelijke herstel van een voorbije tijd.

Peter Handke: Gestern unterwegs. Jung und Jung, 553 blz. €25,– Peter Handke: Die Tablas von Daimiel. In: Literaturen, 07/8/05, €9,90; te bestellen via www.literaturen.de.